visie

VISIE

op internet in deze site 

Mijn visie over pedagogie en didactiek heb ik vormgegeven en tot stand gebracht in Rinkrank, de cultuurgerichte basisschool met combinatieklassen in Kalmthout.

Deze school heb ik op initiatief van Jan Jacquemain samen met Jan Lansloot (+), Greet Van Gastel en Jacques Van Hasselt opgericht in 1997 op basis van mijn pedagogische visie. Deze school heb ik geleid van 1997 tot aan mijn pensionering op 1 januari 2006.

Mijn uitgangspunten zijn:

BEWEGING

Elk gezond kind beweegt naar hartenlust en moet, ook op school, alle mogelijkheden tot bewegen krijgen. Bewegen is inherent aan leven. Een kind verplichten tot stilzitten is uit den boze. Tegen een kind zeggen: 'Zit stil' getuigt van weinig inzicht in wat een kind nodig heeft. 

Meer over beweging.

Zie ook: Sommen beter onthouden door bewegen

VOORTBOUWEN OP HET GEKENDE

Een kind komt niet als een onbeschreven blad op school. Het heeft thuis of in de crèche of bij de onthaalmoeder/vader al heel wat geleerd. Dat moet het vertrekpunt zijn van wat op school gebeurt, de hele schooltijd lang. Een kind wil vooruit en heeft geen behoefte aan langdurig terugblikken.

HERHALING

Al wil een kind steeds vooruit, toch is herhaling een noodzaak. Maar die herhaling moet creatief en enthousiasmerend zijn. Herhaling moet een uitdaging zijn. In elke nieuwe leerstof moet ook herhaling zitten, maar eerst het nieuwe leren en dan kort terugkijken op wat al gekend is. Leren is als een processie van Echternach: drie stappen vooruit en twee stappen terug (zo was die processie vroeger toch).  En als dat dan 'en dansant' gebeurt is het helemaal oké. Onderwijzen is herhalen, herhalen en nog eens herhalen. Maar herhalen mag nooit vervelen. Een leerkracht moet in de eerste plaats een herhalingskunstenaar zijn.

Het valt op hoe jonge kinderen een spontane neiging hebben om wat ze ontdekt hebben te herhalen. Hoe jonger het kind hoe meer het geniet van herhaling. Kijk maar naar een baby. Op school wordt dit voortgezet door veel te herhalen. Zó herhalen dat het kind er nooit moe van wordt, maar plezier beleeft aan de herhaling en dankzij de herhaling het nieuwe ontdekt.

Meer over herhaling. 

KUNSTZINNIG

Elk kind begint met kunstzinnige uitingen. Van zodra een kind geluiden voortbrengt, begint ook de zang. Van zodra een kind kan stappen begint de dans. Van zodra een kind een potlood kan vastgrijpen begint het tekenen, van zodra een kind een brokje klei vindt, begint het boetseren. Zo is elke mogelijke nieuwe ontdekking voor een kind de aanzet om kunstzinnig bezig te zijn. Daarom zijn tekenen, schilderen, boetseren, toneelspelen belangrijk. De school mag deze elementaire kwaliteiten die elk kind bezit niet afblokken, niet onderbreken, niet verwaarlozen en niet opzijschuiven. Heel het onderwijs moet doordrongen zijn van het kunstzinnige. Ook schrijven is een kunstzinnige activiteit, zowel naar de vorm als naar de inhoud. Zo kan ook rekenen een kunstzinnige activiteit zijn.

En vooral: het kunstzinnige is de grondslag voor een goede sociale ontwikkeling.

SCHOONHEID

In se is schoonheid een religieuze ervaring. Niet voor niets vind je in alle religies vormen van schoonheid die streven naar een soort van 'volmaaktheid'. Ook dat is van nature in een kind aanwezig. Die drang naar schoonheid moet verder gedragen worden in het onderwijs. Alles wat een leerkracht aan de kinderen aanbiedt moet mooi zijn. Geef kinderen nooit rommel. Voor de goede verstaander: kopieën zijn meestal rommel. Vormgeving, verzorging en afwerking van elk werk is zeer belangrijk. Het werk van de leerkracht moet een voorbeeld zijn voor de leerlingen.

KLASOVERSCHRIJDEND

Het systeem van jaarklassen is gemakkelijk voor de leerkracht, maar minder interessant voor de leerlingen. Combinatieklassen van 2 of 3 verschillende leeftijden werken het meest motiverend. De jongere kinderen zien wat de ouderen aan leerstof krijgen en hoe zij ermee omgaan: het zijn voorbeelden voor hen. De oudere kinderen maken diverse onderdelen van de leerstof al voor de tweede of de derde keer mee, maar nu pas krijgen ze de uitleg. Het gevolg is dat zij de leerstof zeer snel vatten en onthouden en zeer zelfstandig met de opdrachten kunnen omgaan. Hulp bieden aan de jongere leerlingen biedt hen extra kansen om de leerstof te verdiepen. Door de klasoverschrijdende dagelijkse mondelinge herhalingen krijgen de jongere leerlingen al een vooruitblik op de leerstof die zij over één of twee jaar zullen krijgen. Zo zijn zij al goed voorbereid op wat komen gaat.

AUTORITEIT

Omdat het jonge kind niet in staat is om voor zichzelf te zorgen is er een volwassene nodig om het kind te begeleiden. In de eerste plaats komt de ouder als opvoeder. Ook de leerkracht speelt een belangrijke rol in het ontwikkelingsproces. De leerkracht moet daarom aan een aantal eisen voldoen en binnen een schoolcontext de zaken kunnen en durven aanpakken. Bovendien moet hij/zij over voldoende muzische kwaliteiten beschikken, want het muzische is de meest kenmerkende eigenschap van de kindertijd. Een leerkracht is een liefdevolle autoriteit zonder autoritair te zijn.

ONTDEKKEN

Ieder kind is een 'ontdekkingsreiziger'. Van baby tot puber en eigenlijk zijn hele leven lang blijft een mens geïnteresseerd in het ontdekken van nieuwe zaken. Een kind in de lagere school komt naar school met de vraag: wat gaan we vandaag leren (doen)? De kinderen komen in de klas en kijken onmiddellijk naar het bord om te zien wat er zal komen. Sommigen stellen direct vragen, anderen beginnen alvast met het overnemen van de opgaven. Die grote drang tot het ontdekken van het nieuwe, van het onbekende moet de school continu ondersteunen. Daarom moet de schooldag zo snel mogelijk beginnen met de nieuwe leerstof en pas daarna terugblikken en herhalen.

Meer over ontdekken.

HUISWERK

Huiswerk is overbodig. 

Huiswerk is niet nodig.


Als kind in de lagere school las ik graag, héél graag zelfs. Een boek was nooit veraf. Maar meer nog hield ik van rondzwerven in velden en weilanden met mijn vriend of helpen op de boerderij van zijn ouders: de koeien naar huis brengen 's avonds, graan op schoven zetten in de zomer, aardappelen rooien in de herfst, bieten wieden in de lente. Maar ik hield ook van huiswerk. Zeker als we een opstel moesten schrijven. Urenlang kon ik schrijven, bladzijden vol.  En toch kwam ik later als leraar tot de overtuiging dat huiswerk nutteloos en zinloos was. In de loop der jaren schafte ik het huiswerk geleidelijk af tot er alleen de vraag aan de kinderen overbleef of ze het werk dat in de klas was aangevat, thuis wilden afmaken. Maar het was niet van moeten en wat niet afgewerkt was, hoefde ook niet afgewerkt te worden. Er volgden geen sancties. Iedereen werkte naar eigen kunnen en vermogen. Het werk in de klas was voldoende om de ontwikkeling in gunstige zin te laten verlopen, maar wie méér wou doen, kreeg ook de kans om er thuis mee voort te gaan. Als kinderen vragen om huiswerk - veel eersteklassers doen dat - krijgen ze taken die ze zelfstandig aankunnen en waar ze fier op kunnen zijn. 


Pedagogen, sociologen en andere -logen pleiten er al jarenlang voor om geen huiswerk te geven in de lagere school. En ze hebben volkomen gelijk. Maar hoe luid en hoe vaak ze het ook vragen, de meeste scholen gaan er niet op in en blijven halsstarrig huiswerk geven en verplichten op die manier kinderen en ouders om thuis datgene te doen wat eigenlijk op school moet gebeuren. Alles wat een kind op school leert moet op school gebeuren, zodat er tijd overblijft om thuis andere dingen te doen die minstens even belangrijk zijn - en soms belangrijker - voor de ontwikkeling. Scholen die huiswerk opleggen dringen binnen in de privésfeer van het kind en gaan daarmee hun boekje te buiten. Als scholen dat mogen, dan zouden ouders ook mogen binnendringen in de school en aan de leerkrachten opleggen wat zíj belangrijk vinden. 


Ter illustratie vind je hieronder enkele uittreksels uit kranten en andere media: 


Huiswerk? Laat kinderen spelen! De Standaard 3 december 2020. 

Klik op het uittreksel voor de volledige tekst. 

Een "vriendelijk" verzoek van een leerkracht aan ouders i.v.m. huiswerk: