schimmelkunde

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

SCHIMMELKUNDE - ZWAMMENKUNDE - MYCOLOGIE

 

Lessen over schimmels kunnen zowel in een periode van 1 week gegeven worden in de 5e klas, als een themaweek (of enkele themadagen) zijn in een taalperiode in de 5e of de 6e klas.

 

Sinds 1919 wordt in de steinerscholen plantkunde als onderdeel van het vak W.O. (Wereldoriëntatie) gegeven in de 5e klas (groep 7). De schimmels (waaronder ook de paddenstoelen) zijn volgens Steiner een onderdeel van het vak plantkunde.

 

Maar nieuwe wetenschappelijke inzichten plaatsen de schimmels niet meer onder de planten. De schimmels vormen nu een eigen rijk: dat van de schimmels. Zo bestaan er dus drie rijken:

het rijk van de dieren (dierenrijk)

het rijk van de schimmels (schimmelrijk)

het rijk van de planten (plantenrijk)

Het is dan ook hoog tijd dat de steinerscholen het vak plantkunde aanpassen en opdelen in een vak mycologie (zou ik het schimmelkunde noemen? Van Dale kent dit woord nog niet, maar wel het synoniem zwammenkunde) en een vak plantkunde.

 

Mijn visie is deze:

Dierkunde zou in de 3e, 4e, 5e en 6e klas aan bod moeten komen.

Plantkunde zou in 4e, 5e en 6e klas aan bod moeten komen.

Schimmelkunde zou best in de 5e klas gegeven worden.

 

Niet alleen in periodelessen, maar ook in lessen taal (Nederlands) en als onderdeel van andere lessen. In het vak aardrijkskunde bijvoorbeeld hoort net zo goed dier-, schimmel- en plantkunde thuis.

 

Elementen uit deze vakken moeten regelmatig aan bod komen in de dagelijkse herhalingsoefeningen.

 

Creatief schrijven kan in klassen 3 - 4 - 5 - 6 regelmatig een onderwerp hebben uit deze vakken.

 

----

 

EEN SCHIMMELKUNDEPERIODE of -THEMAWEEK kan er inhoudelijk zo uitzien.

 

Dag 1. De naam mycologie: Mycene in de mythologie.

De schimmels in het bijgeloof (heksenkringen, heksenboleet, duivelsei).

Schimmels (paddenstoelen) in sprookjes en verhalen.

 

Eigenschappen en uitzicht van zwammen, schimmels en paddenstoelen:

Hun lichaam bestaat uit ontelbaar vele draden die zich meestal onder de grond bevinden. Dit zijn de HYFEN. Alle hyfen tezamen noemt men het MYCELIUM. Uit elk stukje mycelium kan een nieuwe schimmel ontstaan.

Ze vermenigvuldigen zich met SPOREN.

De paddenstoel, met daarin de sporen, is de vrucht van de schimmel.

Het zijn geen planten zoals velen denken: waarom niet?

Ze hebben geen plantenlichaam

Ze hebben geen chlorofyl

Ze hebben geen rechtstreeks zonlicht nodig

Sommige leven op dode planten en dieren. Deze heten SAPROFYTEN.

Sommige leven op levende planten en dieren. Dit zijn de PARASIETEN.

 

 

Dag 2. De zwammen (fungi).

Korstzwammen (polyporales). Bijvoorbeeld: elfenbankje, tonderzwam, dennenmoorder, berkenzwam, gele korstzwam, heideknotszwam.

Welke zwam (paddenstoel) kies je om in de klas te bespreken, erover te vertellen en te laten tekenen/schilderen?

Bij voorkeur zwammen die in de omgeving te vinden zijn. Of zwammen met een merkwaardige naam zoals bv. de dennenmoorder. Of zwammen die door de meeste kinderen op een of andere manier bekend zijn zoals het elfenbankje.

Als het enigszins kan, breng je een specimen van de te bespreken zwam mee in de klas.

De kinderen maken hun tekening aan de hand van het specimen, ze tekenen niet af van het bord of uit een boek, al kan dat voor sommige kinderen wel een hulpmiddel zijn. Aftekenen van bord of boek mag niet de norm zijn.

Het is niet nodig om de wetenschappelijke namen te gebruiken in de lagere school. Voor hoogbegaafde kinderen kun je wel de wetenschappelijke naam gebruiken.

Plaatsjeszwammen (agaricomycetidae). Bijvoorbeeld: champignon, inktzwam, vliegenzwam, hanekam, oesterzwam.

Welke zwam (paddenstoel) kies je om in de klas te bespreken, erover te vertellen en te laten tekenen/schilderen?

Bij voorkeur zwammen die in de omgeving te vinden zijn. Of zwammen die in de keuken veelvuldig gebruikt worden.

Als het enigszins kan, breng je een specimen van de te bespreken zwam mee in de klas.

De kinderen maken hun tekening aan de hand van het specimen, ze tekenen niet af van het bord of uit een boek, al kan dat voor sommige kinderen wel een hulpmiddel zijn. Aftekenen van bord of boek mag niet de norm zijn.

Het is niet nodig om de wetenschappelijke namen te gebruiken in de lagere school. Voor hoogbegaafde kinderen kun je wel de wetenschappelijke naam gebruiken.

Sommige kun je in de klas klaarmaken en laten proeven. Bijvoorbeeld: champignon, hanekam, oesterzwam. In een periode gastronomie kun je ze gebruiken.

 

 

Dag 3. De zwammen (fungi)

Buisjeszwammen (boletaceae). Bijvoorbeeld: eekhoorntjesbrood, satansboleet.

Eekhoorntjesbrood kun je zowel vers als gedroogd meebrengen in de klas.

Stuifzwammen Bijvoorbeeld: reuzenbovist, afgeplatte stuifzwam.

Reuzenbovist vind je in weilanden in de Kempen, vooral als er schapen gegraasd hebben.

De afgeplatte stuifzwam vind je veel in bossen, heide- en duinengebieden.

Stinkzwammen (Phallaceae). Bijvoorbeeld: Grote stinkzwam (duivelsei),

 

Dag 4. De schimmels en gist

Broodschimmel

Kaas

Yoghurt

wijngist

biergist

zuurkool

tartex

marmite

zuurdesem

 

5. Schimmels, hygiëne en gezondheid

Voetschimmel en andere schimmels

Hallucinogene paddenstoelen

Antibiotica

 

 

ADVIEZEN

Breng de zwammen en schimmels die je bespreekt zo veel mogelijk in de klas.

Sommige schimmels kun je in de klas laten groeien. Bijvoorbeeld:

broodschimmel

zuurdesem

yoghurt

biergist (brood maken, ballon opblazen)

champignons

oesterzwammen

Tekenen en schilderen gebeurt aan de hand van de meegebrachte specimen of wat in de klas gegroeid is. Aftekenen van bord of boek laat je uitzonderlijk toe als het echt niet anders kan of een kind alleen op die manier een treffelijke tekening kan maken.

Bespreek vorm, kleur, voorkomen, voortplanting enz.

Vertel hun voorkomen in verhalen, folklore enz.

De kinderen schrijven korte eigen teksten bij elke behandelde zwam. Of de leerkracht dicteert een korte tekst. Af en toe een dictee, af en toe een eigen tekst.

Het heeft geen zin om in de lagere school de wetenschappelijke namen te gebruiken of mee te delen. Voor hoogbegaafde kindeen en kinderen die erin geïnteresseerd zijn kun je dit natuurlijk wél doen.

 

 

----

 

Onderstaande tekst komt uit: Soortenbank.nl

 

Wie kent niet de beentjes "hoepla in de lucht" van kabouter Spillebeen, heen en weer wippend op zijn, met een diepe zucht "krak" zeggende zetel, de grote paddenstoel, rood met witte stippen. Niet alleen de Vliegenzwam (Amanita muscaria) (424A.jpg), maar tal van andere paddenstoelen en zwammen hebben mensen en in het bijzonder schrijvers van kinderliedjes en sprookjes en vertellers van volksverhalen, sagen en legenden over de "kinderen der duisternis" of fungilore tot de verbeelding gesproken.

 

Hun mysterieuze leefwijze en hun kleuren- en vormenrijkdom, geur, smaak en een scala van andere bijzondere eigenschappen hebben ons sinds mensenheugenis gefascineerd en geïntrigeerd.

 

Voordat we met behulp van een microscoop in staat waren om de voortplanting en de groei van paddenstoelen en schimmels in detail te bestuderen en te doorgronden, werd het ontstaan en verschijnen van paddenstoelen vaak in de magische of duivelse sfeer verklaard.

 

De naam paddenstoel (toadstool) is afgeleid van een zetel voor een pad. Padden werden gezien als weerzinwekkende, giftige en enge beesten, ze werden immers niet voor niets in brouwsels van magiërs en in heksenzalf verwerkt. En de huid van een Californische pad scheidt zowaar een zeer krachtige hallucinogene stof af.

 

Zoals uit hun naamgeving vaak blijkt, werden de meestal bovengronds en soms ondergronds (truffels) groeiende vruchtlichamen daarnaast geassocieerd of vereenzelfigd met gebleken of veronderstelde eigenschappen van bestaande en mythologische dieren, met elfjes, nimfen (oreaden, dryaden), trollen en kabouters, met donder, bliksem, duisternis en in het maanlicht of ochtendgloren uitgevoerde rituelen, met spoken, magiërs, heksen, gifmengers, druïden en sjamanen en met duivels, saters en de Dood.

In Nederland en de ons omringende landen zijn op dit gebied de volgende verwijzingen te vinden :

 

Padden, slangen, krokodillen en draken

- Paddenstoel (toadstool), Otidea bufonia (bufo(nia) = (van een) pad)

- Addergebroed, Hypoxylon serpens (serpen(ti)s = slang) (206.jpg)

- Krokodilritterling (Tricholoma caligatum)

- Drakenbloedzwam (Vermiljoengordijnzwam) (633.jpg)

 

Associaties met andere dieren, kenmerken en eigenschappen van andere dieren en andere dierennamen

- Hondsphallus of Hundsrute (Mutinus caninus) (caninus = van een hond) (418A.jpg), Cortinaire des chiens (Cortinarius caninus), Wolfsboleet of Bolet des loupes (Boletus lupinus = van de wolf), Wolfstäubling (Russula torulosa) en Vesse de loup (Lycoperdon = veest of buikwind van een wolf)

- Panteramaniet, Amanite panthère of Pantherpilz (Amanita pantherina) (panthera = panter) (428.jpg), Panterchampignon en Panterparasolzwam (445.jpg), de "Panter" (= Vliegenzwam) als (bij)naam voor Jezus, Löwengelber Dachpilz (Pluteus leoninus = (kleur) van een leeuw) (618.jpg), Tijgertaaiplaat (754A.jpg) en Tigerritterling (Tricholoma pardinum)

- Eekhoorntjesbrood (768A.jpg)

- Egelparasolzwam, Egelzwammetje of Igelstäbling (Lycoperdon echinatum) (412.jpg) en de Pruikzwam Hericium erinaceus (eri(na)ceus = egel) (284A.jpg)

- Echt hazenoor Otidea leporina (leporina = van hazen), Hazenpootje, Coprin pied de lièvre of Hasenpfote (Coprinus lagopus = hazenpoot) (726.jpg), Hasenstäubling (Calvatia utriformis) (407.jpg), Hasenröhrling (Gyroporus castaneus) en Eikhaas of Eichhase (337A.jpg)

- Varkensoor (83.jpg)

- Paardenhaartaailing (527.jpg), Paardenstaartfranjekelkje, Paardenstaartkraagbekertje en Eselsohr

- Koeienboleet (Koewachtersboleet) of Kuhröhrling Suillus bovinus (bovinus = koe) (766.jpg), Kuhmaul (Gomphidius glutinosus) (760A.jpg) en Ossentong of Ochsenzunge (Fistulia hepatica) (359.jpg)

- Schaapje (584A.jpg), Schapepootmycena, Schafchampignon, Pied-de-Mouton (281.jpg), Albatrellus ovinus (278A.jpg), Lasiosphaeria ovina (194.jpg) (ovinus = schaap) en Ziegenlippe (Boletus subtomentosus) (776A.jpg)

- Hertentruffel of Hirschtrüffel (119.jpg), Hertenzwam (616A.jpg) en Geweizwam (210.jpg)

- Muizenstaartzwam of Mäuseschwanzrübling (Baeospora myosura) (534.jpg), Muisgrijze ridderzwam (466.jpg), Muizentandkorstje

- Spechtinktzwam (721.jpg), Kippenvelzwam, Hanenkam of Hahnenkamm (378.jpg), Papegaaizwammetje of Hygrophore perroquet (Hygrocybe psittacina) (psittacina = van een papegaai) (519.jpg), Papageitäubling (Russula ionochlora), Goudvinkzwam (640A.jpg), Parelhoenchampignon of Perlhuhnchampignon (684.jpg), Duifrussula en Duifridderzwam (Tricholoma columbetta) (columba = duif)

- Inktviszwam of Tintenfischpilz (417.jpg), Oesterzwam (Pleurotus ostreatus = als een oester) (742A.jpg), Koraalzwam en Sponszwam (natuurspons) (377.jpg)

- Spinragschijfje (159.jpg) en Vliegenzwam (424A.jpg).

 

Paddenstoelen, en met name de Koraalzwammen, zouden, net als koralen, het gemeenschappelijke skelet zijn van de omhulsels van kleine diertjes, die zich via eitjes, de sporen, zouden voortplanten.

Volgens een 16e eeuwse onderzoeker zouden truffels daar ontstaan, waar een bronstig hert zijn zaad verloren had zien gaan. Verder bestond het idee, dat de groei van truffels door insectensteken in boomwortels werd veroorzaakt, of dat ze een conglomeraat waren van water, opdrogende modder en mineralen, die door blikseminslagen (denk aan de bliksembuis van zandkorrels of silicium) samenklonterden.

De ondergrondse knol (sclerotium) van de Franjeporiezwam (Polyporus tuberaster) (352.jpg) zou zich daar ontwikkelen, waar de lynx zijn territorium met urine markeerde.

 

 

Elfjes, nimfen (oreaden, dryaden) en kabouters

Elfenbankje (318.jpg), Elfenschermpje (824.jpg), Elfenwasplaat (516.jpg), Elfendoekje, Scarlet Elf Cup of Fairy Bath (Rode kelkzwam) (117.jpg), Fairy Purse (Nestzwammetjes), Fairy Umbrella (Wieltje) (525.jpg), Fairy Clubs (Koraalzwammen), Fairy-cake Mushroom (Radijsvaalhoed) (651.jpg), Fairies' Bonnets (Zwerminktzwam) (731.jpg), fairy ring (heksenkring), Boomnimf (Inonotus dryadeus) (350.jpg) en Marasme des Oréades (Marasmius oreades) (523A.jpg), Dryad's Saddle (Zadelzwam) (346B.jpg), Kabouterwasplaat en natuurlijk de vernielzuchtige kabouter Spillebeen (424A.jpg).

 

Duisternis, donder en bliksem

- paddenstoelen of "kinderen der duisternis"

- truffels zouden daar ontstaan, waar een blikseminslag aarde en wortels liet samenklonteren.

 

Heksen, magiërs en spoken

- Heksenboter (48.jpg), Heksenboleet of Hexenröhrling (769A.jpg), Heksenschermpje, Heksenbezem of Hexenbesen (55.jpg) en heksenkring (34.jpg) (502B.jpg) (523B.jpg), heksenei (419B.jpg) (418B.jpg)

- Spook met paraplu (Phallus duplicatus) (844A.jpg)

 

De duivel of Satan, saters en de Dood

- Duivelsei (419B.jpg) (418B.jpg), duivelsbrood of duivelsgebroed, Duivelsaren (Moederkoren) (172.jpg), Duivelsbroodrussula (599.jpg), Spuwduivel of Duivelssnuifdoos (Lycoperdon)

- Satansboleet of Bolet Satan (Boletus satanas) en Saterstoel (Russula)

- Doodstrompet, Trompette des morts of Totentrompete (381.jpg) en Dodemansvingers (213.jpg).

 

Ook komen naar mythologische, naar bijbelse of religieuze figuren en naar royalty (keizers, koningen en edelen) verwijzende namen voor als :

- de door Venus geliefde Adonis in Adonismycena of Mycène adonis (557.jpg) en de Adonistrechterzwam en Venus zelf in Agaric de Vénus (Agaricus heimii)

- de Herculesknotszwam of Herkuleskeule en het Herculesplooirokje

- Psathyrella caput-medusae (714.jpg) (= Medusahoofd) en Medusenhaupt

- de Doolhofzwam (330.jpg) met als geslachtsnaam Daedalea, genoemd naar Daedalus, die werd opgesloten in het labyrint van Knossos, dat hij op Kreta voor koning Minos had gebouwd en waaruit hij later met zelfgemaakte vleugels samen met zijn zoon Icarus wist te ontsnappen

- het ons aan het verraad van Christus door Judas, die zich aan een vlier zou hebben verhangen, herinnerende Judasoor (223.jpg)

- de drakendoder Sint Joris, naar wiens naamdag (23 april), wat tevens de gemiddelde verschijningsdatum van de Voorjaarsridderzwam is, Saint George's Mushroom of Calocybe georgii (= Calocybe gambosa), is genoemd (469A.jpg)

- de Bisschopsmuts of Bischofsmütze, de Kardinaalsbekerzwam en Mönchskopf

- de Keizersamaniet, Amanite des Césars of Kaiserling (Amanita caesarea : caesar = keizer), die uitsluitend voor de keizer was bestemd

- King Alfred's Cakes of Cramp Balls (Kogelhoutskoolzwam) (209.jpg) : een vroege vorm van norit

- de Koningsboleet of Königsröhrling (Boletus regius = koning, koninklijk of vorstelijk) en de Koningsmantel (476A.jpg)

- de Pagemantel (632.jpg) en de Ridderzwammen, waarvan de eetbare en smakelijke soorten aan de adel waren voorbehouden, terwijl de Koeienboleet (Suillus bovinus) (785.jpg), oorspronkelijk Koewachtersboleet genoemd, als mindere soort voor de koeherders was bedoeld.

 

HEKSENKRINGEN

In vroeger dagen, toen het ontstaan van heksenkringen nog een mysterie was, werd hun voorkomen in de duivelse of mythische sfeer verklaard. Heksen, duivels of elfjes (fairy ring) lieten ze groeien. Ze kwamen daar voor, waar heksen hun nachtelijke cirkeldans uitvoerden, daarbij regelmatig hun neus ophalend en de uitgespuugde snot als Heksenboter (Fuligo septica) (48.jpg) op de grond achterlatend. Of het was een schroeiplek van de vlammen of hete adem van een vuurspuwende draak. Wee degene, die bij volle maan in de kring stapte, of zijn koe binnen de cirkel liet grazen!

 

Wanneer myceliumdraden straalsgewijs, als spaken in een wiel, vanuit het centrum en niet gehinderd door obstakels met eenzelfde snelheid kunnen groeien, vormen de bovengrondse vruchtlichamen een in diameter jaarlijks toenemende heksenkring, zoals bij de Nevelzwam (Clitocybe nebularis) (34.jpg), de Weidekringzwam (Marasmius oreades) (523B.jpg) en de Roestvlekkenzwam (Collybia maculata) (502B.jpg) gebruikelijk is.

Ook de Grote trechterzwam (Clitocybe geotropa) (487A.jpg), de Bundelcollybia (Collybia confluens) (499.jpg), de Voorjaarspronkridder (Calocybe gambosa) (469A.jpg), de Vleeskleurige zalmplaat (Rhodocybe gemina) (605.jpg) en Aardsterren als Geastrum triplex (389A.jpg) en Geastrum schmidelii (392.jpg) vormen regelmatig heksenkringen.

 

De oudste bekende heksenkring, die alleen vanuit een vliegtuigje of luchtballon is waar te nemen of op luchtfoto's is vast te leggen, is een kilometer in doorsnee en ongeveer 700 jaar oud. Beroemd zijn de 100 meter in diameter en 300 jaar oude, als olympische ringen onderling vergroeide "fairy rings" van de Weidekringzwam (523A.jpg), die op de heuvels rondom Stonehenge voorkomen.

Het uitgroeiende mycelium van de Weidekringzwam produceert blauwzuur, waardoor het gras aan de buitenkant van de groeicirkel geel verkleurt en afsterft, waarna er een kale zone ontstaat. Aan de binnenzijde van de cirkel maakt het mycelium met enzymen voedingsstoffen aan, terwijl in dezelfde zone in het late najaar ook de vruchtlichamen afsterven en wegrotten. Door lokale bemesting wordt het gras hier vervolgens groener en hoger (523B.jpg).

 

In cirkels rondom en wat verder van de stam of in de kroonprojectie van bomen, treden soms valse heksenkringen of wortelkringen op van ectomycorrhizavormers die vanaf de boomwortels fructificeren, als de Vliegenzwam (Amanita muscaria) (424A.jpg), de Gewone krulzoom (Paxillus involutus) (764A.jpg) en de Wollige stekelzwam (Phellodon confluens) (276.jpg).

 

 

----

 

 

RICHARD DAWKINS

Het verhaal van onze voorouders, ontmoeting 34.

 

Op het eerste gezicht mag het misschien verrassend zijn dat schimmels, die er zo plantachtig uitzien, nauwer aan de dieren dan aan de planten verwant zijn, maar moleculaire vergelijking laat hier geen enkele twijfel over bestaan.

 

En wellicht is dat ook niet zo verrassend. Planten brengen energie van de zon in de biosfeer. Dieren en schimmels zijn, allebei op hun eigen manier, parasieten op de plantenwereld.

 

De schimmels vormen een zeer grote en belangrijke toestroom van pelgrims, met tot dusver 69.000 beschreven soorten, op een geschat totaal van 1,5 miljoen. Paddenstoelen geven de verkeerde indruk - deze opvallende plantachtige structuren zijn het sporenproducerende topje van de ijsberg. Het bedrijvige deel van het organisme dat de paddenstoel voortbrengt, bevindt zich voor het grootste deel ondergronds: het is een uitgebreid netwerk van draden die hyfen genoemd worden. De verzameling van alle hyfen die aan een individuele schimmel toebehoort, heet het mycelium. De totale lengte aan mycelium van een individuele schimmel wordt in kilometers gemeten, en kan zich over een aanzienlijke oppervlakte uitstrekken.

 

Een individuele paddenstoel is als een bloem die op een boom groeit. De 'boom' is in dit geval echter geen rijzige, verticale structuur, maar een ondergronds stelsel, uitgespreid als de snaren van een gigantisch tennisracket, in de bovenste lagen van de bodem.

 

 

 

Deze pagina werd nieuw toegevoegd op 21-11-2016 en wordt nog verder uitgewerkt.

 

Steiner over plantkunde. HTM

 

Schimmels: een ondergronds netwerk. PDF

Paddenstoelen foto in de klas. JPG

Paddenstoelen. Bordtekening. JPG