leren schrijven

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

 

 

Het leren schrijven van het gebonden schrift - en de ontwikkeling van een mooi, vlot leesbaar handschrift - is een van de hoofdopdrachten in de eerste klas.

Vanaf de eerste schooldag in de eerste klas beginnen we met het oefenen van het gebonden schrift.

Aanvankelijk zijn dat rechte en gebogen lijnen in kleurpotlood.

Na enkele weken wordt het kleurpotlood vervangen door een schetspotlood (HB). De rechte en gebogen lijnen worden gecombineerd en worden kleiner.

Haast ongemerkt gaan de lijnvormen over in lettervormen en schrijven de kinderen woorden die ze daarna lezen.

Van de woorden gaan we over naar de afzonderlijke lettervormen die intensief geoefend worden. Zowel apart als in alle mogelijke combinaties met andere letters.

De geschreven hoofdletters worden ook via ritmische lijnvormen geoefend.

 

Zodra een kind voldoende zacht kan schrijven met het schetspotlood, mag het beginnen schrijven met de vulpen.

 

----

 

LEREN SCHRIJVEN: DIDACTIEK

Luc Cielen

 

Het leren schrijven wordt voorafgegaan door een lange reeks bandtekeningen (vormtekeningen) waarin alle bewegingen van het gebonden schrift en andere bewegingen aan bod komen.

De reeks begint – zoals Rudolf Steiner het heeft voorgeschreven – met rechte en gebogen lijnen.

 

Papier: A4, liefst 120 g of iets meer met daarop de lijnen geprint, liefst in kleur. Je kunt als leerkracht ook in de plaats van te printen, de lijnen zelf tekenen, dan kun je de afstand tussen de lijnen zelf bepalen.

 

Teken een drietal lijnen (zie de afbeelding onder deze alinea) per opgave op voorhand en zeer zacht met schetspotlood voor op de bladen. Dit doe je met alle opgaven en voor alle kinderen. Merk je dat een kind het niet meer nodig heeft en zelf probleemloos de figuur van het bord kan overnemen, dan teken je de lijn of schrijf je de letter of het woord niet meer voor voor dit kind; wel nog voor de anderen.

Vind je het te veel werk om voor elk kind alles voor te tekenen/schrijven, doe dit dan op één blad en kopieer het. Dit is echter minder persoonlijk. Ik ben er dan ook geen voorstander van. Er gaat niets boven de persoonlijke en individuele aanpak. Kinderen vinden het bijzonder boeiend om te zien hoe de leerkracht het blad voor elk kind klaarmaakt. De leerkracht kan zo trouwens ook de tekening aanpassen aan elk kind, als dat nodig is, en bepaalde vormen meer laten oefenen dan andere.

 

 

Teken de lijnen op het bord en laat de kinderen op verschillende manieren laten natekenen (met een hand in de lucht, met een voet op de vloer, met verschillende vingers op de tafel, op de rug van een klasgenoot, enz.) Iedere leerkracht kan zelf tal van bewegingsmogelijkheden verzinnen en zorgt voor voldoende afwisseling.

 

Op de eerste dag van het schooljaar in de eerste klas begin je met het tekenen van verticale rechte lijnen, onmiddellijk gevolgd door gebogen lijnen en ten slotte afwisselend rechte en gebogen lijnen. Sommige leerkrachten laten de kinderen eerst grote rechte lijnen tekenen op het bord. Dit is een vooroefening die perfect vooraf kan gaan aan het tekenen op het blad, net zoals het tekenen in de lucht of op de vloer of op de tafel.

 

Het is niet per se nodig om op de allereerste schooldag van de eerste klas met deze oefeningen te starten, het kan op eender welk moment in de loop van de eerste klas gebeuren. Het is wel aan te raden om, zodra je ermee begonnen bent, er dagelijks aan voort te werken. Dagelijks drie opgaven volstaan.

 

Sommige leerkrachten laten de kinderen op ongelijnd papier werken en verlangen zelfs dat de kinderen ook op ongelijnd papier schrijven. Dat is echter niet zo gunstig, zeker niet als het om het gebonden schrift gaat. Al van in de oudheid heeft men op lijnen geschreven; zie maar naar de tabletten met spijkerschrift en naar de hiërogliefen. Het gebruik van steunlijnen bevordert de helderheid van het schrift omdat het grootteverschil van de letters duidelijk zichtbaar is. Omdat de bandtekeningen voorbereiden op het gebonden schrift, is het ook aan te raden om de tekeningen tussen steunlijnen te maken.

 

Voor een goede schrijfhouding en een goede potloodgreep (pengreep) is het zelfs beter om met deze oefeningen te starten in de kleuterschool. De eerste reeks tekeningen kunnen schoolrijpe kleuters perfect maken. In een derde kleuterklas kan hiermee na de krokusvakantie gestart worden.

 

WERKWIJZE

1. De bladen uitdelen.

2. De kinderen schrijven hun naam op het blad, bovenaan of onderaan volgens de wensen van de leerkracht.

3. De kinderen vouwen het blad in twee.

4. Na de vooroefeningen gaan de kinderen met een kleurpotlood eerst over de lijnen in schetspotlood en tekenen dan verder tot aan de vouw. De leerkracht volgt op en helpt.

 

 

 

 

 

 

5. Dan de gebogen lijnen in de middelste balk tekenen, volgens hetzelfde principe: eerst over de schetspotloodlijnen gaan met kleurpotlood en dan verder doen tot aan de vouw.

 

 

 

 

 

6. Dan de rechte en gebogen lijnen in de onderste balk tekenen volgens dezelfde werkwijze.

 

 

 

 

 

7. Kinderen die de drie balken tot aan de vouw getekend hebben, tonen hun blad aan de leerkracht. Voldoen de tekeningen min of meer aan de eisen – de leerkracht wijst vooral de geslaagde tekeningen aan – dan geeft de leerkracht toestemming om de drie balken af te werken. Zijn er geen goede lijnen bij, dan tekent de leerkracht er weer enkele voor in schetspotlood.

 

Waarom het blad in twee vouwen?

1. Omdat het blad daardoor beter hanteerbaar is voor de kinderen en de schrijfhouding ook beter is. Hiermee is het grote nadeel van de grote schriften met roze en groene kleurbanden die gewoonlijk in de steinerscholen gebruikt worden uit de weg geruimd.

2. Het is niet zinvol om de teken- en schrijfoefeningen ineens over de gehele lengte van het blad te laten maken. Fouten worden daardoor te veel herhaald of er treedt vermoeidheid en concentratieverlies op waardoor de tekeningen en de letters minder verzorgd worden.

Op het opengevouwen blad tekenen en schrijven de kinderen eerst tot aan de vouw. Dan volgt er controle en daarna pas werken ze elke lijn af.

 

 

 

 

HOE TEKENEN DE KINDEREN DE LIJNEN?

 

1. Ze tekenen elke lijn in één beweging. Ze mogen niet een tweede keer over de lijn gaan.

2. De aanzet van elke lijn moet correct zijn. Als de lijn van boven naar beneden moet gaan, dan beginnen de kinderen ook bovenaan. Loopt de lijn van onder naar boven, dan beginnen ze ook onderaan. De leerkracht besteedt hieraan de nodige aandacht.

3. Ze tekenen elke lijn in een andere kleur. De kinderen zijn vrij in het kiezen van de kleuren. Het is een gelegenheid om al hun kleurpotloden eens te laten gebruiken.

 

Een mogelijkheid is om de tweede helft van het blad slechts met enkele kleuren te laten afwerken met daarbij bijvoorbeeld de opdracht:

2 rode lijnen,

3 blauwe lijnen,

4 groene lijnen,

5 paarse lijnen,

dan weer 2 rode lijnen,

enz.

Dit levert een concentratieoefening op gecombineerd met tellen.

Een van de volgende dagen geef je bijvoorbeeld deze opdracht:

3 blauwe lijnen,

5 paarse lijnen,

3 blauw,

5 paars

enz.

Of 2 oranje, 4 rood, 2 oranje, 4 rood. Aanvankelijk nooit meer dan 5 lijnen in dezelfde kleur omdat dit overzichtelijk blijft. Later, als de kinderen deze opdrachten goed gewoon zijn en ze al veel geoefend hebben rond het getalbegrip, kan het ook met meer dan 5 lijnen in dezelfde kleur.

 

 

 

4. Elke dag drie oefeningen laten maken. Om die reden hebben de bladen 3 balken of een veelvoud van 3.

5. Geraakt het blad niet af in de voorziene tijd, dan is dat geen probleem. Het blad mag onafgewerkt blijven of kan later, zelfs een heel eind verder in het schooljaar, nog afgewerkt worden. Deze bladen zijn ideaal om op een vrij moment te laten afwerken. De kinderen kiezen zelf welk blad ze willen afwerken — de volgorde speelt geen rol — maar de leerkracht kan ook zelf een blad kiezen en laten afwerken. Zorg dat er een plek in de klas is waar deze vormtekeningen per kind bewaard worden, zodat de kinderen ze zelf kunnen nemen. Het moet een gewoonte worden dat ze, zonder de leerkracht daarvoor te storen, hun bladen kunnen nemen en afwerken zodra ze met een andere opdracht klaar zijn. Daardoor vermijd je de vraag: “Juf, ik ben klaar, wat moet ik nu doen?” Hoe minder je deze vraag hoort, hoe beter. Beter voor de rust in de klas en beter voor de zelfstandigheid van de kinderen. De leerkracht houdt daardoor de handen vrij om kinderen te helpen en om individueel en gedifferentieerd te werken.

 

6. De tekeningen wisselen in het begin steeds af: rechte lijnen – gebogen lijnen. Na ongeveer een maand komen er gecombineerde vormen met rechte en gebogen lijnen. Geleidelijk komen dan de lettervormen tevoorschijn – dit wordt niet vooraf gezegd, maar je laat de kinderen de letters ontdekken. Vanaf de 54e dag ontstaan er gebonden letters en woorden. Laat de kinderen zelf de woorden ontdekken tijdens het schrijven.

 

TIJDSCHEMA EN MATERIAALKEUZE

 

Van dag 1 tot en met dag 27:

Bladen met 3 stroken.

De kinderen gebruiken dunne kleurpotloden.

 

Van dag 28 tot en met dag 35:

Bladen met 6 stroken.

De kinderen gebruiken bij voorkeur een schetspotlood HB.

 

of een vulpotlood van Bic.

 

 

Van dag 36 tot en met 53:

Bladen met 9 stroken.

De kinderen gebruiken een schetspotlood en schakelen over op een vulpen of een zwarte tekenstift of een degelijke kleurstift zodra de leerkracht van oordeel is dat het kind eraan toe is.

 

Een zeer geschikte zwarte stift is deze van Staedler Pigment Liner 0.1:

 

Goede kleurstiften zijn deze van Stabilo Point 88 (met een kortere punt dan de meeste andere stiften):

 

 

DE VOLGORDE VAN DE TEKENINGEN:

Aanvankelijk altijd afwisselend rechte lijnen en gebogen lijnen. Vanaf de 21e dag ook combinaties van rechte en gebogen lijnen.

 

 

Tot hiertoe tekenden de kinderen steeds met kleurpotloden en op bladen met drie stroken. Vanaf nu tekenen de kinderen op bladen met 6 stroken en schakelen ze geleidelijk over op het schetspotlood. De afstand tussen de lijnen is nu kleiner en de tekeningen worden meer en meer herkenbaar als letters. Het is aan de kinderen om te ontdekken welke letters te herkennen zijn. In voorbereiding op het gebonden schrift zijn de meeste vormen schuin overhellend naar rechts.

Elk blad komt nu toe voor twee dagen.

 

De meeste letters worden voorbereid door vormtekeningen waarin de lettervorm uitgerekt of verbreed is waardoor duidelijk te zien is welke bewegingen er bij het schrijven aan bod komen.

Aanvankelijk beginnen de kinderen nog met kleurpotlood, maar met de opdracht om de tekeningen zo zacht mogelijk op het blad te zetten. Ze gebruiken dan ook best donkere kleuren. Als dat behoorlijk goed gaat, krijgen ze een schetspotlood.

 

Welk schetspotlood?

HB is goed geschikt. B is te zacht en H is te hard.

De vulpotloden van Bic met drie stiften erin zijn zeer goed geschikt.

Eén nadeel: de schacht is in kunststof.

Maar er zijn drie voordelen:

1. De punt is altijd scherp, puntenslijpers hoeven dus niet.

2. Met één potlood komen de kinderen ruimschoots toe, tenminste als je erop let dat de kinderen de punt niet te lang maken waardoor hij afbreekt.

3. Deze potloden hebben een gommetje. Een kleine fout kan er snel mee hersteld worden.

 

Na 53 dagen zijn alle bewegingen die in het gebonden schrift – ook van de hoofdletters - aan bod komen in tekeningen geoefend. Vanaf nu krijgen de kinderen werkbladen met ingekleurde stroken.

 

In elke strook zijn drie banden:

 

Bovenaan een blauwe band zoals bovenaan in de kindertekeningen van de eerste klas meestal te zien is. Dit is de “lucht”. In de blauwe band komen de omhooggaande lussen en de stokjes van t en d. De lussen mogen vanaf nu niet meer tegen de bovenrand komen. Bij de tekeningen mocht dit wel, bij het schrijven niet.

 

Middenin een witte band met een paarse lijn onderaan. Dit is de steunlijn om op te schrijven. De kleine letters passen net in de witte band: ze staan op de lijn en komen tot aan de blauwe band. Deze band kun je vergelijken met de middenstrook in een kindertekening: het is de strook waarin her verhaal zich afspeelt. Waarom is de middelste band niet geel? Omdat het – afhankelijk van de print of druk – niet zo handig is om er met een vulpen op te schrijven. Bovendien heeft schrijven op het witte blad mijn voorkeur.

 

Onderaan is een groene band die refereert naar de onderkant van de kindertekeningen: het “gras”. Hierin komen de neergaande lussen, maar deze raken nooit de onderste rand van de groene band.

 

 

De kinderen schrijven eerst op bladen met 6 blauw-wit-groene stroken, daarna op bladen met 9 blauw-wit-groene stroken.

 

Bladen met 6 stroken:

Bladen met 6 stroken kun je hier downloaden.

 

Bladen met 9 stroken:

 

Bladen met 9 stroken kun je hier downloaden.

 

Zodra een kind héél zacht met het schetspotlood kan schrijven, mag het met een vulpen of een zwarte tekenstift schrijven. De overgang van potlood naar vulpen/stift gebeurt derhalve niet klassikaal, maar individueel.

 

De reeks tekeningen en letters is geëindigd met de moeilijke letter f, niet als letter maar als tekening, als bandversiering.

 

Vanaf dag 54 beginnen de kinderen met letters en woorden.

In tegenstelling tot alle andere schrijfmethodes begin je niet met afzonderlijke letters, maar met letters die aan elkaar gebonden zijn. Dat kan — en het is ook vanzelfsprekend — omdat bijna alle voorafgaande tekeningen aan elkaar gebonden waren. De kinderen kennen dit dus al en passen dit vanaf nu toe op de letters.

 

Omdat het saai is om een hele lijn met dezelfde letter te vullen is het aangewezen om er een ritme in aan te brengen. Zo kun je vragen om vijfmaal een letter te schrijven, dan viermaal, dan driemaal, dan tweemaal, dan eenmaal en dan weer vijfmaal enz. Maar je kunt dit in verschillende ritmes doen. De voorbeelden hieronder bevatten verschillende ritmes bij wijze van voorbeeld. Waarom verschillende ritmes? Omdat de kinderen daardoor beter geconcentreerd blijven en regelmatig nakijken wat (en hoeveel) ze al geschreven hebben.

 

Het is ook niet nodig om steeds één letter te herhalen. Omdat de verbindingen tussen de letters toch al geoefend zijn, kunnen de kinderen af en toe een woord schrijven op de bladen met 6 stroken. Zodra de kinderen op bladen met 9 stroken beginnen, schrijven ze hoofdzakelijk woorden en korte zinnen en oefenen ze de afzonderlijke letters alleen nog als het nodig is.

 

De opbouw van het schrijven gaat nu verder als volgt:

1. Letters met een scherpe aanzet binnen de witte band: u, i, n, m, v, w, r, s.

2. Letters met een gebogen aanzet binnen de witte band: c, a, o, e.

3. Letters met een lus in de blauwe band: l, b, h, k, f.

4. Letters met een lus in de groene band: j, g.

5. Letters die halverwege de blauwe band komen: d, t.

6. Letters die halverwege de groene band komen: p, q.

7. De letters z, y en x.

 

Bladen met 6 stroken kun je hier downloaden.

 

54e dag

De letters u, i en n.

Begin met de ongepunte i in een ritme van 4-3-2-1-4-3-2-1-… of een ander ritme, maar steeds de gebonden lettervorm eerst, dan pas de vrijstaande letter. Pas als de i apart staat zet je er een punt op.

Waarom niet op de gebonden en ongepunte i’s? Omdat deze nog refereren naar de bandversiering en nu pas de overgang maken naar de letter i.

Als vanzelf ontstaat de schrijfwijze van de klank ui.

De letter n krijgt een ritme mee: 4-2-1-4-2-1-…

 

 

55e dag:

De letters m, v en w.

Het ritme bij de m is hier 2-1-2-1-2-1-….

Het ritme bij de v is 4-3-2-1-4-3-2-1-…

De w verbind je direct met de i omdat dit gemakkelijker is dan een aantal gebonden w’s achter elkaar.

 

 

56e dag:

De letters w en r.

De w gecombineerd met i en n.

De r eerst in een ritme van 5-3-1-5-3-1-…

Daarna verbonden met u en i.

 

 

 

57e dag:

De letter r in combinatie met u en w.

De letter s in een ritme van 4-3-2-1-4-3-2-1-…

De letter s in combinatie met m en u.

 

 

 

58e dag:

De c in een ritme van 6-4-2-1-6-4-2-1-…

De a in een ritme van 2-1-2-1-…

(lange aa en korte a)

De o in een ritme van 2-1-2-1-…

(lange oo en korte o)

 

 

 

 

59e dag:

De letter e in een ritme van 5-3-1-5-3-1-…

De e verbonden met de n.

De e verbonden met de i: dit geeft de schrijfwijze van de tweeklank ei.

 

 

 

60e dag:

Hier komen de hoge lussen.

De lussen komen net niet tegen de bovenrand van de blauwe band.

Eerst de eenvoudige letter l: 4-3-2-1-4-3-2-1-…

Dan de b: 3-1-3-1-3-1-… Let op de duidelijke verbinding tussen de b’s.

De letter h: 4-2-1-4-2-1-…

 

 

 

61e dag

De letter k: 2-1-2-1-…

De letter f: 3-1-3-1-…

De letter f gaat over drie banden. In de hoogte zoals de l, b, h en k, in de diepte tot de helft (of iets meer) van de groene band.

De letter j: 3-3-1-3-3-1-…

De kinderen mogen de puntjes op de j pas zetten als ze de 3 j’s geschreven hebben.

 

 

 

62e dag:

Het woord jij. Eerst j-i-j schrijven, dan pas de puntjes erop zetten.

De letter g laten we voorafgaan door de a omdat de beweging van de a gemakkelijk kan overgaan in die van de g. Hier komt ter afwisseling geen splitsing tussen de letters.

De letter g: 2-1-2-1-…

 

 

 

63e dag:

De letter d ontstaat uit de beweging van de letter a. Ook hier geen splitsing, maar een doorlopende band (eerst tot aan de vouw, later verder).

De letter a: 2-1-2-1-…

De letter t: 4-3-2-1-4-3-2-1-…

De letter t komt tot halverwege de groene band. Het horizontale streepje op de grens tussen witte en groene band.

 

 

 

64e dag:

De letter p: zoals de t tot halverwege de groene band. 3-2-1-3-2-1-…

De q mag apart blijven staan.

De z: 4-2-1-4-2-1-…

 

 

 

65e dag:

De y (ypsilon): 3-1-3-1-…

De x houden we ook nog even apart. Deze reeks oefeningen over de letters sluit je af met bijvoorbeeld het woord stofje, waarin haast alle bewegingen van het gebonden schrift aan bod komen.

 

 

 

Tijdens de voorbije oefeningen op de bladen met zes stroken zijn alle kinderen van het schetspotlood overgeschakeld op de vulpen of de zwarte tekenstift. Het gebonden schrift kan nu verder ingeoefend worden op ware grootte. De bladen met 9 stroken blauw-wit-groen zijn hierbij een hulp, maar tijdens reken- en taalperiodes kunnen de kinderen ook oefenen op de gelijnde of geruite bladen van hun schriften. In dit geval laat je best tussen elke oefening een lijn open. Het is trouwens heel zinvol om reken- en taaloefeningen regelmatig af te wisselen met schrijfoefeningen omdat deze een moment van ontspanning kunnen zijn tussen het geconcentreerd rekenen of schrijven. Zoals bijvoorbeeld in de tweede klas:

 

 

 

Bladen met 9 stroken kun je hier downloaden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LEREN SCHRIJVEN IN DE EERSTE KLAS (mei 2017)

 

leren schrijven: didactiek.pdf

Een systematische opbouw voor het leren schrijven in de 1e klas. Deze methode gaat uit van het vormtekenen om te komen tot het gebonden schrift. Met drie oefeningen per dag, gespreid over 53 dagen, ontstaat vanuit het tekenen als vanzelf het gebonden schrift. De kinderen schrijven eerst woorden en oefenen daarna (en tussendoor) de afzonderlijke letters.

 

lijnenblad vormtekenen-voorbereidend schrijven met 3 balken voor kleurpotlood voor de oefeningen tot en met de 27e dag (zie leren-schrijven: didactiek in de kolom hiernaast).

lijnenblad met 3 balken voor kleurpotlood

 

Lijnenblad vormtekenen-voorbereidend schrijven met 6 balken voor kleurpotlood of schetspotlood vanaf de oefeningen voor de 28e dag tot en met de oefeningen voor de 36e dag (zie leren-schrijven: didactiek in de kolom hiernaast).

lijnenblad met 6 balken voor kleurpotlood of schetspotlood

Lijnenblad vormtekenen- voorbereidend schrijven met 9 balken voor schetspotlood vanaf de oefeningen voor de 37e dag tot en met de 53e dag. (zie leren-schrijven: didactiek in de kolom hiernaast).

 

 

Lijnenblad met 6 stroken blauw-wit-groen voor het gebonden schrift, te gebruiken vanaf dag 54 tot en met dag 65. (zie leren-schrijven: didactiek in de kolom hiernaast).

 

 

 

 

Lijnenblad met 9 stroken blauw-wit-groen voor het gebonden schrift te gebruiken vanaf dag 66. (zie leren-schrijven: didactiek in de kolom hiernaast).

 

 

 

 

Eerdere versies van leren schrijven via het vormtekenen:

 

De kunstzinnig-dynamische schrijfmethode deel 1

 

De kunstzinnig-dynamische schrijfmethode deel 2 (over het kleutertekenen)

 

De kunstzinnig-dynamische schrijfmethode deel 3 (ritmisch tekenen)

 

De kunstzinnig-dynamische schrijfmethode deel 4 (het gebonden schrift)

 

Werkbladen om te downloade en te printen:

 

Blad met 3 balken voor het ritmisch tekenen

 

Blad met 4 balken voor het ritmisch tekenen

 

Blad met 7 balken voor de overgang van tekenen naar schrijven

 

Blad met 6 balken voor het gebonden schrift met potlood

 

Blad met 7 balken voor het gebonden schrift met potlood of vulpen

 

Blad met 9 balken voor het gebonden schrift met vulpen (of potlood)