leren lezen

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

 

 

 

LEREN LEZEN

 

Een natuurlijke en kunstzinnige methode om te leren lezen. Zonder gebruik te maken van dure didactische hulpmiddelen. Met snel resultaat.

 

Leren lezen deel 1: overzicht van de methode (pdf-bestand)

Leren lezen deel 2: analyserend en synthetiserend (pdf-bestand)

Letterbeelden aanbrengen in het eerste leerjaar (groep 3)

 

 

DE KUNSTZINNIGE LEESMETHODE © Luc Cielen

 

Deze methode steunt op volgende basisprincipes:

 

Verhalend met voor- en navertellen.

Sprookjesbeelden

Sterke auditieve benadering

Visuele ondersteuning met levendige beelden (gebruik van het bord)

Verbonden met ritmiek (beweging)

Kunstzinnig in aanbrengen en verwerken

Analyserend en synthetiserend

 

en daarbij valt op:

 

Geen handboeken

Geen dure didactische hulpmiddelen

Bevrijd van het AVI-niveaulezen

 

Daardoor is deze leesmethode geschikt voor alle soorten en vormen van onderwijs. Zelfs op plaatsen waar geen leerboeken voorhanden zijn kan met de middelen die er wél zijn deze leesmethode vruchtbaar aangewend worden. Bijvoorbeeld in thuisonderwijs.

 

 

 

 

Deze leesmethode werd ontwikkeld door Luc Cielen in 1992, op basis van zijn ervaringen met de steinerpedagogie. Hij paste ze toe in zijn klas in De Wingerd in Brasschaat en nadien werd deze methode jaarlijks in de eerste klas gebruikt in Rinkrank, door diverse leerkrachten.

 

 

Meestal wordt deze leesmethode in periodes (projectweken) van 2 à 3 weken gevolgd. Tussen de periodes wordt er alleen (dagelijks) herhaald. Maar het is ook heel goed mogelijk om deze methode in te passen in het reguliere onderwijs waarin dagelijks een lesuur besteed wordt aan het leren lezen.

 

 

Sommige leerkrachten gaven er de voorkeur aan om letterkaartjes te maken voor de kinderen. Dat kan, maar het is absoluut geen vereiste. Letterkaartjes zijn altijd een extra zorg voor de kinderen om ze bij te houden en op orde te houden.

 

Deze leesmethode is veel meer gericht op het enthousiasmeren van de kinderen zodat ze zelf overal en altijd met interesse teksten bekijken en oefenen, zelfs zonder het zich bewust te zijn.

 

Letterkaartjes leggen heel sterk de nadruk op het oefenen, op het moeten oefenen en zijn daardoor soms een ballast en zelfs een hindernis.

 

Letterkaartjes zijn ook eenzijdig gericht op het synthetiserend werken. Aan de hand van letters woorden maken is slechts één aspect van het leren lezen. Veel belangrijker is echter het analyserend omgaan met teksten. Uit zinnen woorden afzonderen, uit woorden letters afzonderen. Zowel auditief als visueel.

 

 

Verhalend met voor- en navertellen

 

Het aanbrengen van de letters gebeurt op basis van sprookjes. Elke letter kan uit één bepaald sprookje gedistilleerd worden, maar het is even goed mogelijk om uit één sprookje diverse letters te halen. Een voorbeeld van beide mogelijkheden vind je hier.

 

Welke sprookjes komen in aanmerking?

 

Alle sprookjes die rijke en stevige beelden bevatten komen in aanmerking; De sprookjes van Grimm zijn meestal uitstekend geschikt. Bij voorkeur zijn het sprookjes die een visie geven over de ontwikkeling van de mens. Een lijst van zulke sprookjes vind je hier.

 

Als er meer dan één letter uit een sprookje komt, dan is er gelegenheid om het sprookje te laten navertellen door de kinderen. De leerkracht vertelt zelf de eerste keer, de kinderen vertellen in de loop van de volgende dagen of lessen het hele sprookje of gedeelten ervan na. telkens bij wijze van inleiding op de les.

 

Hoe vertelt de leerkracht het sprookje?

 

Zonder het boek. Het is geen voorlezen, maar vertellen.

 

De leerkracht heeft de beelden van het sprookje, en vooral het beeld dat hij wil gebruiken om de letter aan te brengen, grondig voorbereid. Hij zorgt er bij het vertellen voor dat het gekozen beeld het meest is uitgewerkt. De andere beelden in het sprookje komen daardoor iets minder sterk naar voren. De tekst van het sprookje zoals die in het boek staat hoeft zeker niet letterlijk gevolgd te worden. Die tekst is een leestekst, bestemd voor lezers. De leerkracht echter moet levendig vertellen en daarom in eigen bewoordingen het verhaal brengen. De afzonderlijke beelden worden uitgebreider verteld dan in het boek.

 

Wanneer vertelt de leerkracht het sprookje waaruit een letter komt?

 

Dat kan bij het begin van de les zijn.

Maar kan beter een dag eerder gebeuren. Zodat er een nachtje overheen kan gaan en de beelden bij de luisteraars (kinderen) meer bezonken zijn.

Het kan ook gebeuren tijdens het verteluur of in de les cultuurbeschouwing.

 

Hoe laten navertellen?

 

De kinderen krijgen regelmatig de kans om gedeelten van het sprookje na te vertellen. Zelden het héle sprookje laten navertellen.

Dit gebeurt meestal als de leerkracht het sprookje in herinnering wil brengen bij het aanbrengen van een letterbeeld.

 

Sprookjesbeelden

 

Visuele ondersteuning met levendige beelden (gebruik van het bord)

 

Het gebruik van het bord is een essentieel onderdeel van deze methode. De sprookjesbeelden krijgen er hun plaats - geen voorgedrukte afbeeldingen, wel levendige afbeeldingen gemaakt door de leerkracht. Ook de letters worden er steeds opnieuw op getekend, zodat het geheel beweeglijk, levendig en fris blijft.

Het bord krijgt ook een belangrijke rol in het oefenen: analyse-oefeningen en syntheseoefeningen worden er aan de hand van door de leerkracht geschreven zinnen, woorden, lettergrepen en letters gemaakt.

 

 

 

 

 

Klassiek lezen versus digitaal lezen

Wat je op de klassieke manier leest blijft beter hangen dan wat je digitaal leest. Letters maken meer indruk op papier dan op een scherm.

Lees verder

 

Lijst van letters en lettercombinaties met een mogelijke volgorde van aanbrengen in de eerste klas en de erbij horende beelden uit sprookjes. (2017) pdf

 

Letters en lettercombinaties met sprookjesbeelden en uitleg over het gebruik ervan in de eerste klas. (2017) htm