grammatica

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

 

TAAL NEDERLANDS GRAMMATICA

 

 

Grammatica in de 2e klas (groep 4): woordsoorten: werkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord en lidwoord.

 

Grammatica in de 3e klas (groep 5): alle woordsoorten: werkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, lidwoord, bijwoord, voegwoord, voornaamwoord, voorzetsel, telwoord, tussenwerpsel. Gebruik van de interpunctie. Persoonsvorm en onderwerp. Tegenwoordige tijd, verleden tijd en toekomende tijd van het werkwoord.

 

Grammatica in de 4e klas (groep 6): alle woordsoorten (meer in detail). Persoonsvorm en onderwerp. Interpunctie. Alle actieve tijden van het werkwoord.

 

Grammatica in de 5e klas (groep 7): alle woordsoorten (nog meer in detail), Interpunctie. Persoonsvorm en onderwerp. Lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, handelend voorwerp, bijwoordelijke bepalingen, bijvoeglijke bepaling. Alle actieve en passieve tijden van het werkwoord. Zinsleer. Directe en indirecte rede. Taalkundige en redekundige ontleding.

 

Grammatica in de 6e klas (groep 8): taalkundige en redekundige ontleding. Zinsleer.

 

 

In het Nederlands evolueren sterke werkwoorden naar zwakke werkwoorden. Soms gaat dit een beetje te snel en kan Van Dale niet volgen. Voorbeeld.