vissen

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

VISSEN

 

Nederlands Vissen

Latijn Pisces

Frans Poissons

Engels Fishes

Duits Fische

Italiaans Pesci

Spaans Peces

Portugees Peixes

Het laatste van de sterrenbeelden van de Dierenriem.

 

De Vissen in de Griekse mythologie

Het was in de begindagen van de schepping. Grote dramatische gebeurtenissen in de goddelijke wereld hadden al plaats gevonden. Zeus was, na vreselijke oorlogen, oppermachtig geworden en regeerde over de hele schepping. Hij zetelde hoog op de heilige Olympus. Maar een late nakomer van de titanenstrijd veroorzaakte een enorme paniek onder de Olympische goden. Het was het monster Typhon, verwekt door aardemoeder Gaea na een vrijage met de oude god van de onderwereld Tartarus.

Typhon bestond slechts uit duisternis, hij was een waar gedrocht en bezat geweldige onderaardse krachten. Hij had een enorm lijf dat van op de aarde tot aan de hemel reikte. Zijn benen waren levende kronkelende slangen. Zijn armen strekten zich aan weerszijden van zijn romp uit over wel honderd mijl. Zijn handen eindigden in ontzaglijk lange vingers die zelf weer eindigden in levende slangenkoppen. Hij had een geweldige ezelskop met oren die tot in de sterrenhemel omhoog staken. Hij had vleugels, eigenlijk vlerken, die zo groot waren dat ze de hele hemel bedekten en het zonlicht verduisterden. Uit zijn ogen schoten voortdurend vonken en uit zijn mond rolden onophoudelijk vlammende rotsblokken.

Het was deze Typhon die zich onmiddellijk na zijn geboorte tegen de Olympus richtte en de goden bedreigde. De goden sloegen hals over kop op de vlucht en zelfs Zeus, die toch zo machtig was, zette het op een lopen. Alleen zijn dochter Athena vatte enigszins moed en verweet haar vader zijn laffe vlucht. Zeus vermande zich, draaide zich om en ging de strijd met het monster aan. Hij slingerde zijn bliksemschichten en viel Typhon aan met zijn vuurstenen sikkel. Typhon vluchtte voor deze plotse weerstand en zocht zijn heil in Syrië.

Zeus, al zeker van zijn overwinning, gaat hem triomfantelijk achterna, maar plots keert Typhon zich om en grijpt met zijn mijlenlange reuzenarmen de hoogste der goden vast. Hij snijdt de pezen uit Zeus’ voeten, zodat deze niet meer kan lopen. Hij verbergt die pezen in een berenhuid die hij vervolgens in een grot opbergt en laat bewaken door zijn zus Delphyne. Die zus van Typhon is al even wanstaltig als hijzelf en het onderscheid tussen beide kan je slechts maken dankzij de enorme staart in de vorm van een levende slang die alleen bij Delphyne te bemerken valt.

Ondertussen zijn alle goden naar Egypte gevlucht. Athena zoekt hen daar op en smeekt hen om Zeus te gaan redden. Maar de geschrokken goden verroeren zich niet. Ten slotte laten Hermes en Pan zich door Athena overreden en worden beschaamd om hun eigen angsten. Ze trekken naar Syrië en komen bij de grot die bewaakt wordt door Delphyne. Pan begint op zijn fluit te spelen. Het is niet een zoetgevooisde melodie, maar het zijn erbarmelijk hoge schrille tonen die hij produceert. Delphyne weet niet waar die snerpende geluiden vandaan komen en geraakt in paniek. Ze vergeet daardoor haar opdracht en van de verwarring maakt Hermes gebruik om snel en ongezien de grot binnen te glippen. In een snelle graai heeft hij de pezen te pakken en vlucht de grot uit, richting Syrië waar Zeus onmachtig ter plaatse was gebleven. Hermes schenkt hem de pezen, Zeus plaatst ze weer waar ze thuishoren en kan weer lopen.

Hij bestijgt nu zijn strijdwagen en vuurt zijn gevleugelde paarden aan. Als in een wilde storm trekt hij ten strijde tegen Typhon. Zijn bliksemschichten treffen het monster zonder ophouden. Nu vlucht Typhon naar de drie schikgodinnen, de Erinyen Clotho, Lachesis en Atropos. Ze doen alsof ze hem in bescherming nemen, en om hem zogezegd op krachten te laten komen, schenken ze hem een eendaagse vrucht. Typhon eet ervan, maar het betekent zijn ondergang. Zijn krachten nemen nu zienderogen af. Aanvankelijk kan hij zich nog hevig verweren tegen de aanvallen van de woeste Zeus door enorme rotsblokken op de god te werpen. Maar Zeus kan ze alle met zijn bliksems verpulveren. Zo komt het dat nu nog steeds talloze rotsblokken in de Egeïsche Zee te vinden zijn. Het zijn al die grote en kleine eilanden die over de zee uitgewaaierd liggen. Sommige bliksems verpulveren de rotsen niet, maar werpen ze gewoon terug naar Typhon, die erdoor verwond wordt en veel bloed verliest. Ten slotte is hij zo verzwakt dat hij zich nog amper staande kan houden. Vuur en gloeiende, brandende stenen lopen nog wel uit ogen en mond, maar zijn krachten nemen duidelijk sterk af. Zeus werpt dan een enorme berg bovenop het monster en daar ligt hij nu nog steeds, vuur en vlammende rotsblokken uitbrakend: de vulkaan Etna op Sicilië.

Zelfs in Egypte waanden de meeste goden zich nog niet veilig en om zeker te zijn aan de razende Typhon te ontsnappen waren bijna alle goden in de Nijl gesprongen of hadden de gestalte van een dier aangenomen. Reden waarom in Egypte sindsdien de goden werden afgebeeld als dieren of met een dierenkop. Bij het sterrenbeeld Steenbok vernemen we hoe de god Pan zich in een steenbok veranderde en in de Nijl sprong. Zijn metamorfose was echter maar gedeeltelijk geslaagd en zo komt het dat hij wordt afgebeeld als een steenbok met een vissenstaart. Zie Steenbok.

Onder de vele goden waren ook Aphrodite en haar zoontje Eros, de liefdesgod. Ook zij waren in paniek naar Egypte gevlucht en hals over kop in de Nijl gesprongen. Maar Aphrodite, bezorgd als ze was om haar schattig zoontje, had toch nog de tegenwoordigheid van geest gehad haar zoontje aan zich vast te binden, zodat zij hem in het water niet zou kwijtspelen. Daartoe had ze haar eigen gordel en die van Eros aan elkaar geknoopt. Als twee vissen zijn ze door het water van de Nijl opgenomen en onzichtbaar geworden voor het monster. Veel later, toen alle gevaar geweken was, en ze beiden weer hun ware goddelijke gestalte hadden aangenomen, hebben ze, als eeuwig aandenken, de vissen, verbonden met de gordels, aan de hemel gezet. En daar waar de knoop van de gordels zich bevindt, zie je de helderste ster van het sterrenbeeld Vissen.

 

De vissen in de Bijbel

In de Bijbel staat het sterrenbeeld Vissen voor de broers Simeon en Levi, zonen van aartsvader Jakob. Simeon is de tweede zoon van Jakob, verwekt bij zijn eerste vrouw Lea.

Zo staat er geschreven:

Zij werd opnieuw zwanger, baarde een zoon en zei: ‘Jahweh heeft gehoord dat ik minder bemind word; daarom heeft Hij mij ook dit kind gegeven.’ En zij noemde hem Simeon. Het volgende kind van Lea en Jakob was weer een zoon: Zij werd nog eens zwanger, baarde weer een zoon en zei: ‘Ditmaal zal mijn man zich wel aan mij gaan hechten, want ik heb hem drie zonen geschonken.’ Daarom kreeg hij de naam Levi.

Lea baarde daarop nog een vierde zoon, maar de liefde van Jakob heeft ze nooit echt gekregen, zijn hart ging vooral uit naar haar zus Rachel.

Simeon en Levi zijn broers die mee aan de oorzaak lagen van het feit dat Jozef als slaaf naar Egypte werd gevoerd. Vele jaren later, als er hongersnood heerst in Kanaän gaan ze samen met de andere broers, maar zonder Benjamin, naar Egypte om graan te kopen. Zij komen daar bij de onderkoning, die niemand minder is dan Jozef, maar ze herkennen hem niet. Jozef echter herkent hen wel en wil hen op de proef stellen. Hij zegt dat ze weer naar huis moeten gaan en terug moeten komen met Benjamin. Om er zeker van te zijn dat ze ook zullen terugkeren naar Egypte, laat hij Simeon in de boeien slaan:

Jozef wendde zich van hen af, de tranen sprongen hem in de ogen. Maar daarna kwam hij bij hen terug en zette het gesprek met hen voort. Een van hen, Simeon, liet hij grijpen en voor hun ogen in boeien slaan. Nu gaf hij bevel hun zakken met graan te vullen.

Als de broers weer bij hun vader Jakob komen, vertellen ze hem wat hen in Egypte overkomen is en zeggen dus ook dat ze naar de onderkoning terug moeten keren, en dat Benjamin mee moet gaan. Maar Jakob is daarover zeer ongerust:

Hun vader Jakob zei tot hen: ‘Jullie maken mij kinderloos. Jozef is weg, Simeon is weg en nu willen jullie Benjamin meenemen. Dat mij dat allemaal moet overkomen!’

Later keren de broers toch naar Egypte terug en nemen Benjamin mee. Jozef is zo gelukkig zijn echte broer weer te zien dat hij zich bekend maakt en hen uitnodigt om in Egypte, in het land Gosen te komen wonen. Zo gebeurt. Jakob en zijn zonen vestigen zich in Egypte en uit hen komt het Joodse volk voort. De zonen van Simeon waren: Jemuël, Jamin, Ohad, Jakin, Sochar en Saül. Deze laatste was verwekt bij een Kanaänitische vrouw. De zonen van Levi waren: Gerson, Kehat en Merari. In Egypte verbleven niet minder dan 66 kleinkinderen van Jakob.

Als Jakob voelt dat hij gaat sterven, roept hij zijn zonen bij zich en zegent hen. Voor ieder van hen heeft hij een aparte uitspraak. Maar alleen Simeon en Levi moeten het samen doen met één zegen (daarom worden zij ook samen genoemd bij de sterrenbeelden):

Simeon en Levi zijn broers van elkaar, hun messen zijn moordtuig. Bij hen wil mijn ziel niet te rade gaan; waar zij bijeen zijn, laat ik mij niet zien. In hun woede hebben zij mannen vermoord, in hun moedwil de stieren verminkt. Vervloekt hun woede, zo hevig; vervloekt hun drift, zo wild; verdelen zal ik hen over Jakob, hen over Israël verstrooien.

De woorden van Jakob komen meer als een vloek over hen neer. Ze hadden het ook wel verdiend, want wie de volledige Bijbeltekst over de zonen van Jakob leest, verneemt hoe vreselijk deze zonen te keer konden gaan. Veel, veel later zal de stam van Levi over het hele volk verdeeld geraken, maar ze krijgt toch een vrij belangrijke functie. Jahweh verkondigt in de loop van de veertig jaren durende woestijntocht welke rol de levieten zullen toebedeeld krijgen. Daarover lezen we in het boek Numeri:

Jahweh sprak tot Mozes: ‘Laat de stam Levi naderbij komen en stel hen in dienst van Aäron, de priester. Voor hem en de hele gemeenschap moeten zij hun taak vervullen bij de tent van de samenkomst en in naam van de Israëlieten een taak vervullen door dienst te doen bij de woning. Gij moet de levieten aan Aäron en diens zonen ter beschikking stellen. Zij moeten hem onvoorwaardelijk ten dienste staan.’

Met deze woorden werden de levieten aangesteld als tempelwachters en tempeldienaars.

Aan Levi hebben we een nog springlevende uitdrukking te danken: ‘Iemand de levieten lezen’. Het wil zeggen dat iemand streng berispt wordt of, met andere woorden, de les gelezen. Het zou wel eens kunnen teruggaan op de vloek die Jakob over deze zoon heeft uitgesproken.

 

De Vissen aan de christelijke hemel

In de christelijke sterrenhemel werd het sterrenbeeld Vissen omgedoopt tot de apostel Matthias. Waaruit nog maar eens blijkt dat dit sterrenbeeld toch niet echt naar waarde werd geschat, want het krijgt als christelijke tegenhanger Matthias, die slechts de plaatsvervanger was van Judas Iskariot, de verrader. Maar goed, Matthias mag er zijn. Hij behoorde oorspronkelijk niet tot de twaalf uitverkoren leerlingen, maar was er toch al vroeg bij. Hij was namelijk een van de tweeënzeventig over wie toch wel enkele keren sprake is in het Nieuwe Testament. We gaan even luisteren bij Lukas in zijn Handelingen der Apostelen, wanneer hij vertelt hoe de apostelen terugkeren van de Olijfberg, waar ze net de hemelvaart van Christus hebben aanschouwd:

Toen keerden zij van de berg, die de Olijfberg heet, naar Jeruzalem terug. Deze ligt dicht bij Jeruzalem op sabbatafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Philippus en Thomas, Bartolomeus en Mattheüs, Jakobus, zoon van Alfeus, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus. Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus en met zijn broeders. In die dagen stond Petrus op temidden van de broeders - er was een groep van ongeveer honderd twintig personen bijeen - en sprak: ‘Mannen broeders, het Schriftwoord moet in vervulling gaan dat de heilige Geest door de mond van David heeft gesproken over Judas, die de gids is geworden van hen die Jezus gevangen namen. Hij behoorde tot ons getal en had aan dit dienstwerk zijn deel gekregen. Deze nu heeft zich met het loon van zijn misdaad een stuk grond verworven; hij stortte voorover, barstte open en al zijn ingewanden kwamen eruit. Dit werd bekend aan alle inwoners van Jeruzalem, zodat die akker in hun taal Akeldame, dat is bloedakker, heet. Er staat immers geschreven in het boek der psalmen: Zijn woonplaats worde een woestenij en niemand wone er meer en ook: een ander neme zijn ambt over. Dus moet een van de mannen die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de heer Jezus onder ons verkeerde vanaf het doopsel van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen met ons een getuige worden van zijn verrijzenis.’ Men stelde er twee voor: Jozef, ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus, en Matthias. Toen baden zij als volgt: ‘Gij Heer, die aller harten kent, wijs degenen aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt, waarvan Judas ontrouw werd om heen te gaan naar zijn eigen plaats.’ Toen liet men hen loten en het lot viel op Matthias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.

Het is maar de kunst om een loterij zo in te kleden dat ze een geestelijk, zelfs goddelijk karakter krijgt. In elk geval, de naam van Matthias werd er voor immer mee gevestigd en wordt (alhoewel steeds minder mensen hem als apostel kennen) tot de twaalf gerekend. Daarmee was vooral het magische getal 12 weer rond, en dat was noodzakelijk vermits die 12 ook konden gelieerd worden aan de 12 stammen van Israël. De goden moeten hun getal hebben, zegt het spreekwoord. Het lot heeft over Matthias beslist, en dat is zo ongeveer het enige dat we van hem weten. Al de rest is verhaal. Maar daar gaat het nu juist om.

Wat is er met Matthias naderhand gebeurd? Is hij net als de andere apostelen na Pinksteren weggetrokken uit Jeruzalem en is hij gaan prediken? Inderdaad. En hij heeft het zich niet gemakkelijk gemaakt. Volgens de overlevering is hij namelijk gaan prediken bij de kannibalen. Of dat ook werkelijk zo was? Het is twijfelachtig, aangezien hij niet opgegeten werd (dan zouden er, behalve afgekloven botten, ook geen relikwieën van hem bestaan). Hij wordt vermeld als de apostel die eerder ter plaatse bleef en in Jeruzalem en Judea werkzaam was als prediker. Wat hij vertelde bleek toch niet in goede aarde te vallen, want hij schoot er het leven bij in. Tweemaal zelfs: hij werd gestenigd én onthoofd.

Daarna wordt er eeuwenlang niets meer over Matthias gehoord. Tot de moeder van keizer Constantijn de Grote (Sint-Helena - er is zelfs een eiland naar haar genoemd, Napoleon kan er over meespreken) zijn relieken vindt en naar Rome laat overbrengen. Helena heeft wel meer dan één wonderbaarlijke reliek teruggevonden. Men gelooft haar op haar woord en de relieken zijn een kostbaar bezit. Zo vertelt men dat Helena zélf de restanten van de apostel naar Trier overbracht en dat heeft dan weer tot gevolg gehad dat deze apostel vooral in Duitsland een grote verering heeft gekend en nog kent.

Met die verering liep het zoals met zo veel andere heiligen over wie weinig of niets bekend was. Men fantaseerde er lustig op los. In de middeleeuwen kende men talloze verhalen over deze heilige. Weinig is daar van overgebleven, tenzij het belang van zijn feestdag op 14 mei. De dag die eraan vooraf gaat is een vigiliedag (een vastendag en dat wijst toch wel op het grote belang van het feest).

Het meeste lezen we over hem in de Actae Andreae et Matthiae waarin we het verhaal vinden over zijn predikingen bij de kannibalen. Al de andere verhalen over hem kan je ook lezen bij de andere apostelen, zoals gevangenschap en wonderlijke bevrijding en zo meer. Omdat hij de enige apostel is die in Duitsland zijn laatste rustplaats heeft gevonden – in Trier oftewel Trèves - is zijn naam in dat land nog overbekend. Heel wat jongens dragen er trouwens zijn naam. Er is iets wat we zeker niet mogen vergeten, en daarom moet hij hier ten overvloede vermeld worden: hij is namelijk de patroon van het begin van het schooljaar (ook van bouwvakkers, gereedschapsmakers, kleermakers, scholieren, slagers, smeden, suikerbakkers, timmerlieden enz.) En als je met een ongeneeslijke hoest zit, denk dan eens aan hem, bid desnoods en hij zal je gedenken en wie weet, zelfs genezen. Maar dat hangt ook voor een deel van jezelf af.

 

Christelijke vissen

Voor sommigen was het verhaal over Matthias nog niet christelijk genoeg. Voor hen was het sterrenbeeld Vissen nog veel sterker verbonden met de figuur van Christus. Zo werden de vissen soms beschouwd als zijnde de twee vissen die Christus bij de prediking op de berg aan vijfduizend mensen (vrouwen en kinderen niet meegerekend) verdeelde. Er was toen ook sprake van vijf broden en na afloop verzamelden de apostelen nog mandenvol kruimels. Of er nog iets van de vissen overbleef wordt niet verteld. In elk geval, de christenen in de eerste eeuwen gebruikten het teken van de vis als een herkenningsteken - nu zie je dat nog regelmatig in kerken en op liturgische gewaden. Daardoor konden christenen tijdens de vreselijke vervolgingen elkaar toch in het geheim ontmoeten.

 

 

De ster van Betlehem

Dit sterrenbeeld werd lange tijd beschouwd als belangrijk om de geboortedatum van Christus vast te stellen. Dat kwam omdat in het jaar 747 auc (= 747 ab urbe condita = vanaf de stichting van Rome) de planeten Jupiter en Saturnus in dit sterrenbeeld in een zeer nauwe conjunctie stonden. De twee planeten werden dan beschouwd als de ster van Bethlehem en dat jaar moest dus de geboorte van Christus geweest zijn. De grote astronoom Keppler meende dat dit de ster was die de Driekoningen naar Bethlehem leidde.

Ster en steen

Op de borstplaat van de Israëlische hogepriester waren 12 stenen bevestigd. Die correspondeerden met de 12 zonen van Jakob en daardoor ook met de 12 sterrenbeelden van de dierenriem.

Exodus 39, 8-14

Een kunstenaar maakte van hetzelfde materiaal als de efod de orakeltas: van gouddraad, paarse, karmijnrode en scharlaken wol, en van getwijnd linnen. Ze was vierkant als het doek dubbelgeslagen werd, een span lang en een span breed, en bestond uit twee stukken. Ze werd bezet met vier rijen edelstenen: een robijn, een topaas en een smaragd vormden de eerste rij; een granaat, een saffier en een aquamarijn de tweede rij. Op de derde waren een hyacint, een agaat en een amethist bevestigd. De vierde bevatte een chrysoliet, een kornalijn en een onyx. Ze waren gevat in gouden zettingen. Er waren twaalf stenen, zoals er twaalf namen zijn van de zonen van Israël. Op iedere steen was de naam van een der twaalf stammen gegraveerd, zoals men dat bij zegels doet.

Steen (mineralogie): Topaas (eerste rij, tweede kolom)

De topaas is een mineraal behorend tot de silicaten. Topaas kan sherrygeel, kleurloos, lichtblauw, bruin of roze zijn. Veel topaas in de handel is in feite gele kwarts (citrien).

De link met het sterrenbeeld is hypothetisch. Er zijn in de literatuur linken met andere stenen te vinden.

 

DE STERREN

 

De gordelknoop

De dubbelster Alpha Piscium heet Al Rescha of Alrisha en duidt de knoop van de gordels aan zoals te lezen stond in het Griekse verhaal. De naam betekent ‘Knoop van twee linten’. Het licht van de ster - in feite een dubbelster - doet er 130 jaar over om tot bij ons te komen. In dit sterrenbeeld is deze Alpha niet de helderste ster, die eer komt toe aan Eta Piscium.

De andere sterren van dit sterrenbeeld worden uitsluitend met hun Griekse letters benoemd en dragen dus geen tot de verbeelding sprekende namen. Blijkbaar was de inspiratie bij dit laatste sterrenbeeld van de dierenriem op.

 

Astronomie:

de zon vertoeft in het sterrenbeeld Vissen van ± 11 maart tot ± 18 april.

 

Astrologie:

de zon vertoeft in het sterrenbeeld Vissen van ± 21 februari tot ± 20 maart.

 

Bordtekening Vissen. Rinkrank
Bordtekening Vissen. Rinkrank