slangendrager

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

SLANGENDRAGER

 

Nederlands Slangendrager

Latijn Ophiuchus

Frans Serpentaire

Engels Serpent-holder

Duits Schlangenträger

Spaans Ofiuco

Italiaans Ofiuco

Dit is het dertiende sterrenbeeld van de Dierenriem. Niet zo voor astrologen, wel voor astronomen. Die laatsten zijn er mee vertrouwd dat er dertien sterrenbeelden zijn waarlangs de zonnebaan en de planetenbanen uitgetekend kunnen worden.

Ophiuchus ligt net ten noorden van de Schorpioen en in het verhaal zullen we ook zien dat het er nauw mee verbonden is. Ten oosten en ten westen van Ophiuchus vinden we het sterrenbeeld Slang (Serpens - een sterrenbeeld dat uit twee afzonderlijke delen bestaat: de kop van de slang en de staart van de slang).

Op de ecliptica is Slangendrager omringd door Schorpioen en Boogschutter. Als men de omvang van het sterrenbeeld goed bekijkt, ziet men dat de zon minstens dubbel zo lang in Ophiuchus verblijft als in Schorpioen.

Dit sterrenbeeld draagt al sinds de vroegste vermeldingen in het antieke Griekenland deze naam.

Maar wie is de slangendrager?

Meestal wordt hij vereenzelvigd met Asclepius, de Griekse god van de geneeskunst. Het verhaal zal dan ook over hem gaan. Twee grote aspecten komen aan bod: het heldenschip Argo, dat we in verschillende sterrenbeelden tegenkomen zoals Ram, Tweelingen, Hercules e.a. Het tweede thema is verwant aan Orion.

De Slangendrager in de Griekse mythologie

Asclepius

De koning van de Lapithen had een dochter, Coronis. Ze woonde aan de oever van het Boibeismeer in Thessalië en had de gewoonte aangenomen om regelmatig in dat meer haar voeten te gaan wassen. Dat bleef niet ongemerkt voor Apollo, die haar zijn liefde bekende en haar in verwachting achterliet toen hij voor zaken naar Delphi moest. Om zeker te zijn van haar trouw aan hem, liet hij een kraai met sneeuwwitte veren bij haar achter. Die moest goed uit zijn ogen kijken en mocht er iets fout gaan, onmiddellijk zijn meester in Delphi daarvan op de hoogte brengen.

De kraai had niet veel moeite om al snel enig fout gedrag vast te stellen. Coronis was namelijk al een tijd verliefd op Ischys, zoon van Elatus uit Arcadië. Nu Apollo er niet was, vond ze het haast vanzelfsprekend dat Ischys het bed met haar deelde. Het was daarbij vooral de kraai die in een opperste staat van opwinding geraakte en hals over kop naar Delphi vloog. Onderweg prees hij zichzelf al gelukkig dat hij door Apollo zou geprezen en beloond worden. Maar toen hij verslag uitbracht, ontstak Apollo in een hevige woede en vervloekte de kraai. Waarom? Omdat hij niet in actie was geschoten toen hij het bedrog zag en de ogen van die vermaledijde Ischys niet had uitgepikt. De vervloeking kwam zo hard aan dat de kraai compleet van kleur verschoot en sindsdien als een zwarte vogel door het leven moet. Zo ook al zijn afstammelingen.

Apollo, die blijkbaar ook niet erg moedig was in deze zaak, ging zijn beklag doen bij zijn zus Artemis. Die wist wél wat ze moest doen. Ze nam haar boog en pijlkoker en schoot die koker helemaal leeg op Coronis. Toen Apollo echter het lijk van zijn geliefde zag liggen, overviel hem diepe droefheid en spijt. Kon hij haar maar weer tot leven wekken. Maar wat hij ook deed, het was vruchteloos. Haar geest vertoefde al in de onderwereld en haar lichaam lag al op de brandstapel. Het vuur brandde zelfs al, toen Apollo plots tot zichzelf kwam, de hoogzwangere buik van zijn geliefde zag en dan ogenblikkelijk de god Hermes liet komen. Hij vroeg hem de buik van Coronis open te snijden en zie, Hermes haalde het nog levende kind uit de schoot van Coronis en overhandigde het aan Apollo. Het was een jongen. Apollo gaf hem de naam Asclepius en voerde hem terstond weg naar de grot van de centaur Cheiron, leermeester van vele helden. Daar groeide de jongen op, leerde er de kunst van het jagen en van het genezen.

Wat gebeurde er met Ischys? Men zegt dat hij door een donderslag van Zeus werd gedood. Maar anderen vertellen dat Apollo hem met pijlen doorzeefde.

Asclepius was de scheepsarts van de Argo, het schip waarmee vele Griekse helden naar Colchis voeren om er het Gulden Vlies te veroveren. Op deze reis deed als hij als geneesheer zo veel ervaring op dat hij er ten slotte in slaagde om zelfs doden weer tot leven te wekken. Die praktijk wilde hij ook toepassen op de grote jager Orion, toen die op bevel van de zonnegod Apollo werd gestoken door een schorpioen. Dat vond Hades, de god van de onderwereld, van het goede te veel - hij vreesde dat hij op den duur geen cliënten meer zou krijgen - en overtuigde Zeus om Asclepius met een bliksemschicht van de aarde weg te nemen en aan de hemel te plaatsen. En zo gebeurde.

Caecius

Dit sterrenbeeld werd niet bij iedereen beschouwd als de grote geneeskundige Asclepius (voorvader van Hippocrates). Sommigen zagen er Caecius in, een mythische figuur die door Heracles werd verslagen.

Laocoön

Anderen zagen in de figuur van dit sterrenbeeld de Trojaanse priester Laocoön.

Deze priester is vereeuwigd in Homerus’ Ilias. Hij verschijnt ten tonele op het moment dat de Grieken na tien jaar belegering de strijd (schijnbaar) opgeven en plotseling vertrekken. De Trojanen verlaten daarop de stad en gaan voorzichtig in het Griekse kamp rondsnuffelen ondanks de waarschuwingen van de priester Laocoön. Deze richt op het strand een offeraltaar op en brengt een offer aan de goden om hun zegen af te smeken over het einde van de strijd. Maar zie, een reuzenslang komt uit de zee, en tijdens de offerplechtigheid worden Laocoön en zijn beide zoons door de zeeslang gewurgd. Deze episode uit de Ilias is beroemd geworden door de beeldengroep ‘Laocoön’ die in de Griekse Oudheid in marmer werd gehouwen en nog tot op onze dagen bekend is gebleven.

 

 

De Slangendrager in de Bijbel

Ophiuchus, alias Asclepius, wordt niet alleen afgebeeld met de slang, dikwijls draagt hij ook een staf waaromheen de slang zich kronkelt. Dat beeld is ook in het Oude Testament bekend. En wel op tweevoudige wijze.

Mozes en de slang

De eerste keer ontmoeten we het beeld van de slang als Mozes en zijn broer Aäron naar Farao gaan om te vragen of de Israëlieten het land mogen verlaten om een offer te brengen aan Jahweh, hun God. Om Farao te overtuigen zoeken Mozes en Aäron hun toevlucht in het verrichten van wonderen. Een van de wonderen is het veranderen van een stok in een slang. Dat de tovenaars van farao dat trucje ook kennen, is pech voor de Israëlieten. Als na vele andere wonderen - waaronder de bekende ‘Tien Plagen van Egypte’ - farao de Israëlieten uiteindelijk laat vertrekken, zwerven de Israëlieten 40 jaar rond in de woestijn. Ze krijgen er onder andere hun 'Tien Geboden', maar weten zich daar nog niet goed aan te houden en zo komt het dat Jahweh toch regelmatig een straf over zijn volk moet zenden.

Zo lezen we in het boek Numeri:

Van de berg Hor trokken zij in de richting van de Rietzee, want zij wilden om Edom heen trekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. Het keerde zich tegen God en tegen Mozes: ‘Hebt u ons uit Egypte gevoerd om te sterven in de woestijn? Er is geen brood, er is geen water en dat minderwaardige eten staat ons tegen.’ Toen zond Jahweh giftige slangen op het volk af. Deze beten de Israëlieten en velen van hen vonden de dood. Nu kwam het volk naar Mozes en zei: ‘Wij hebben gezondigd, want wij hebben ons tegen Jahweh en tegen u gekeerd. Bid Jahweh dat Hij die slangen van ons wegneemt.’ Toen bad Mozes voor het volk en Jahweh zei tot hem: ‘Maak zo’n giftige slang en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is en er naar opziet, zal in leven blijven.’ Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal. Ieder die door een slang was gebeten en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven.

Zo komen we aan het beeld van de slang die zich om de staf wikkelt. Een beeld dat tot symbool is geworden voor al wie genezing zoekt. Dokters, apothekers en dierenartsen gebruiken deze symboliek ter herkenning en als uithangbord.

De staf van Aäron

Soms werd de slang die omheen Ophiuchus kronkelt gezien als de staf van Aäron die een slang werd, en dan is Ophiuchus de figuur van Aäron. Soms ziet men in het sterrenbeeld Slang de bronzen slang die Mozes vervaardigde en dan is het sterrenbeeld Ophiuchus niemand minder dan Mozes zelf.

De Slangendrager aan de christelijke hemel

Ook de christenen herkenden in dit grote en mooie sterrenbeeld een van hun illustere voorgangers. Wie met enige aandacht de twaalf sterrenbeelden van de dierenriem in hun christelijke betekenis heeft gevolgd, weet dat er één grote figuur tot nu toe ontbreekt. Het is de dertiende apostel. De man die Christus zelf nooit gekend heeft. De man die de christenen eerst vurig vervolgde, maar als door de bliksem getroffen plots tot inkeer komt en de meest vurige verdediger van het christendom werd. Het is Paulus.

In de christelijke hemelkoepel zien we op de plaats waar Ophiuchus hoort te staan het sterrenbeeld Paulus. Niet zo’n slechte keuze van Novidius, die een christelijke sterrenkoepel samenstelde. Ophiuchus - hier dus Paulus - is immers het dertiende sterrenbeeld op de Ecliptica en dus moest Paulus, de dertiende apostel, wel aan de beurt komen.

Paulus is vooral bekend geworden dankzij de Handelingen der Apostelen van evangelist Lukas en door de vele brieven die hij schreef aan de christengemeenten die hij stichtte in Klein-Azië. Het woord ‘gemeente’ is trouwens bewaard gebleven in het protestantse christendom en is daar gelijkwaardig aan ons begrip parochie. Soms noemt men het protestantisme dan ook wel eens het Pauluschristendom terwijl dat van de katholieken dan het Petruschristendom genoemd wordt. Dat laatste omdat de katholieken de paus erkennen als de opvolger van Petrus. Volgens de legende stierven beide stichters van het christendom op dezelfde dag en op hetzelfde uur in Rome onder de regering van keizer Nero.

Paulus was afkomstig uit Tarsus, een stad in Silicië, nu Turkije, waar hij omstreeks het jaar 10 voor Christus werd geboren. Van beroep was hij tentenmaker, een ambacht dat hij waarschijnlijk van zijn vader had geleerd. Zijn vader was bovendien een farizeeër, en ook die eigenschap ging op zijn zoon over. Daarmee weten we dus dat hij uit de Joodse gemeenschap afkomstig was, en nog wel uit een streng orthodox milieu. De farizeeën waren destijds gekend als Joden die nauwgezet volgens de wet leefden. Het was dan ook niet verwonderlijk dat juist deze Joden zo tegen de christenen gekant waren en hen ook daadwerkelijk vervolgden. Paulus, die toen nog Saulus heette, was zelfs aanwezig bij de steniging van de eerste christelijke martelaar, Stefanus. Hij zou niet zelf met stenen hebben gegooid, maar moest op de kleren letten van hen die wél gooiden.

Korte tijd later, onderweg naar Damascus om daar christenen te gaan vervolgen, wordt hij van zijn paard gebliksemd. Al is het helemaal niet zeker of hij te paard reed. Waarschijnlijk was hij gewoon te voet. Tegelijkertijd ziet hij in een visioen Christus. In Damascus aangekomen verandert hij zijn naam in Paulus en begint de leer van Christus te verkondigen. Zijn geloofsgenoten weten niet wat ze horen. Ze zijn zo verbolgen dat ze hem stante pede uit de stad verjagen. In een mandje wordt hij vanaf de stadsmuur neergelaten en Paulus vlucht naar Jeruzalem en van daaruit naar Tarsus. Dan begint zijn ware apostolaat.

Hij predikt op vele plaatsen in Klein-Azië, maakt vele reizen en sticht her en der nieuwe christengemeenten. Het contact met die gemeenten onderhoudt hij via brieven. De teksten van die brieven worden in de kerk nog steeds veelvuldig gebruikt als lezing (eertijds epistel genoemd). Op een van zijn reizen komt hij in Jeruzalem terug, waar een dispuut met Petrus en andere apostelen wordt bijgelegd, maar waar hij ook gevangengenomen wordt. Hij wordt in Caesarea gevangengezet en later per schip naar Rome gezonden. Hij lijdt echter schipbreuk en belandt zo op Malta. In het jaar 60 is hij in Rome actief als predikant. En al verschilt hij in vele zaken duidelijk van Petrus, toch werken ze samen - althans volgens de legenden - in deze stad aan de verkondiging van de christelijke leer. In 64 worden beiden gevangen genomen en op 29 juni ter dood gebracht. Paulus was 74 jaar oud.

Een van de meest opvallende teksten van Paulus gaat over de kracht van de geest als wapen. Daarover schrijft hij in de brief aan de Efezers. Om daaraan te herinneren wordt hij meestal afgebeeld met een zwaard. Men moet dat zwaard dus niet letterlijk interpreteren. Men moest hem nu eenmaal een attribuut geven om hem te herkennen. Petrus was gemakkelijk, die kreeg op afbeeldingen de hemelsleutels. Paulus dus het geestelijke zwaard. Het is te vergelijken met het beeld van de draak dat bij diverse heiligen te vinden is. Die draak is het symbool voor de ketterij, voor de heiden. Overwinning van de draak betekent dus overwinning op het heidendom of de ketterij.

Meer over Paulus bij het sterrenbeeld Perseus

De meest bekende christelijke hemelkoepel, die van Julius Schiller, vermeldt niet Paulus als het sterrenbeeld Ophiuchus - Paulus is daarin het sterrenbeeld Perseus - maar Benedictus.

De Slangendrager als monnik

 

Waarom krijgt de heilige Benedictus in de gekerstende sterrenhemel van Schiller (Atlas Coelestis seu Harmonia Mundi), uitgegeven in 1660 in Amsterdam zo’n belangrijke plaats? Omdat Benedictus als bijnaam draagt: ‘Vader van Europa’. Die titel heeft hij te danken aan zijn werk als kloosterstichter en het opstellen van de kloosterregel die ten grondslag ligt aan alle latere kloosterregels. De kern van zijn kloosterregel was ‘ORA ET LABORA’, bid en werk. Deze spreuk, en de uitwerking ervan heeft er voor een belangrijk deel voor gezorgd dat Europa de ontwikkeling heeft doorgemaakt zoals we die kennen.

Benedictus leefde in de zesde eeuw in de omgeving van Perugia, in Italië, niet ver van de plaats waar zes eeuwen later die andere grote kloosterstichter, Franciscus, leefde. Hij was telg van een rijke familie. Toen hij 14 jaar was gaf hij zijn fortuin weg, verliet zijn familie en vestigde zich bij een ascetengroep in Affile. Later trok hij zich terug in een spelonk in Subiaco, ten oosten van Rome. En zoals het wel meer gebeurt met jonge mannen, hij was véél strenger en radicaler dan zijn oudere collega-kluizenaars.

Hij leidde een leven van opoffering en kastijding. Hij rolde zich op momenten dat lusten hem bedreigden, naakt door een doornstruik - de doornstruik staat als sterrenbeeld Serpens bij hem. Dat sprak de monniken van Vicovaro zo sterk aan dat ze hem tot hun overste kozen. Dit hadden ze beter niet gedaan, want Benedictus hield niet van halfslachtige toestanden en verstrengde het leven in het klooster zo zeer, dat de monniken zodanig spijt kregen van hun keuze dat ze geen andere oplossing zagen dan hem te vergiftigen. Maar toen de schaal met het vergiftigde voedsel in de handen van Benedictus kwam, maakte hij er een kruisteken over, en zie, de schaal brak in stukken. Omdat hun opzet mislukt was, hadden de monniken geen andere keuze; ze gingen weg en lieten Benedictus alleen achter in het klooster.

Benedictus trok het zich blijkbaar niet zo aan, en verzamelde al snel enkele andere monniken om zich heen. Zo deed hij ervaring op met het kloosterleven en toen hij daarvan goed doordrongen was, en er zich bij hem een heldere visie daarover ontwikkelde, achtte hij de tijd rijp om een eigen klooster te stichten. Het werd het klooster van Montecassino. Het klooster dat model heeft gestaan voor tal van andere kloosters.

De kloosterregel van Benedictus ging uit van het principe:

8 uur slapen

8 uur bidden

8 uur werken

Al snel werden er in Italië, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Engeland en de Nederlanden kloosters opgericht die de regel van Benedictus volgden. Het zijn de benedictijnen, die moerassen drooglegden, grote stukken land in bezit namen en er boerderijen oprichtten en in feite de grote stimulators zijn geweest van de middeleeuwse beschaving. De trappisten (cisterciënzers) volgen nog steeds de regel van de heilige Benedictus.

In de ogen van velen is deze Benedictus dan ook een soort patriarch van het westen en dus verdient hij deze belangrijke plaats aan de hemel alleszins.

 

DE STERREN

De herder

Alpha Ophiuchi heet ook Ras Alhague: het hoofd van de Slangendrager. De echte betekenis van de naam is 'de herder'. Deze heldere witte ster is slechts 60 lichtjaar van ons verwijderd.

De hond

Bèta Ophiuchi heet ook Kelb Alrai; dat betekent ‘hond van de herder’ of volgens anderen ‘het hart van de herder’. Het hangt er maar van af hoe je het Arabische woord kalb vertaalt. In feite kan je het pas weten als je het hoort uitspreken. Dan weet je zeker of het hart of hond betekent.

Deze ster staat op 125 lichtjaar van de aarde.

De vorige of de volgende?

Eta Ophiuchi heet ook Sabik wat ‘de voorafgaande’ betekent. Sommigen zeggen dat het ‘de volgende’ wil zeggen. Deze ster bevindt zich op 73 lichtjaar van de aarde.

De snelste

In het sterrenbeeld Ophiuchi vinden we de ster die zich het snelst aan de hemel verplaatst. Ze schuift ieder jaar 10'25" op. Ze heet Velox Barnardi. In het woord Velox zien we de betekenis snel. Deze lichtzwakke doch snelle ster staat slechts op 6 lichtjaar van de aarde.

 

 

Astronomie:

de zon beweegt door het sterrenbeeld Slangendrager van ± 30 november tot ± 17 december.

Astrologie:

Slangendrager is geen sterrenbeeld van de zodiak in de astrologie