maagd

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

MAAGD

Nederlands Maagd

Latijn Virgo

Frans Vierge

Engels Maiden

Duits Jungfrau

Italiaans Vergine

Spaans Virgo

Portugees Virgem

De Maagd in de Griekse mythologie

De maagd in dit verhaal is Korè of Persephone die in Rome bekend was als Proserpina.

Persephone (Proserpina) was de dochter van Demeter (Ceres) en Zeus (Jupiter).

Demeter, godin van de vruchtbaarheid en meer specifiek van de landbouw, hield ontzettend veel van haar dochter Persephone. Ze kende de streken van de andere goden en hield daarom steeds een waakzaam oog op haar dochter. Toch overkwam het haar dat ze Persephone uit het oog verloor, toen die op het eiland Sicilië, dichtbij Henna op een weide aan het spelen was met de dochters van de zeegod Oceanus. Op een moment dat Persephone zich alleen op een weiland bevond, scheurde plotseling de grond open en Hades, de god van de onderwereld, die in Rome Pluto werd genoemd, steeg uit de onderwereld omhoog, gezeten op een strijdwagen, getrokken door vurige paarden. Bliksemsnel roofde hij Persephone en voerde haar naar de onderwereld, waar hij haar naast zich op de troon plaatste en tot koningin van de onderwereld aanstelde. Ze was in zijn macht en kon niet meer naar de zonovergoten kleurrijke wereld terugkeren. Hades nam haar tevens tot zijn echtgenote.

Moeder Demeter stelde korte tijd later de verdwijning van haar dochter vast. Angstig speurde ze overal rond, en al snel sloeg de angst om in wanhoop, want Persephone was nergens te vinden en niemand kon haar vertellen wat er met haar gebeurd was.

Negen dagen en negen nachten dwaalde Demeter weeklagend over de aarde, op zoek naar haar kind. Ieder die ze op haar weg ontmoette, klampte ze aan en vroeg of hij of zij Persephone had gezien. Maar niemand kon haar vraag beantwoorden. Zij richtte zich ook tot de goden, en pas op de tiende dag kreeg de alziende god Helius medelijden met de doodbedroefde Demeter en vertelde haar hoe hij, vanaf zijn hoge post aan de hemel, had gezien hoe Hades haar dochter had geschaakt.

Demeter vreesde te sterven van verdriet. Ze kleedde zich in lompen en trok zich uit het gezelschap van de goden terug. Als een oude, arme vrouw zwierf ze over de aarde. De mensen herkenden haar niet en behandelden haar ruw en joegen haar weg. Ten slotte belandde ze in Eleusis, een plek niet ver van Athene. Daar herkenden de eenvoudige mensen haar en namen haar gastvrij in hun midden op. Daar werd ze verzorgd en getroost. Ze bouwden zelfs een tempel voor haar waarin ze kon wonen.

Demeter was zo boos op Zeus omdat hij niets gedaan had om de ontvoering door Hades te voorkomen, dat ze besloot zich helemaal in de tempel terug te trekken en de aarde aan haar lot over te laten. Daardoor werd de aarde dor en onvruchtbaar. Een grote hongersnood brak uit die zo lang aanhield dat de mensheid dreigde volledig om te komen.

Toen Zeus dat merkte, was hij eindelijk bereid om zich naar zijn broer Hades te begeven en met hem te spreken over de teruggave van Persephone. Hoewel Hades aan zijn eega gehecht was en haar niet meer wilde afstaan, kon Zeus toch een compromis bereiken. Twee derde van het jaar zou Persephone bij haar moeder mogen doorbrengen en een derde van het jaar zou ze als koningin naast Hades over de onderwereld heersen.

Wanneer Persephone bij haar moeder in de bovenwereld verbleef, was de aarde vruchtbaar en groeiden er bloemen en vruchten. Maar in de herfst, als Persephone volgens de afspraak naar de onderwereld terugkeerde, verviel de aarde in onvruchtbaarheid, verloren de bomen hun bladeren en werd het winter.

Demeter beloonde de mensen van Eleusis om hun gastvrijheid en schonk aan de zoon van de koning, Triptolemus, de landbouw. Ter ere van Demeter en Persephone werden daarop de jaarlijkse Eleusinische Mysteriën gevierd, waarin deze geschiedenis voor de ingewijden werd uitgebeeld.

In de onderwereld had Persephone enige invloed op haar gemaal Hades. Dank zij haar kreeg Orpheus de toestemming om Eurydice weer naar de bovenwereld mee te nemen. Eurydice was gestorven en Orpheus besloot naar Hades te gaan en hem te smeken haar weer te laten terugkeren naar het rijk der levenden. Maar Hades was niet te vermurwen. Toen zong Orpheus zijn droevig lied dat alle harten in de onderwereld in vervoering bracht. Ook dat van Persephone. Zo ontroerd was zij ten slotte dat zij riep: 'Neem haar met je mee, maar weet wel, ze zal je slechts dan toebehoren als je geen blik op haar werpt vooraleer jullie beiden de poort van de onderwereld zijn doorgegaan. Kijk je haar te vroeg aan, dan is ze voor eeuwig voor je verloren."

Orpheus zal te vroeg zijn geliefde Eurydice aankijken en als een schim verdwijnt ze voor eeuwig in de onderwereld. Dit verhaal staat uitgebreid bij het sterrenbeeld Lier.

De Maagd was de Griekse godin Korè of Persephone. De diverse namen van Persephone hadden niet alleen betrekking op de vruchtbaarheid van de aarde. Alleen de naam Korè - de meest oorspronkelijke - wijst op de vruchtbaarheid.

Korè, Persephone en Hekate, drie namen voor dezelfde goddelijke persoon duiden op de goddelijke triade: meisje, nimf en oude vrouw. Als dusdanig verpersoonlijkt Korè het groene koren, Persephone de rijpe aar en Hekate staat voor het geoogste graan. In oude Engelse boerentermen was deze laatste verschijningsvorm de ‘heks'. In de Vendée, in Frankrijk, werd ze voorgesteld door een boerin, gekleed in een laken met de laatste schoof in de hand. Daar was ze dan een soort gelukbrengster.

Volgens bepaalde overleveringen hadden de drie namen te maken met de godin Demeter, de moeder van Persephone, maar ging de betekenis in de loop der tijden over op de dochter. De drie namen zouden daarmee ook wijzen op het drievoudige ploegen van de velden. De eerste keer werd het veld geploegd in de lente, dan, haaks daarop nog eens onmiddellijk na de zomeroogst en ten slotte in dezelfde richting als de eerste keer, na de offerfeesten van de herfstmaand, in voorbereiding op het inzaaien. Deze uitleg geven Hesiodos en Ploutarchos.

De naam Persephone heeft niet zo'n gunstige betekenis, de naam is samengesteld uit de woorden pherein en phonos, en wil zeggen: ‘zij die verwoesting brengt'.

Proserpina betekent: ‘de angstaanjagende'. Deze namen wijzen op haar als koningin van de onderwereld, als eega van Hades.

Demeter is een benaming die wel terecht gegeven wordt aan landbouwproducten van biologische oorsprong, maar de namen Persephone en Proserpina die ook lange tijd als productnamen van biologische groenten en vruchten werden gehanteerd klinken daardoor toch wel wat onheilspellend voor de goede verstaander.

 

De Maagd wordt ook wel eens vereenzelvigd met Erigone, dochter van Icariu en is daardoor verbonden met de sterrenbeelden Boötes en de ster Procyon (in het sterrenbeeld Kleine Hond).

Icarius was de boer in Attica die de god Dionysus, die op terugreis was uit Indië, onderdak verschafte. Dionysus was zo verheugd toch nog één gastvrije man te hebben gevonden dat hij hem als dank de wijnstok schonk en hem vertelde hoe hij de plant moest verzorgen en hoe hij van de vruchten wijn kon maken. Icarius deed wat Dionysus hem had geleerd en oogstte enige tijd later de eerste druiven en perste er wijn van. Toen hij ervan proefde, vond hij deze drank zo lekker, zo ‘goddelijk', dat hij prompt zijn buren uitnodigde en hen mee liet drinken. Eerst kwamen ze in een vrolijke roes, maar nadat ze de ene beker na de andere ledigden, werden ze zo dronken dat ze neervielen en sliepen. Toen ze met een barstende hoofdpijn wakker werden, dachten ze dat Icarius hen had willen vergiftigen. Ze namen wraak door hem te doden en onder een boom te begraven.

Erigone, de dochter van Icarius, en ondertussen gehuwd met Dionysus, ging naar hem op zoek. Toen ze zijn graf vond, verhing ze zich aan de boom waaronder zich het graf bevond. Dionysus plaatste later Icarius als het sterrenbeeld Boötes (zie sterrenbeeld Boötes) aan de hemel en Erigone als het sterrenbeeld Maagd. Ook de hond Maera, die Erigone had vergezeld tijdens haar zoektocht, werd door Dionysus aan de hemel gezet, en staat er nu nog als de heldere ster Procyon, in de buurt van Sirius (zie sterrenbeeld Kleine Hond).

De Romeinen zagen in dit sterrenbeeld ook wel Vrouwe Justitia. Of ze noemden haar ook Astraea, de dochter van Themis, godin van het recht. Sommige auteurs noemden haar ook Irene, de andere dochter van Themis. Of ook Pax, godin van de vrede. Die werd dan steeds afgebeeld met een olijftak in de hand.

In Egypte was dit sterrenbeeld de hoogste godin, Isis. Ze werd soms afgebeeld met een bussel graanhalmen in de hand, met de aren naar beneden gericht, waaruit de Melkweg ontsprong.

Een meer geliefd beeld van Isis was dat waarbij zij haar zoon Horus als kind op de arm droeg. Het is dat beeld dat later in de christelijke iconografie zal opduiken als het beeld van de Moeder Maria met het kind Jezus. Enkele jaren geleden werden bij opgravingen in Alexandrië beelden gevonden waarbij deze Isis werd afgebeeld met de gelaatstrekken van Cleopatra. Waardoor men veronderstelt dat via Cleopatra dit beeld in de christelijke voorstellingswereld is doorgedrongen.

In het Tweestromenland was dit sterrenbeeld de godin Ishtar, de koningin der sterren. In het boek ‘Gilgamesj' treedt ze op als godin van de liefde. Zij was de beschermster van koning Gilgamesj en zijn stad Uruk, waar een tempel voor haar was gebouwd.

Zo begint het vijfde hoofdstuk in dit prachtige Mesopotamische epos:

 

De bevolking van Uruk verzamelde zich voor het paleis van Gilgamesj. Ze wilde hem eren na zijn overwinning in het land van het kwaad. Gilgamesj waste zich en trok een koninklijk gewaad aan. Toen hij zijn kroon had opgezet zag Ishtar hem. De godin van de liefde bewonderde zijn schoonheid, ze kon haar ogen niet van hem afhouden. Ze zei: ‘Gilgamesj, kom bij me en word mijn bruidegom. Ik schenk je een gouden koets die door geweldige muildieren wordt getrokken. Ze zijn sneller dan de storm. Word mijn man en ik word je vrouw. Ons huis laat ik versieren met heerlijk ruikende cedertakken. De wereld zal aan je voeten liggen. Koningen en prinsen uit de bergen en van het vlakke land zullen voor je knielen en geschenken brengen. Je schapen zullen zeer vruchtbaar zijn, evenals je geiten. Je pakezels zullen sneller zijn dan de muildieren. Ook je paarden zullen geroemd worden om hun snelheid.'

Isjtar heet in Syrië en Perzië Astarte. Dat is de naam die verwant is aan de Saksische godin van de lente, Eostre, een naam die nu nog voortleeft in de Engelse naam voor Pasen, Easter, en in het Duitse Ostern.

In India was Maagd de moeder van de god Krishna. Ze werd er afgebeeld als een godin, zittend voor het vuur.

De Arabieren in islamitische tijden, namen de beeltenis van het Griekse sterrenbeeld over en noemden haar Al ‘Adhra al Nathifah, de onschuldige maagd. Maar omdat zij liever geen menselijke figuur afbeeldden, vervingen zij dit door een graanschoof.

 

De Maagd in de Bijbel

Aser is Maagd

Omdat de dierenriem uit twaalf tekens bestaat en de zonen van aartsvader Jakob met twaalf waren en Jezus twaalf apostelen had, kan het niet anders of een van die zonen en een van die apostelen moet verwant zijn aan het sterrenbeeld Maagd.

Wie is de zoon van Jakob die Maagd is?

Het is Aser, over wie Jakob in zijn zegen zei: ‘Aser: rijk is zijn brood, heerlijke spijzen biedt hij de vorsten.’ Zo werd in de traditie der rabbijnen de stam van Aser verbonden met dit sterrenbeeld en de overvloed van de oogst.

 

De Maagd aan de christelijke sterrenhemel

Jakobus de Mindere is Maagd

En wie is de Maagd-apostel?

Dat is in de christelijke zodiak Jakobus de Mindere (de jongere als onderscheid met de oudere Jakobus (zie sterrenbeeld Tweelingen), wiens feest gevierd wordt op 3 mei.

Hij is een beetje een onduidelijk figuur, die Jakobus. Volgens de ene is hij de neef van Jezus - zijn moeder heette Maria en was de zus van Maria - volgens de andere is hij de broer van Jezus.

Hij wordt afgebeeld op blote voeten, met een knuppel in de hand, en met dezelfde gelaatstrekken als Jezus. Die knuppel verwijst naar zijn marteldood; het was een instrument van de vollers (= de ambachtslui die wol verwerken tot vilt), en werd gebruikt bij zijn marteling. Hij was in Jeruzalem gevangen genomen aan het altaar van zijn kerk (hij scheen de eerste bisschop van Jeruzalem te zijn geweest), en werd van op de muren van de stad naar beneden geworpen, waar hij dan met knuppels werd doodgeslagen.

Door de knuppel is hij in afbeeldingen te onderscheiden van zijn naamgenoot Jakobus de Meerdere. Maar soms is er toch verwarring mogelijk, omdat hij net als die andere Jakobus met een pelgrimsstaf wordt getoond.

In andere afbeeldingen zien we hem als kleine jongen, spelend met een windmolentje, in de buurt van het Jezuskind. Dat verwijst dan naar zijn familiebanden met Jezus.

Over het leven van Jakobus weten we weinig. Hij was dus blijkbaar de neef van Jezus en had nog een broer Judas die apostel was. Het is niet de verrader, maar Judas Taddeüs die we in het sterrenbeeld Waterman ontmoeten.

Zijn vader heette Alfeus. Jakobus was een jaar ouder dan Jezus en daarmee een van de jongste apostelen. Naar het schijnt is het daarom dat hij de Mindere werd genoemd, omdat hij jonger was dan de andere Jakobus. Maar het kan ook zijn dat zijn bijnaam te danken is aan het feit dat hij een jaar later dan de andere apostelen in de groep van twaalf werd opgenomen. Toen Jezus verrezen was, heeft hij Jakobus met een verschijning vereerd. In het evangelie van Matteüs wordt hij terloops vermeld:

Jezus begaf zich naar zijn vaderstad en onderwees hen in de synagoge, zodat de mensen verbaasd zeiden: ‘Is hij niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus, Jozef, Simon en Judas? Wonen zijn zusters niet allen bij ons? Waar heeft hij dat alles vandaan?

Omdat Jakobus heel zijn leven in Jeruzalem werkzaam was, wordt hij ook in de Handelingen van de Apostelen vermeld:

Intussen bleef Petrus maar kloppen. Toen ze eindelijk open deden waren zij verbaasd hem te zien. Hij gaf met de hand een teken dat zij stil moesten zijn, vertelde hen hoe de Heer hem buiten de gevangenis had gebracht en voegde er aan toe: ‘Meldt dit aan Jakobus en de broeders.’

Op een andere plaats in de Handelingen wordt verteld hoe Jakobus het opnam voor de heidenen die zich tot het christendom bekeerden. Die heidenen waren niet-joden, die dus ook niet de joodse verplichtingen nakwamen. Volgens sommige apostelen moesten deze mensen zich eerst aan de joodse wetten onderwerpen en daarna pas christen worden. Jakobus echter vond dat men hen onmiddellijk, zonder die tussenstap over het jodendom, kon opnemen. Daarmee bekende Jakobus zijn opvatting, die toch wel enigszins in tegenstelling stond tot wat de meeste apostelen dachten. Het stelde hem wel in de gelegenheid om een figuur als Paulus als leerling van Jezus te verwelkomen. Daardoor kreeg het christendom de mogelijkheid om zich buiten het jodendom te ontwikkelen. Dat heeft voor Jakobus ook heel wat problemen meegebracht, want hij werd ervan beschuldigd dat hij de Wet niet naleefde wat de rechtstreekse aanleidingwas voor zijn gevangenneming en marteldood die volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus gebeurde op 10 april 62, op Paasdag.

Jakobus is het zinnebeeld van standvastigheid. De steen topaas wordt daarmee vereenzelvigd, zodat het sterrenbeeld Maagd ook met deze steen in verband gebracht wordt.

 

De eerste planetoïde

 

Het is nu iets meer dan 200 jaar geleden dat de eerste planetoïde werd ontdekt. Ze draagt het nummer 1 en werd naar de mythische figuur van het sterrenbeeld Maagd Ceres (= Demeter) genoemd.

Op 13 maart 1781 ontdekte de musicus en amateur-astronoom Friedrich Wilhelm Herschel een nieuwe planeet bij de grens van de sterrenbeelden Stier en Tweelingen. Hij dacht eerst dat het een komeet was, maar al rap had hij door dat het een planeet was, ze werd aanvankelijk Georgius genoemd, naar de Engelse koning George III, terwijl buiten Engeland de planeet werd aangeduid als de planeet Herschel. Later werd ze algemeen Uranus genoemd.

Toen de baan van deze planeet nauwkeurig was vastgesteld, stelde men zich toch de vraag of er niet nog meer planeten waren. Uit berekeningen was men al tot de conclusie gekomen dat er nog meer moesten zijn in ons zonnestelsel. De Duitser Freiherr Franz Xaver von Zach uit Gotha had al vermoedens over de baan van deze planeet en in 1801 (na een speurtocht van 14 jaar en met de hulp van 24 gerenommeerde sterrenkundigen) ontdekte Giuseppe Piazzi uit Palermo op 1 januari 1801 (de eerste dag van de 19e eeuw) de gezochte planeet. Door slecht weer en ziekte verloor hij haar echter uit het oog en het duurde nog tot de laatste dag van dat jaar voor Heinrich Wilhelm Matthias Olbers, een vriend van Von Zachs, het planeetje weer in het vizier kreeg. En dat was dan vooral te danken aan de berekeningen van een van de meest beroemde wiskundigen, Friedrich Gauss. Wie meer over de ontdekking van Ceres wil weten, leze de sterrengids 2001, waarin enkele pagina’s aan de toen jarige planeet (in feite planetoïde - Ceres was tevens de grootste planetoïde - maar sinds 24 augustus 2006 een dwergplaneet) worden gewijd (zie www.dekoepel.nl)

Nog even iets over Gauss. Hij wordt ook wel de "koning der wiskundigen" genoemd. Hij leerde zichzelf lezen en schrijven toen hij amper drie jaar oud was. Hijzelf beweerde dat hij eerst leerde rekenen, en dan pas praten. De leerlingen in Rinkrank, waar naast de gewone wiskunde ook historische wiskunde wordt gegeven, komen in hun wiskundelessen van het vijfde leerjaar (groep zeven) deze boeiende figuur tegen via een rekensom die bekend is geworden door de jonge Gauss.

Gauss had een onderwijzer, Buttner, die streng en onverbiddelijk de stelregels van het traditionele Duitse onderwijssysteem toepaste. Gauss vertelde dat hij zijn leerlingen terroriseerde, niet alleen met woorden, maar ook met een zweepje dat hij steeds bij de hand had. Buttner gaf zijn leerlingen ingewikkelde taken om hen te oefenen in het rekenen.

Op een dag vroeg hij de schoolkinderen de som te maken van alle getallen van 1 tot 60. Enkele ogenblikken nadat Buttner de taak had opgegeven, krabbelde de kleine Gauss een getal op zijn lei en legde ze op de tafel van de onderwijzer. 'Ligget se', (hier ligt ze) zei hij en keerde naar zijn plaats terug. Buttner legde zijn hand al op de zweep en bekeek de kleine jongen doordringend en met een allesbehalve geruststellende blik. Hij zou die kwajongen tot zijn eigen scha en schande wel eens leren wat ernstig werken betekent! De andere leerlingen hadden een uur nodig om de opgegeven taak af te werken. Ondertussen zat Gauss met gekruiste armen stil te wachten. Telkens de onderwijzer hem bekeek, antwoordde hij met een blik in zijn ogen die voor Buttner iets te vrijpostig was. Een voor een legden de andere jongens hun lei bij de leraar, bovenop die van Gauss. Terwijl de andere leien de hele berekening bevatten, stond er bij Gauss slechts 1 getal op geschreven: 1830.

Hij legde aan de leraar haarfijn uit hoe hij snel tot de juiste uitkomst was gekomen. Buttner besloot vanaf dat ogenblik de zweep niet meer te gebruiken. Hij begreep dat deze jongen uitzonderlijk begaafd was en hij hielp hem met alle mogelijke middelen. Hij kocht zelfs met zijn spaarcenten het beste wiskundehandboek dat er toen te vinden was en schonk het aan Gauss. Het was een boek over hogere algebra en analytische wis- en meetkunde. En dat in de handen van een kind van 9 jaar. Gauss had ook nog het geluk dat de hulpleraar van Buttner Johan Martin Bartels was, die al net zo geobsedeerd was door de wiskunde als zijn jonge leerling. Ze werden beiden beroemde wiskundigen en onafscheidelijke vrienden.

In het sterrenbeeld Maagd werd zoals gezegd de eerste planetoïde ontdekt. Ook de tweede planetoïde in de reeks van de honderden - zelfs duizenden - die intussen ontdekt zijn en van dewelke de baan is beschreven, is ontdekt toen ze het sterrenbeeld Maagd passeerde. Het is Pallas, die door Olbers op 12 maart 1802 voor het eerst werd gevonden. Het was ook deze Olbers, die onafhankelijk van Von Zach en zijn groep geleerden Ceres had ontdekt, zij het één dag later dan Piazzi, en daardoor deze ontdekking officieel niet op zijn naam kon zetten.

Op het gebied van planetoïden heeft België een bijzondere reputatie dankzij de vele ontdekkingen van de Antwerpse astronoom en amateurmusicus Eric Elst, die als wetenschapper verbonden was aan de Koninklijke Sterrenwacht van Ukkel. Hij is het die namen van bekende musici aan door hem ontdekte planetoïden gaf zoals daar zijn: Chopin, Rachmaninoff, Buxtehude, Brel, Liszt, Debussy en Franck. Ook anderen kregen hun naam in de planetoïdengordel vereeuwigd, zoals Freud, Pasteur, Damiaan (de pater), Frimout, Rimbaud, Mithra en de zestiende-eeuwse burgemeester van Antwerpen, Marnix Van Sint-Aldegonde (auteur van de Nederlandse nationale hymne ‘Het Wilhelmus’). Eric Elst ontdekte 3861 planetoïden.

Ook Nederland heeft een grote bijdrage geleverd aan de ontdekking van planetoïden. Ingrid van Houten-Groeneveld (1921-2015) ontdekte er vele. Zo schrijft Niek de Kort in het tijdschrift Zenit (juli 2015): 'Mede door het werk van de Van Houtens is er een zekere 'overmaat' aan Nederandse namen in het zonnestelsel. Ze herinneren aan personen, literatuur en plaatsen. Maar elk van hen is ook een herinnering aan hun medeontdekster die met wetenschappelijke en menselijke kwaliteiten een onuitwisbare indruk heeft gemaakt op generaties van vakastronomen en amateurs.' Ingrid Groeneveld ontdekte samen met haar man Kees Van Houten en Tom Gehrels tussen de 4000 en 6000 planetoïden.

 

Ster en steen

Op de borstplaat van de Israëlische hogepriester waren 12 stenen bevestigd. Die correspondeerden met de 12 zonen van Jakob en daardoor ook met de 12 sterrenbeelden van de dierenriem.

Exodus 39, 8-14

Een kunstenaar maakte van hetzelfde materiaal als de efod de orakeltas: van gouddraad, paarse, karmijnrode en scharlaken wol, en van getwijnd linnen. Ze was vierkant als het doek dubbelgeslagen werd, een span lang en een span breed, en bestond uit twee stukken. Ze werd bezet met vier rijen edelstenen: een robijn, een topaas en een smaragd vormden de eerste rij; een granaat, een saffier en een aquamarijn de tweede rij. Op de derde waren een hyacint, een agaat en een amethist bevestigd. De vierde bevatte een chrysoliet, een kornalijn en een onyx. Ze waren gevat in gouden zettingen. Er waren twaalf stenen, zoals er twaalf namen zijn van de zonen van Israël. Op iedere steen was de naam van een der twaalf stammen gegraveerd, zoals men dat bij zegels doet.

Steen (mineralogie): Agaat (derde rij, tweede kolom)

Agaat is een variëteit van chalcedoon met banden met diverse kleurschakeringen, die te wijten zijn aan verontreinigingen van het kiezelzuur. Het komt ook voor als opvulling van natuurlijke holten in vulkanisch gesteente. Agaat wordt veel gebruikt als siersteen; eertijds ook als materiaal voor diverse gebruiksvoorwerpen.

De link met het sterrenbeeld is hypothetisch. Er zijn in de literatuur linken met andere stenen te vinden.

DE STERREN

De graanhalm

Alfa Virginis, de helderste ster, heet Spica en stelt de korenaar voor die Maagd in haar linkerhand vasthoudt. Vanaf de aarde gezien staat die ster dus rechts van de vrouwenfiguur.

In de Avesta, waarin de leer van Zarathustra is opgetekend, wordt deze ster vermeld onder de naam Çparegha.

In Babylonië was deze ster de vrouw van de hoogste god Bel.

In het oude Egypte was dit Repa, de Heer. Er zijn geleerden die beweren dat sommige tempels naar deze ster gericht werden. Bijvoorbeeld de zonnetempel in Tel el Amarna, de stad van de monotheïstische farao Echnaton, zou gericht zijn op de plaats waar deze ster ondergaat. Ook in Griekenland zouden sommige tempels op deze ster georiënteerd zijn.

De ster Spica nadert ons zonnestelsel met een snelheid van 13,8 km per seconde (= 50.000 km per uur) maar is toch nog altijd 220 lichtjaar van ons verwijderd.

De hoek

Bèta Virginis heet Zavijah, een naam die afkomstig is van het Arabische Al Zawiah, wat hoek betekent. De Arabische sterrenwichelaars beweerden dat dit de plaats is waar de maan het geluk bepaalt voor degenen die onder Maagd geboren zijn.

 

De godin van de geboorte (Porrima)

Gamma Virginis zijn eigenlijk twee sterren - Porrima en Arich - die om elkaar heen wentelen. Ze staan op 35 lichtjaar van de aarde.

De druivenplukster

Epsilon Virginis draagt de naam Vindemiatrix of Druivenplukster. Ze kreeg die naam omdat ze in de Oud-Romeinse tijden ‘s morgens zichtbaar werd als de tijd voor de druivenoogst was aangebroken. Ze bevindt zich op 93 lichtjaar van onze planeet.

Melkwegen in de Maagd

Het sterrenbeeld Maagd bevat zo’n 3.000 ververwijderde melkwegstelsels. Om daarvan iets te zien, moet men toch al over een degelijke kijker beschikken. Voor het blote oog is de plek aan de hemel waar Maagd staat een eerder verlaten gebied.

 

Astronomie:

de zon vertoeft in het sterrenbeeld Maagd van ± 17 september tot ± 30 oktober.

 

Astrologie:

de zon vertoeft in het sterrenbeeld Maagd van ± 21 augustus tot ± 20 september

 

 

Bordtekening Kreeft-Leeuw-Maagd. Rinkrank
affiche van de lezing over het sterrenbeeld Maagd