kreeft

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

KREEFT

Nederlands Kreeft

Latijn Cancer

Frans Cancre

Engels Crab

Duits Krebs

Italiaans Cancro

Spaans Cáncer

Portugees Cancer

 

 

Het gaat over

een kreeft die eigenlijk een krab is;

een bijenkorf;

mensenzielen die uit de hemel neerdalen;

een onzichtbaar sterrenbeeld dat ‘Het gat in de hemel’ heet;

de zon die stilstaat.

 

Kreeft in de Griekse mythologie

Toen Heracles de Nemeïsche leeuw had verslagen en bedekt met de leeuwenvacht bij Eurystheus kwam, kroop Eurystheus van angst onder een ton en kreeg Heracles via een dienaar te horen dat hij onmiddellijk moest vertrekken om zijn tweede opdracht te vervullen.

Bij de stad Lerna huisde de Hydra. Die moest hij verslaan. Hydra was een monster, geboren uit Typhon en Echidne, dat door Hera, de oppergodin, was grootgebracht in de moerassen bij Lerna, enkel en alleen met de bedoeling om Heracles te bedreigen.

Lerna lag aan de kust, zeven kilometer verwijderd van de stad Argos. Vlakbij de stad, in het westen, lag de berg Pontinos. Op de hellingen van deze berg en afdalend tot aan de zee, groeide het heilige platanenbos. Dat bos zelf werd begrensd door twee rivieren: de Pontinos en de Amymone. Bij deze laatste rivier waren uitgestrekte en diepe moerassen. Zo diep, dat niemand daarvan de diepte had kunnen peilen, zelfs keizer Nero niet in latere Romeinse dagen. Het moeras was een graf voor talloze nietsvermoedende reizigers.

Dit moeras was de woonplaats van de Hydra. Ze had haar hol onder een plataan, bij de zevenvoudige bron van de Amymone. Van daaruit ondernam ze rooftochten in de moerassen. Ze had een enorm hondenlijf en acht of negen slangenkoppen. Volgens sommige auteurs had ze honderd, ja zelfs tienduizend koppen. De adem van dit monster was dodelijk.

Aangezien de godin Athena aan de zijde van Heracles stond, dacht ze er ook over na hoe hij dit monster het best kon uitschakelen. Zij gaf hem de raad zijn wagenmenner Iolaüs hem tot daar te laten voeren. Dan toonde zij hem het hol van het monster. Maar hoe moest hij het ondier nu te lijf gaan? Athena raadde hem aan om brandende pijlen op het monster af te schieten, om het zo uit zijn hol te lokken. Dat deed Heracles en weldra waggelde de Hydra naar buiten.

Heracles hield zijn adem in en greep met zijn sterke armen het monster vast. Maar de Hydra kronkelde zich om zijn voeten en probeerde hem zo omver te trekken. Heracles bood hevig weerstand en sloeg onophoudelijk met zijn knots op de koppen van de Hydra. Maar bij elke kop die hij verpletterde kwamen onmiddellijk twee tot drie nieuwe koppen te voorschijn, en hoe harder hij vocht, hoe meer tegenstanders hij te lijf moest gaan.

Daarbij kreeg de Hydra nog hulp van een enorme krab, die uit het hol tevoorschijn kwam. Ze krabbelde tot bij een voet van Heracles en beet met een van haar scharen in zijn voet. Heracles ergerde zich aan deze bijkomende vijand en verpletterde de krab met zijn voet, terwijl hij onverdroten op de Hydra bleef slaan.

Toen riep hij de hulp van Iolaüs in, want hij voelde dat hij het niet meer lang ging volhouden. ‘Steek het bos in brand!’ riep hij. Dat deed Iolaüs en snel verspreidde het vuur zich van boom tot boom.

Toen gaf hij Iolaüs de opdracht om de brandende takken af te rukken om daarmee de pas gedode koppen te verschroeien. Zo gebeurde, en slaagden ze erin om te verhinderen dat er nieuwe koppen aangroeiden. Maar een van de koppen was onsterfelijk. Hij was deels van goud. Heracles greep een zwaard en hakte deze kop eraf, terwijl Iolaüs onmiddellijk de wonde dichtschroeide. Maar de kop bleef leven en bedreigde de held. Heracles duwde de sissende kop van zich af, groef met zijn zwaard een diepe put, rolde de kop erin en bedekte hem met zware stenen. Tot op vandaag ligt daar de kop van de Hydra langs de weg van Lerna naar Elaios.

Heracles opende de buik van het monster en doopte zijn pijlen in de gifgroene gal. Daardoor werden zijn pijlen zo giftig dat zelfs het allerkleinste wondje, door een van zijn pijlen veroorzaakt, dodelijk was. Dat zal later zelfs een van Heracles’ beste vrienden jammerlijk ondervinden (zie het sterrenbeeld Boogschutter).

Zo volbracht Heracles zijn tweede opdracht.

Kreeft en kanker

De kleine krab die zo moedig, maar ook zinloos de Hydra verdedigde door Heracles in de voet te bijten, werd door Hera liefdevol aan de vergetelheid ontrukt en te eeuwigen dage aan de hemelkoepel gezet, tussen Tweelingen en Leeuw.

Een ereplaats zo zal blijken, want in dit sterrenbeeld zal elk jaar de zon stilstaan op haar weg naar het noorden en dan terugkeren naar het zuiden. Tegenwoordig doet de zon dit in het sterrenbeeld Tweelingen, al houden de astrologen nog steeds vol dat dit in de Kreeft gebeurt.

Het sterrenbeeld zal zijn naam geven aan een van de ziekten die de mensheid in onze eeuw teisteren: kanker. Zo haalt Hera toch haar slag thuis.

In het verhaal van Heracles zal naderhand ook blijken dat dit werk niet meetelde, aangezien hij zich had laten helpen door Iolaüs.

Kreeftskeerkring of Tweelingenkeerkring?

De Kreeft geeft haar naam aan de Kreeftskeerkring. Als de zon in de Kreeft is aangekomen, keert ze terug naar het zuiden. Dit wil zeggen: op 21 juni (of een dag eerder of later) is de zon in noordelijke richting het verst verwijderd van de evenaar. Tegelijk komt ze dan in het sterrenbeeld Kreeft. Vanaf dat moment zal de zon elke middag weer wat minder hoog aan de hemel staan. Zij keert dus om, lager en lager tot aan de midwinterdag.

De kring die de zon op het moment van de zomerzonnewende over de aarde trekt noemt men de Kreeftskeerkring. Het is de denkbeeldige lijn op aarde die op 23°27' noorderlengte, evenwijdig aan de evenaar loopt.

Maar de Kreeftskeerkring is een historische naam, want op de langste dag van het jaar, 21 juni dus, komt de zon helemaal niet in het sterrenbeeld Kreeft, de zon is dan pas aangekomen in het sterrenbeeld Tweelingen. Bovendien valt de hoogste zonnestand of langste dag niet altijd op 21 juni. Men noemt deze dag wel het zomersolstitium omdat de zon dan schijnbaar stilstaat en niet beweegt in noordelijke, noch in zuidelijke richting. Daarom heet dit sterrenbeeld ook wel ‘De Noordelijke Haven van de Zon’

De Bijenkorf

Heeft Kreeft een opvallend gebrek aan heldere sterren, toch is er iets dat de aandacht trekt. Het is de Bijenkorfnevel, ook wel de Kribnevel genoemd. In onze streken kan je die nevel met een verrekijker en zeker met een sterrenkijker vrij gemakkelijk vinden, maar in drogere, hoger gelegen gebieden is hij met het blote oog zichtbaar. In de oudheid schreef Plinius: ‘Als de Kribbe niet zichtbaar is aan de heldere hemel, dan is dat de voorbode van een hevige storm.’ Een hogere luchtvochtigheid was dus al voldoende om hem aan het oog te onttrekken. Tot aan de uitvinding van de sterrenkijker was de Kribnevel trouwens de enige bekende sterrennevel. Hij heette Nebula of Nefelion, waarvan ons woord nevel afstamt (zie ook bij het sterrenbeeld Ram). Galileo was de eerste die ontdekte dat die nevel uit verschillende sterren bestond. Hij telde 30 sterren, terwijl hij er toen al zeker van was dat het een massa van meer dan 40 sterren moest zijn. Nu tellen astronomen er meer dan 300.

Kreeft heeft in andere tijden en bij andere volkeren andere namen gedragen. Bij de Egyptenaren was het Anubis. Bij de Joden was het Issachar. Voor de christenen was het Johannes de Evangelist.

Voor Dante was Kreeft het Donkere Teken. In de Divina Commedia, in zang 25 van de Paradiso staat:

Toen werd in hun midden een licht zo stralend

Dat, wanneer de Kreeft zulk een kristal bezat,

de winter een maand zou hebben van één lange dag.

Dante bedoelt hiermee dat als in de Kreeft, die ‘s winters hoog aan de hemel staat, een licht zou staan, even helder als de zon, dan zou het in die maand altijd dag zijn.

Kreeft in de Bijbel

12 stammen kent het Joodse volk, afkomstig en genoemd naar de 12 zonen van Jakob, de aartsvader.

Het sterrenbeeld Kreeft is in de Joodse traditie Issachar, de vijfde zoon van Jakob en zoon van Lea, de eerste vrouw van Jakob. In Genesis wordt over de geboorte van Issachar het volgende verteld:

In de dagen van de tarweoogst ging Ruben er eens op uit en vond liefdesappels ergens op het veld en bracht die naar zijn moeder Lea. Nu zei Rachel tot Lea: ‘Geef mij ook een paar van die liefdesappels van je zoon.’ Maar zij antwoordde: ‘Is het niet genoeg dat je mijn man afneemt ? Wil je ook nog beslag leggen op die liefdesappels van mijn zoon?’ Rachel zei: ‘Als je mij de liefdesappels van je zoon geeft, mag Jakob vannacht bij jou slapen.’ Toen Jakob dus ‘s avonds van het veld kwam, ging Lea hem tegemoet en zei: ‘Je moet bij mij komen slapen, want ik heb eerlijk voor je betaald met de liefdesappels van mijn zoon.’ Die nacht ging hij dus bij haar slapen. En God verhoorde Lea: zij werd zwanger en schonk Jakob een vijfde zoon. Toen zei Lea: ‘God heeft mij beloond omdat ik mijn slavin aan mijn man heb gegeven.’ Daarom noemde zij die zoon Issachar.

Toen Jakob 147 jaar oud was, voelde hij de dood naderen. Hij riep zijn 12 zonen bij zich en zegende hen. Over Issachar sprak hij de volgende zegening:

Issachar is een bonkige ezel

die neerligt tussen zijn lasten.

Hij ziet hoe heerlijk de rust is

en hoe lieftallig het land;

hij buigt zijn schouders om lasten te torsen

en wordt een slaaf,

die werkt onder dwang.

Opvallend hierbij is dat Jakob zijn zoon Issachar vergelijkt met een ezel en dat in het sterrenbeeld Kreeft twee sterren naar de ezel genoemd zijn: Zuid-Asellus en Noord-Asellus, die beide aan weerszijden van de Kribbe staan.

 

Kreeft in de christelijke sterrenhemel

Aan de christelijke hemelkoepel werd de Kreeft vervangen door Johannes de Evangelist, een van de 12 apostelen. Johannes is ongeveer rond het jaar 5 of 6 van onze jaartelling geboren in Bethsaida, aan het Meer van Genesareth, in Israël. Zijn ouders waren Zebedeus, een welgesteld man, en Salome, die later haar vermogen zal gebruiken om Jezus en zijn discipelen te steunen. Zijn broer was Jakobus de Meerdere (of de Oudere) (zie Tweelingen), die net als Johannes vrij jong een leerling van Jezus werd. Johannes was de jongste van de apostelen en werd door Jezus het meest bemind. Johannes schrijft over zichzelf later: ‘De leerling die door Jezus bijzonder bemind werd.’ Hij was ongeveer 25 jaar toen hij besloot zijn vissersberoep vaarwel te zeggen en zich volledig ten dienste te stellen van Jezus. Na de kruisdood van Jezus werd Johannes een van de steunpilaren (samen met Petrus) van de jonge christelijke kerk. Hij bleef lange tijd werkzaam in Jeruzalem en nam de hoede van de Aziatische kerken op zich. Enkele brieven van zijn hand aan deze kerken zijn bewaard gebleven. Later, omstreeks het jaar 69 week hij uit naar Efeze, dat toen nog een centrum was van Griekse erediensten.

Onder keizer Domitianus werd hij gevangengenomen en naar Rome gestuurd. Net als alle andere apostelen werd hij tot de marteldood veroordeeld. Hij werd in een ketel kokende olie gegooid, maar door een wonder deerde de olie hem niet, integendeel, volgens de legende was dit vat kokende olie voor hem niets anders dan een verkwikkend bad, waaruit hij gesterkt weer opstond. Dat vervulde de beul en de keizer met grote angst, want zij zagen daarin hekserij. Johannes werd daarom verbannen naar het eiland Patmos. Daar kreeg Johannes hemelse visioenen, die hij in het boek der Openbaringen neerschreef.

Uit dit boek komt het beeld van de triomferende Christus als ‘Het Lam Gods’ omringd door engelen en heiligen. Dit werk ligt ook aan de grondslag van vele esoterische en alchemistische werken uit middeleeuwen en latere tijden.

Na de dood van Domitianus keerde Johannes terug naar Efeze, waar hij het vierde Evangelie schreef. Volgens sommigen schreef hij dit om de beschuldigingen van godslastering te weerleggen. Volgens anderen is dit evangelie door enkele van zijn leerlingen geschreven. In het jaar 100 of 101 stierf hij. Hij is van alle apostelen het oudst geworden en tevens de enige die een natuurlijke dood stierf. Hij wordt elk jaar herdacht op 27 december, twee dagen na het geboortefeest van zijn heer en meester Jezus Christus.

De aanhef van zijn evangelie werd (wordt?) dagelijks in de mis gelezen en is van een bijzondere schoonheid:

In het begin was het Woord

en het Woord was bij God,

en het Woord was God.

Dit was in het begin bij God

Alles is door Hem geworden

en zonder hem is niets geworden

van wat geworden is.

In Hem was leven

en dat leven was het licht der mensen,

en het licht schijnt in de duisternis

maar de duisternis nam het niet aan.

Naast een evangelie schreef hij, zoals reeds vermeld, het boek Apocalyps. Velen stellen zich bij dat woord het einde der tijden voor waarin de wereld in vuur zal vergaan en weer opgenomen zal worden in de kosmos. Daarmee is de Apocalyps het tegengestelde van de Big Bang en beiden zijn de alfa en de omega van de sterrenkundigen. Hoe is de kosmos ontstaan en hoe zal hij vergaan? Zo schrijft Johannes:

Toen verscheen er een groot teken aan de hemel: een Vrouw, bekleed met de zon, de maan aan haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Zij was zwanger en kreet in haar weeën en in haar barensnood.

Nog een teken verscheen aan de hemel. Zie: een grote rossige Draak met 7 koppen en 10 horens, en op zijn koppen 7 kronen. Zijn staart sleepte het derde deel van de sterren des hemels weg en wierp ze op de aarde. En de Draak stelde zich op tegenover de Vrouw...

Toen zag ik een ander Beest oprijzen uit de aarde. Het had twee horens als die van het Lam, maar het sprak als de Draak. Heel de macht van het eerste Beest oefent het uit onder diens ogen.

Het doet de aarde en die erop wonen het eerste Beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was; het verricht grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel op aarde doet vallen voor de ogen der mensen. ..

Die doorzicht heeft, berekene het getal van het Beest; zijn getal is 666.

Deze tekst heeft heel wat geleerde en ook meer simpele zielen aan het denken gezet.

Zou zo de wereld vergaan?

Maar bij Johannes staat ook dat dan het nieuwe Jeruzalem zal komen, gebouwd uit zuivere edelstenen en allen die uitverkoren zijn zullen daarin leven als in het Paradijs.

En het Beest? Wanneer zal het komen?

In een antroposofisch tijdschrift las ik dat die tijd aangebroken is. Het einde ter tijden nabij?

Dat beloven wel meer sekten.

Maar wat stond er in dat tijdschrift en waaraan is het Beest te herkennen?

Het getal van het Beest is 666. Dat dat nu het getal is waarmee vele Kalmthoutse en sommige Kapelse telefoonnummers aanvangen is, denk ik, toeval. Maar Johannes zegt dat het het getal is van een mens. Wel, schrijft het reeds aangehaalde esoterisch tijdschrift, het getal van het Beest is sinds enkele decennia overal om ons heen, het is een getal door de mens geschapen. We komen er alle dagen mee in aanraking. Het getal van het Beest, 666, staat op alle producten die je koopt. Het is het richtgetal, ten behoeve van scanners, dat in elke streepjescode zit vervat. Je herkent het gemakkelijk. Bij het begin van de barcode staan 2 langere strepen, halfweg de barcode nog eens 2 en op het einde ook nog eens 2. Elk van die 2 strepen stelt digitaal het cijfer 6 voor en zo zit dus het getal 666 op elk product. De voorbode van een nakend einde? In elk geval wel van het schooljaar, want dat loopt steeds ten einde als de zon in de ‘astrologische’ Kreeft staat.

 

Ster en steen

Op de borstplaat van de Israëlische hogepriester waren 12 stenen bevestigd. Die correspondeerden met de 12 zonen van Jakob en daardoor ook met de 12 sterrenbeelden van de dierenriem.

Exodus 39, 8-14

Een kunstenaar maakte van hetzelfde materiaal als de efod de orakeltas: van gouddraad, paarse, karmijnrode en scharlaken wol, en van getwijnd linnen. Ze was vierkant als het doek dubbelgeslagen werd, een span lang en een span breed, en bestond uit twee stukken. Ze werd bezet met vier rijen edelstenen: een robijn, een topaas en een smaragd vormden de eerste rij; een granaat, een saffier en een aquamarijn de tweede rij. Op de derde waren een hyacint, een agaat en een amethist bevestigd. De vierde bevatte een chrysoliet, een kornalijn en een onyx. Ze waren gevat in gouden zettingen. Er waren twaalf stenen, zoals er twaalf namen zijn van de zonen van Israël. Op iedere steen was de naam van een der twaalf stammen gegraveerd, zoals men dat bij zegels doet. (1)

De steen die correspondeert met Issachar en Kreeft is de amethist. Je vindt hem op de derde rij in de eerste kolom.

Amethist is een doorschijnende paarse halfedelsteen. Het is een variëteit van kwarts (bergkristal)

De link met het sterrenbeeld is hypothetisch. Er zijn in de literatuur linken met andere stenen te vinden.

 

DE STERREN

De schaar van de kreeft

Alpha Cancri heet Acubens, een vervorming van de Arabische naam Al Zubana, wat klauw of schaar van de krab betekent.

Het einde van de voet op de kreeft

Bèta Cancri heet Al Tarf en dat betekent: Einde. Het is het uiteinde van de voet van Heracles waarop de krab ligt.

Twee ezels in de Kreeft

Delta en Gamma Cancri duiden twee sterren aan: Asellus Borealis en Asellus Australis. De Noordelijke Ezel en de Zuidelijke Ezel.

Een bijenkorf of een kribbe

Eta Cancri is geen ster, maar een sterrenhoop, de meest bekende sterrenhoop die in droge donkere gebieden met het blote oog zichtbaar is. Het is de Bijenkorfnevel of Kribnevel. In het Latijn: Praesepe. Dit is de moeder van alle sterrennevels, tenminste wat de naam betreft, want deze nevel heette bij de Grieken Nefelion en zo zijn alle nevels aan hun naam gekomen.

 

Astronomie: de zon vertoeft in het sterrenbeeld Kreeft van ± 21 juli tot ± 9 augustus.

Astrologie: de zon vertoeft in het sterrenbeeld Kreeft van ± 21 juni tot ± 20 juli

 

 

Bordtekening Kreeft-Leeuw-Maagd. Rinkrank
Bordtekening Kreeft. Rinkrank