visie

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

 

VISIE

 

Mijn visie over pedagogie en didactiek heb ik vormgegeven en tot stand gebracht in Rinkrank, de cultuurgerichte basisschool met combinatieklassen in Kalmthout.

Deze school heb ik op initiatief van Jan Jacquemain samen met Jan Lansloot (+), Greet Van Gastel en Jacques Van Hasselt opgericht in 1997 op basis van mijn pedagogische visie. Deze school heb ik geleid van 1997 tot aan mijn pensionering op 1 januari 2006.

 

Mijn uitgangspunten zijn:

 

1. Beweging. Elk gezond kind beweegt naar hartenlust en moet, ook op school, alle mogelijkheden tot bewegen krijgen. Bewegen is inherent aan leven. Een kind verplichten tot stilzitten is uit den boze. Tegen een kind zeggen: 'Zit stil' getuigt van weinig inzicht in wat een kind nodig heeft.

Meer over beweging.

 

2. Voortbouwen op wat reeds verworven is. Een kind komt niet als een onbeschreven blad op school. Het heeft thuis of in de crèche of bij de onthaalmoeder/vader al heel wat geleerd. Dat moet het vertrekpunt zijn van wat op school gebeurt, de hele schooltijd lang. Een kind wil vooruit en heeft geen behoefte aan langdurige terugblikken.

 

3. Herhaling. Ook al wil een kind steeds vooruit, toch is herhaling een noodzaak. Maar die herhaling moet creatief en enthousiasmerend zijn. Herhaling moet een uitdaging zijn. In elke nieuwe leerstof moet ook herhaling zitten, maar eerst het nieuwe leren en dan kort terugkijken naar wat al gekend is. Leren is als een processie van Echternach: drie stappen vooruit en twee stappen terug (zo was die processie vroeger toch). En als dat dan 'en dansant' gebeurt is het helemaal oké. Onderwijzen is herhalen, herhalen en nog eens herhalen. Maar herhalen mag nooit vervelen. Een leerkracht moet in de eerste plaats een herhalingskunstenaar zijn.

Het valt op hoe jonge kinderen een spontane neiging hebben om wat ze ontdekt hebben te herhalen. Hoe jonger het kind hoe meer het geniet van herhaling. Kijk maar naar een baby. Op school wordt dit voortgezet door veel te herhalen. Zó herhalen dat het kind er nooit moe van wordt, maar plezier beleeft aan de herhaling en vanuit de herhaling het nieuwe ontdekt.

Meer over herhaling.

 

4. Kunstzinnig. Elk kind begint met kunstzinnige uitingen. Van zodra een kind geluiden voortbrengt begint ook de zang. Van zodra een kind kan stappen, begint de dans. Van zodra een kind een potlood kan vastgrijpen begint het tekenen, van zodra een kind een brokje klei vindt begint het boetseren. Zo is elke mogelijke nieuwe ontdekking voor een kind de aanzet om kunstzinnig bezig te zijn. Daarom zijn tekenen, schilderen, boetseren, toneelspelen belangrijk. De school mag deze elementaire kwaliteiten die elk kind bezit niet afblokken, niet onderbreken, niet verwaarlozen en niet opzijschuiven. Heel het onderwijs moet doordrongen zijn van het kunstzinnige. Ook schrijven is een kunstzinnige activiteit, zowel naar de vorm als naar de inhoud. Zo kan ook het rekenen kunstzinnige activiteit zijn.

En vooral: het kunstzinnige is de grondslag voor een goede sociale ontwikkeling.

 

5. Schoonheid. In se is schoonheid een religieuze ervaring. Niet voor niets vind je in alle religies vormen van schoonheid die streven naar een soort van 'volmaaktheid'. Ook dat is van nature in een kind aanwezig. Die drang naar schoonheid moet verder gedragen worden in het onderwijs. Alles wat een leerkracht aan de kinderen aanbiedt moet mooi zijn. Geef kinderen nooit rommel. Voor de goede verstaander: kopieën zijn meestal rommel. Vormgeving, verzorging en afwerking van elk werk is zeer belangrijk. Het werk van de leerkracht moet een voorbeeld zijn voor de leerlingen.

 

6. Klasoverschrijdend. Het systeem van jaarklassen is gemakkelijk voor de leerkracht, maar minder interessant voor de leerlingen. Combinatieklassen van 2 of 3 verschillende leeftijden werken het meest motiverend. De jongere kinderen zien wat de ouderen aan leerstof krijgen en hoe zij ermee omgaan: het zijn voorbeelden voor hen. De oudere kinderen maken diverse onderdelen van de leerstof al voor de tweede of de derde keer mee maar nu pas krijgen ze de uitleg. Het gevolg is dat zij de leerstof zeer snel vatten en onthouden en zeer zelfstandig met de opdrachten kunnen omgaan. Hulp bieden aan de jongere leerlingen biedt hen extra kansen om de leerstof te verdiepen. Door de klasoverschrijdende dagelijkse mondelinge herhalingen krijgen de jongere leerlingen al een vooruitblik op de leerstof die zij over één of twee jaar zullen krijgen. Zo zijn zij al goed voorbereid op wat komen gaat.

 

7. Autoriteit. Omdat het jonge kind niet in staat is om voor zichzelf te zorgen is er een volwassene nodig om het kind te begeleiden. In de eerste plaats komt de ouder als opvoeder. Ook de leerkracht speelt een belangrijke rol in het ontwikkelingsproces. De leerkracht moet daarom aan een aantal eisen voldoen en binnen een schoolcontext de zaken kunnen en durven aanpakken. Bovendien moet hij/zij over voldoende muzische kwaliteiten beschikken, want het muzische is de meest kenmerkende eigenschap van de kindertijd. Een leerkracht is een liefdevolle autoriteit zonder autoritair te zijn.

 

8. Ontdekken. Ieder kind is een 'ontdekkingsreiziger'. Van baby tot puber en eigenlijk zijn hele leven lang blijft een mens geïnteresseerd in het ontdekken van nieuwe zaken. Een kind in de lagere school komt naar school met de vraag: wat gaan we vandaag leren (doen)? De kinderen komen in de klas en kijken onmiddellijk naar het bord om te zien wat er zal komen. Sommigen stellen direct vragen, anderen beginnen alvast met het overnemen van de opgaven. Die grote drang tot het ontdekken van het nieuwe, van het onbekende moet de school continu ondersteunen. Daarom moet de schooldag zo snel mogelijk beginnen met de nieuwe leerstof en pas daarna terugblikken en herhalen.

Meer over ontdekken.

 

 

Reageer

 

 

 

Beweging

 

Belgische kinderen bewegen te weinig.

DM 2016-11-22

Loopt, springt of klimt uw kind iedere dag zeker een uur lang? Dan is het ofwel een kleuter, ofwel een uitzondering.

 

Rilatine verandert het kinderbrein blijvend.

DM 2016-11-22

Rilatine werkt langer door op het kinderbrein dan bij volwassenen. Ook als kinderen het middel niet meer slikken, hebben zij een veranderde hersenactiviteit.

Lees verder

Mijn visie: Behalve voor kinderen met een zware ADHD-diagnose kun je best het gebruik van Rilatine ten zeerste afraden en in geen geval als school meewerken aan het toedienen van deze medicatie tijdens de schooluren. De werkwijze op school moet zo zijn dat kinderen met ADHD volop aan hun trekken komen. Ze moeten - net als alle kinderen trouwens - voldoende bewegingskansen krijgen tijdens de schooldag.

Reageer

 

Jongleren met bal en hersenen.

De 25 spelers van de Genkse U13 lijken wel in trance. Terwijl uit twintig kelen de tafel van vijf wordt opgedreund, werken ze in een hoog tempo oefeningen af. Honderdveertig baltoetsen per minuut. De combinatie van rekenen en voetballen is een vorm van hersentraining.

Groene, avontuurlijke speelplaats.

Sarah Vankersschaever in DS dinsdag 8 november 2016

Sinds de basisschool De Krekel in Sint-Amandsberg een avontuurlijke speelplaats inrichtte, loopt iedereen er tijdens de pauzes uitgelaten bij. De kinderen bewegen meer, zijn fantasierijker en maken minder ruzie.

Lees verder

 

Klas in beweging

'Klas in beweging' is in Vlaanderen via Nederland overgekomen uit een Duitse Waldorfschool. Hoe ziet een klasdag in een 'klas in beweging eruit' en wat vind ik ervan?

Lees verder

 

 

 

Herhaling

 

Ontdekken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site