klas 5 - groep 7

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

VIJFDE KLAS - GROEP 7

 

Vijfdeklassers kijken met veel enthousiasme naar de wereld, maar stellen zich ook meer en meer vragen. Klasgesprekken zijn dan ook zeer welkom voor hen. Wat leren betreft hebben ze de basis van spelling en hoofdrekenen meestal onder de knie waardoor er nu veel meer gevarieerde opdrachten kunnen gegeven worden waarbij hu creativiteit aangesproken en uitgedaagd wordt.

 

 

MUZIEK

Meerstemmigheid. Twee- en driestemmig zingen is nu vanzelfsprekend Instrumentaal kan dit ook vierstemmig.

Er wordt nog steeds veel op het gehoor gezongen en instrumentaal gespeeld, maar het notenlezen wordt intensief geoefend.

Notenleer: verschillende toonaarden kennen en kunnen lezen van het blad bij zang en instrumentaal spel: Do-groot (C), Re-groot (D), Mi-groot (E) Fa-groot (F), Sol-groot (G), La-groot (A) en Sibemol-groot (Bes of B), la-klein (a), re-klein (d), mi-klein (e) en sol-klein (g). Al deze toonaarden worden ook veelvuldig geoefend op de blokfluit (sopraan en alt). De ritmische notatie wordt intensief geoefend.

Muziek kan en moet in alle andere vakken aan bod komen.

Taal: de woordsoorten en de zinsdelen kunnen gecombineerd worden met ritme, melodie, zang, instrumenten.

Cultuurbeschouwing: muziek uit de verschillende culturen die aan bod komen (Indië, Griekenland, Rome, middeleeuwen...)

Instrumentaal: het spel op de sopraanblokfluit en de altblokfluit gaat doorgaans zeer vlot. De kinderen krijgen nu ook een tenorblokfluit en sommige kinderen leren ook de basblokfluit en/of de sopranino bespelen. Het instrument dat de kinderen op de muziekacademie leren brengen ze mee naar school waar ze veel gelegenheid krijgen om in samenspel hun instrument te laten klinken.

 

TEKENEN

De kinderen kunnen nu een verhaal of een fragment van een verhaal sfeervol weergeven met vele details en met steeds meer oog voor diepte en beginnend perspectief. Zij kunnen ook hun stijl aanpassen aan de cultuur waaruit deverhalen komen.

Tekenen komt ook aan bod in de lessen cultuurbeschouwing, taal, wiskunde, w.o., Frans en Engels.

 

Vormtekenen:

De kennismaking met de kunstgeschiedenis gaat verder met het tekenen van kantelen uit de Egyptische en Griekse bouwkunst onder de vorm van symmetrieoefeningen. De Griekse meanders krijgen veel aandacht. Daarnaast ook alle vlakke meetkundige vormen vanuit de cirkel vertrekkend en vanuit zeshoek/zesster. Met groot enthousiasme maken ze de platonische lichamen.

Vormtekeningen (ook de vlechtvormen) kunnen zeer goed gecombineerd worden met wiskunde (als illustratie op rekenbladen).

 

 

 

SCHILDEREN

Schilderen met auquarelverf (blokjes en tubes) waarbij ze inhouden uit de verhalen weergeven. Zo leren zij omgaan met de aquareltechniek. Daarnaast kunnen ze grotere taferelen schilderen met acrylverf op doek. Ook olieverf leren maken en gebruiken.

Schilderen kan naast de eigen vaklessen aan bod komen in de lessen wereldoriëntatie (geschiedenis, aardrijkskunde, dierkunde, plantkunde, menskunde).

 

BOETSEREN

Allerhande diervormen en dierfiguren boetseren en menselijke figuren in verschillende houdingen.

Het gebruikte materiaal is klei.

Boetseren kan naast de eigen vaklessen aan bod komen in de lessen wereldoriëntatie (geschiedenis, aardrijkskunde, dierkunde, plantkunde, menskunde).

 

TONEEL

Toneelspelen is een van de kunstzinnige vakken waar de kinderen steeds reikhalzend naar uitkijken. In de vijfde klas kunnen de kinderen zich uitstekend in een rol inleven. De inhoud van de toneelstukken komt uit de verhalen die verteld worden in de lessen cultuurbeschouwing. In de vijfde klas kunnen de onderwerpen gekozen worden uit sagen, de wereldliteratuur, de Bijbel, de Griekse, de Egyptische, Mesopotamische, Perzische, Indische, Romeinse en middeleeuwse cultuur (afhankelijk van welke culturen in de lessen cultuurbeschouwing aan bod komen).

Toneel kan naast de eigen vaklessen ook aan bod komen in taal, wereldoriëntatie, Frans en Engels.

 

 

TAAL NEDERLANDS

Lezen:

De kinderen krijgen individueel veel lectuur aangeboden, via teksten die in de lessen Nederlands of in lessen wereldoriëntatie gegeven worden, maar ook via de schoolbibliotheek.

Teksten worden nooit klassikaal gelezen.

 

Expressief lezen:

De kinderen oefenen zelfgeschreven teksten of andere teksten om ze voor te lezen, waarbij gelet wordt op stemplaatsing, inleving, interpunctie, expressie.

Terwijl de klas een tekenopdracht of een ander werk maakt, lezen kinderen individueel hun voorbereide tekst.

 

Schrijven:

De klemtoon ligt op het creatief schrijven - schrijven als kunstzinnige activiteit. Drie, vier tot zelfs vijf korte schrijfopdrachten per week zetten de kinderen aan tot het goed verwoorden van hun gedachten, gevoelens, waarnemingen en belevingen. Deze opdrachten duren nooit langer dan een kwartier. Zij vormen tevens de basis voor spelling, woordenschat en grammatica. Hoe meer de kinderen eigen teksten schrijven hoe beter de spelling wordt en hoe meer aandacht ze besteden aan interpunctie en zinsbouw.

 

Spelling

De goede spelling ontstaat vooral dankzij het vele creatieve schrijven.

Een dagelijks dictee met aandacht voor de spelling van woorden die in de opstellen of in de leesteksten aan bod kwamen. Dit kunnen ook (en vooral) rekendictees zijn.

 

Grammatica:

De 10 woordsoorten worden regelmatig herhaald in twee richtingen: voorbeelden geven van woordsoorten (creatief aspect) en woordsoorten herkennen in teksten (analytisch aspect). Van alle woordsoorten worden meer details geleerd (o.a. trappen van vergelijking, persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord). Het werkwoord wordt vervoegd in de actieve en de passieve vorm: onvoltooid en voltooid tegenwoordige tijd, onvoltooid en voltooid verleden tijd, onvoltooid en voltooid toekomende tijd, onvoltooid en voltooid verleden toekomende tijd. Alle andere vormen van het werkwoord komen aan bod: Noemvorm, imperatief, voltooid en onvoltooid deelwoord. Directe en indirecte rede.

Zinsleer: veel aandacht gaat uit naar onderwerp en gezegde, en dan vooral de overeenkomst van de persoonsvorm met het onderwerp.

 

 

WISKUNDE

Hoofdrekenen

Maal- en deeltafels moeten door en door gekend zijn.

Optellen en aftrekken met grote getallen, gebruikmakend van rekentrucs (rekenvoordelen).

 

Cijferen

Optellen: korte en lange sommen met getallen tussen 1 en 1.000.000 (en meer), gebruik van de komma bij optellingen.

Aftrekken: vooral met omwisselen (lenen). Grote getallen en getallen met komma (decimale breuken).

Vermenigvuldigen: de trapvermenigvuldiging met en zonder komma. Veel aandacht gaat naar het werken met de komma.

Delen: de staartdeling. Ook staartdeling met een komma in het deeltal en een komma in de deler. Delen tot op 1 of 2 decimalen.

 

Metend rekenen

lengtematen, inhouden, gewichten, tijd veelvuldig oefenen. Het omrekenen van de ene maateenheid naar de andere wordt intensief geoefend.

 

Breuken

Alles in verband met breuken komt in de vijfde klas opnieuw aan bod.

Stambreuken, echte breuken, onechte breuken, gemengde getallen, breuken gelijknamig maken, breuken vereenvoudigen, breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Grootste gemene deler, kleinste gemeen veelvoud. Stapelbreuken.

Decimale breuken (tienden, honderdsten, duizendsten). Breuken via staartdeling omrekenen in decimale breuken.

 

Meetkunde

Alle vlakke meetkundige figuren tekenen uitgaande van de zeshoek/zesster.

De vijf platonische lichamen construeren.

Een caleidocyclus maken

Vlot leren werken met passer, lat en gradenboog.

De berekening van omtrek en oppervlakte van vierkant, rechthoek en driehoek ontdekken.

 

Rekendictee

Zo mogelijk komt er dagelijks een kort rekendictee waarbij de kinderen zowel op de spelling letten als op de werkwijze die ze moeten gebruiken om de oplossing te vinden.

 

WERELDORIËNTATIE (w.o.)

Het vak wereldoriëntatie valt uiteen in verschillende disciplines: aardrijkskunde, geschiedenis, menskunde, dierkunde, plantkunde, fysica, mineralogie, astronomie, gastronomie en techniek.

Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming legt vanaf het schooljaar 2015-2016 nieuwe eindtermen op in verband met wereldoriëntatie. Je vindt ze hier.

 

AARDRIJKSKUNDE

Europa: geografisch, hydrografisch, politieke opdeling, economische activiteit. Intensief oefenen van hoofdsteden en andere steden, van rivieren, gebergten enz.

Het kunstzinnige aspect van dit vak vind je in het tekenen van landkaarten, in de muziek, en het schilderen van landschappen.

 

 

GESCHIEDENIS

Cultuurgeschiedenis. De oude culturen: Mesopotamië, Perzië, India, Egypte, Kreta, Griekenland. Als dit vak gegeven wordt tezamen met de zesde klas wordt de leerstof gespreid over twee schooljaren. In dit geval kan het zijn dat de vijfde klas ook kennis maakt met de Romeinse en de middeleeuwse cultuur.

Het kunstzinnige aspect komt tot uiting in de vele illustraties die de kinderen zelf tekenen, schilderen of boetseren. Maar ook de literatuur wordt niet vergeten: gedichten, boeiende verhalen enz.

 

DIER- en MENSKUNDE (als thema's in taalperiodes of in gezamenlijk met de 4e klas)

Verhalen over het leven van de dieren vormen de hoofdbrok van deze periode. De dieren worden bestudeerd in hun verschijning, hun levenswijze en hun omgeving (ook de plantenwereld en de mens wordt hierbij betrokken). Gedichten, liederen, tekeningen, schilderwerken vormen naast de eigen teksten de kunstzinnige verwerking.

Bij het tekenen, schilderen en boetseren leren de kinderen vergelijken met de mens: hoofd, ledematen, romp enz.

 

PLANTKUNDE

Het is zinvol om 4e en 5e klas samen te nemen voor een periode plantkunde in de lente met als thema de eenzaadlobbige en de tweezaadlobbige planten. In deze periode zijn er vele aanknopingspunten met de dieren- en de mensenwereld mogelijk.

Een tweede (of eerste) plantkundeperiode kan gaan over de algen, de mossen en korstmossen, de varens en de paardenstaarten en de naaktzadige planten. Zwammen, schimmels en paddenstoelen kunnen in deze periode ook aan bod komen of krijgen een aparte periode (bv. als inhoud van een taalperiode).

 

FYSICA

In combinatieklassen 5-6 is het gunstig om het fysicaprogramma over twee schooljaren te verdelen. In het ene jaar komen dan akoestiek, aërodynamica, warmte, evenwicht, inertie, reactie, mechanica, magnetisme en elektriciteit aan bod. In het andere jaar optica en kleurenleer.

 

MINERALOGIE (GESTEENTEKUNDE)

Het vak mineralogie kan zeer goed aan klassen 5 en 6 tezamen gegeven worden. Het gaat hoofdzakelijk over de kalkhoudende en kwartshoudende gesteenten.

 

ASTRONOMIE

Het vak astronomie kan uitstekend aan klassen 5 en 6 gezamenlijk gegeven worden. Het gaat wel degelijk over astronomie en niet over astrologie. De oude sterrenbeelden met de verhalen over de beelden ervan en de helderste sterren met o.a. de betekenis van de namen. Diverse gegevens over het zonnestelsel. Dagelijks dictee, creatief schrijven en tekenen. Lezen en opzoeken over planeten en sterren.

 

GASTRONOMIE (voor combinatieklas 5+6)

Vijfdeklassers kunnen hun bijdrage leveren aan de periode gastronomie van de zesde klas. De bijdrage van de vijfdeklassers: eten, opruimen en afwassen. Is er geen combinatieklas 5+6, dan staat gastronomie alleen in de zesde klas op het programma.

 

TECHNIEK

Er zijn verschillende mogelijkheden om techniek in de vijfde klas aan bod te laten komen. Als er een schooltuin is, kunnen kinderen van de vijfde klas daarin taken op zich nemen en leren ze het tuinmateriaal hanteren en onderhouden. In de lessen ict leren de kinderen de onderdelen van een computer kennen (pc demonteren en weer in elkaar zetten). In de lessen schilderen leren ze een doek opzetten. In de lessen gastronomie leren ze de keukenmaterialen kennen en onderhouden. In de lessen fysica leren ze proefopstellingen maken met diverse materialen.

 

ICT (Informatie- en communicatietechnologie)

De computer wordt dagelijks gebruikt als herhalingsinstrument (met overhoorprogramma's). Ze leren zelf herhalingsoefeningen opstellen voor wiskunde, Nederlands, Frans, Engels, aardrijkskunde, geschiedenis enz.

De computer gebruiken om zaken op te zoeken voor andere lessen zoals geschiedenis, aardrijkskunde, Frans, Engels enz.

Een tekstverwerker, een rekenblad en een tekenprogramma leren gebruiken.

 

FRANS

Vooral mondeling: liederen, gedichten, korte teksten die uit het hoofd geleerd worden, korte conversatieoefeningen, nieuwe woordenschat en herhaling.

Korte schrijfopdrachten.

Het gebruik van een handleiding waarbij de kinderen op een systematische manier schriftelijke en mondelinge oefeningen maken is een noodzaak.

 

ENGELS

Vooral mondeling: liederen, gedichten, korte teksten die uit het hoofd geleerd worden, korte conversatieoefeningen, nieuwe woordenschat en herhaling.

Korte schrijfopdrachten.

 

--------------------------------

 

DE VIJFDE KLAS IN COMBINATIEKLASSEN

Als de vijfde klas deel uitmaakt van een combinatieklas kunnen bepaalde periodes en lessen tezamen met een andere klas of andere klassen gegeven worden.

Voorbeelden:

combinatieklas 4-5-6

De muzikale opmaat gebeurt samen

De mondelinge herhaling is ook samen. Er zullen dan zaken aan komen die de vijfdeklassers nog niet gezien hebben, maar voor hen is dat dan een voorbereiding op wat er zal komen (een vooruitblik)

Frans en Engels worden voor de drie klassen gedeeltelijk samen gegeven. Het eerste deel van de les is gezamenlijk en omvat de mondelinge oefeningen: gedichten liederen, kleine conversaties, vocabulaire. In het tweede deel volgt de persoonlijke verwerking met gebruik van een handboek: eerst de 6e klas, dan de 5e klas, dan de 4e klas.

De lessen Frans en Engels kunnen ook gegeven worden in lestijden van 25 minuten. Dan krijgen de leerlingen 4 keer per week deze talen. Dit is zelfs gunstiger dan 2 maal per week een lesuur.

Taal: de leerstof over de woordsoorten kan in 4e en 5e tezamen gebeuren. De 5e klas krijgt dan meer details over de woordsoorten. Maar deze leerstof kan ook met 4 en 5 en 6 tezamen behandeld worden. Elke klas krijgt opdrachten die dieper op de stof in gaan.

Taal: schrijfopdrachten over waarnemingsopgaven kunnen met 4e en 5e klas tezamen gebeuren, bijvoorbeeld aan de hand van verhalen.

 

--------------------------------

 

DAGSCHEMA

1. Zang en instrumentaal spel: 25 minuten

2. Mondelinge herhaling van de leerstof van klassen 4-5-6: taal: woordsoorten; zinsdelen, spelling; maal- en deeltafels; hoofdrekenen plus, min, maal, gedeeld; tijd (kloklezen); inhouden w.o.; Frans; Engels. Deze mondelinge herhaling bevat voldoende bewegingselementen. 10 à 15 minuten.

3. Korte uitleg over de schriftelijke herhaling: 3 opgaven om te maken in de loop van de dag: 5 minuten.

4. Instructie van de periodeles: uitleg over de nieuwe leerstof met enkele gezamenlijke oefeningen: 10 à 15 minuten. In w.o.-periodes zal de instructie langer duren.

5. Korte herhaling van de leerstof van de vorige dag: 5 minuten.

6. verwerking nieuwe leerstof en herhalingsopgaven: 50 minuten.

7. recapitulatie: wat was er nieuw vandaag: 5 minuten

8. vooruitblik: thema (onderwerp) van de nieuwe leerstof voor de volgende dag. 5 minuten.

Pauze

9. vakles (Frans, Engels) of voortzetting van de periodeles (in w.o.-periodes)

10. vakles cultuurbeschouwing of een ander vak.

Middagpauze

11. Kunstzinnige vakken of bewegingsvakken: schilderen, vormtekenen, tekenen, muziek, boetseren, lichamelijke opvoeding, dans, zwemmen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NEDERLANDS

 

VORMTEKENEN

 

 

 

WERELDORIËNTATIE

 

 

 

 

 

 

 

De oerbloem volgens de wetenschap

 

WISKUNDE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MEETKUNDE