klas 4 - groep 6

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

VIERDE KLAS - GROEP 6

 

Net zoals er tussen kleuterschool en lagere school een duidelijke cesuur bestaat is er een cesuur tussen de derde en de vierde klas. Dat is nodig om de kinderen te motiveren en de kans te geven op een nieuwe start. In de derde klas beginnen de kinderen met groeiende spanning uit te kijken naar de 'bovenbouw' van de lagere school waar het werk toch in een ander tempo verloopt dan in de 'onderbouw'.

Zodra ze in de vierde klas aangekomen zijn en aan den lijve ondervinden hoe er gewerkt wordt en wat er van hen verwacht wordt, benen ze bij. Daaraan groeien ze en voelen ze zich groter, tot meer in staat dan vroeger. Nu worden ze ook snel 'wakker': het zelfbewustzijn steekt de kop op. De eigen kwaliteiten worden zichtbaar, de individualiteit neemt toe. Dankzij de kunstzinnige activiteiten zullen de kinderen elkaar waarderen om wat ze individueel kunnen.

 

 

MUZIEK

Meerstemmigheid. Dankzij de toegenomen zelfstandigheid is nu het moment aangebroken voor meerstemmige zang en instrumentale muziek. Op twee manieren komt die meerstemmigheid aan bod:

Eenvoudige meerstemmigheid (2 tot 3 stemmen) die spontaan ontstaat door het zingen en musiceren in tertsen. Dit is meer homofoon van karakter.

De polyfone meerstemmigheid vinden we in het zingen en instrumentaal spelen van canons. Eerst eenvoudige, later meer complexe canons.

Er wordt nog steeds veel op het gehoor gezongen en instrumentaal gespeeld, maar het notenlezen wordt intensief geoefend.

Notenleer: verschillende toonaarden kennen en kunnen lezen van het blad bij zang en instrumentaal spel: do-groot (C), Re-groot (D), Fa-groot (F), Sol-groot (G) en Sibemol-groot (Bes of B), la-klein (a), re-klein (d), mi-klein (e) en sol-klein (g). Al deze toonaarden worden ook veelvuldig geoefend op de blokfluit (sopraan en alt). De ritmische notatie wordt intensief geoefend.

Muziek kan en moet in alle andere vakken aan bod komen.

Taal: de woordsoorten combineren met ritme, melodie, zang, instrumenten.

Wiskunde: het oefenen van maal- en deeltafels kun je ondersteunen met zang en instrumenten.

Cultuurbeschouwing: ballades die aansluiten bij de vertelstof: plaatselijke legenden, wereldliteratuur (in steinerscholen de Noordse mythologie).

Instrumentaal: het spel op de sopraanblokfluit gaat nu zeer vlot. Zo ook het bespelen van de altblokfluit. Het instrument dat de kinderen op de muziekacademie leren brengen ze mee naar school waar ze veel gelegenheid krijgen om in samenspel hun instrument te laten klinken.

 

TEKENEN

De kinderen oefenen het weergeven van mensen en dieren. Zij kunnen nu een verhaal of een fragment van een verhaal sfeervol weergeven met vele details en met steeds meer oog voor diepte en beginnend perspectief.

Tekenen komt ook aan bod in de lessen cultuurbeschouwing, taal, wiskunde, w.o., Frans en Engels.

 

Vormtekenen:

Vlechtvormen uit de Keltische en middeleeuwse sierkunst zijn de basis van de lessen vormtekenen. Dit is een eerste praktische kennismaking met de cultuurgeschiedenis.

Vormtekeningen (ook de vlechtvormen) kunnen zeer goed gecombineerd worden met wiskunde (als illustratie op rekenbladen).

 

 

SCHILDEREN

Na 3 jaar nat-in-natschilderen hebben de kinderen een ruime kennis van hoe ze kleuren kunnen maken en schakeren. Vanaf de vierde klas gaan ze dit nu toepassen op het schilderen met auquarelverf (blokjes en tubes) waarbij ze inhouden uit de verhalen gaan weergeven. Zo leren zij omgaan met de aquareltechniek. Daarnaast kunnen ze grotere taferelen schilderen met acrylverf op doek.

Schilderen kan naast de eigen vaklessen aan bod komen in de lessen wereldoriëntatie (geschiedenis, aardrijkskunde, dierkunde, plantkunde, menskunde).

 

BOETSEREN

Allerhande diervormen en dierfiguren boetseren en stilaan ook menselijke figuren.

Het gebruikte materiaal is klei.

Boetseren kan naast de eigen vaklassen aan bod komen in de lessen wereldoriëntatie (geschiedenis, aardrijkskunde, dierkunde, plantkunde, menskunde).

 

TONEEL

Toneelspelen is een van de kunstzinnige vakken waar de kinderen steeds reikhalzend naar uitkijken. In de vierde klas kunnen de kinderen zich al uitstekend in een rol inleven. De inhoud van de toneelstukken komt uit de verhalen die verteld worden in de lessen cultuurbeschouwing. In de vierde klas kunnen de onderwerpen gekozen worden uit plaatselijke sagen, de wereldliteratuur en de Bijbel.

Toneel kan naast de eigen vaklessen ook aan bod komen in taal, wereldoriëntatie., Frans en Engels.

 

 

TAAL NEDERLANDS

Lezen:

De kinderen krijgen individueel veel lectuur aangeboden, via teksten die in de lessen Nederlands of in lessen wereldoriëntatie gegeven worden, maar ook via de schoolbibliotheek.

Teksten worden nooit klassikaal gelezen.

 

Expressief lezen:

De kinderen oefenen zelfgeschreven teksten of andere teksten om ze voor te lezen, waarbij gelet wordt op stemplaatsing, inleving, interpunctie, expressie.

Terwijl de klas een tekenopdracht of een ander werk maakt, lezen kinderen individueel hun voorbereide tekst.

 

Schrijven:

De klemtoon ligt op het creatief schrijven - schrijven als kunstzinnige activiteit. Drie, vier tot zelfs vijf korte schrijfopdrachten per week zetten de kinderen aan tot het goed verwoorden van hun gedachten, gevoelens, waarnemingen en belevingen. Deze opdrachten duren nooit langer dan een kwartier. Zij vormen tevens de basis voor spelling, woordenschat en grammatica. Hoe meer de kinderen eigen teksten schrijven hoe beter de spelling wordt en hoe meer aandacht ze besteden aan interpunctie en zinsbouw.

 

Spelling

De goede spelling ontstaat vooral dankzij het vele creatieve schrijven.

Een dagelijks dictee met aandacht voor de spelling van woorden die in de opstellen of in de leesteksten aan bod kwamen. Dit kunnen ook (en vooral) rekendictees zijn.

 

Grammatica:

De 10 woordsoorten worden regelmatig herhaald in twee richtingen: voorbeelden geven van woordsoorten (creatief aspect) en woordsoorten herkennen in teksten (analytisch aspect). Van de belangrijkste woordsoorten worden meer deails geleerd (o.a. trappen van vergelijking, persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord). Het werkwoord wordt vervoegd in de actieve vorm: onvoltooid en voltooid tegenwoordige tijd, onvoltooid en voltooid verleden tijd, onvoltooid en voltooid toekomende tijd. Directe en indirecte rede.

Zinsleer: veel aandacht gaat uit naar onderwerp en gezegde, en dan vooral de overeenkomst van de persoonsvorm met het onderwerp.

 

 

WISKUNDE

Hoofdrekenen

Maal- en deeltafels moeten door en door gekend zijn.

Optellen en aftrekken met grote getallen, gebruikmakend van rekentrucs (rekenvoordelen).

 

Cijferen

Optellen: korte en lange sommen met getallen tussen 1 en 1.000.000 (en meer), gebruik van de komma bij optellingen.

Aftrekken: vooral met omwisselen (lenen). Grote getallen en getallen met komma (decimale breuken).

Vermenigvuldigen: de trapvermenigvuldiging met en zonder komma. Veel aandacht gaat naar het werken met de komma.

Delen: de staartdeling. Ook staartdeling met een komma in het deeltal en een komma in de deler. Delen tot op 1 of 2 decimalen.

 

Metend rekenen

lengtematen, inhouden, gewichten, tijd veelvuldig oefenen. Het omrekenen van de ene maateenheid naar de andere mag aan bod komen. Maar toch vooral nog veel gelegenheid geven om praktisch bezig te zijn met de verschillende maten: producten afwegen, inhouden meten, gewichten schatten en meten, enz.

 

Breuken

Alles in verband met breuken komt in de vierde klas aan bod.

Stambreuken, echte breuken, onechte breuken, gemengde getallen, breuken gelijknamig maken, breuken vereenvoudigen, breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Grootste gemene deler, kleinste gemeen veelvoud.

Decimale breuken (tienden, honderdsten, duizendsten). Breuken via staartdeling omrekenen in decimale breuken.

 

Meetkunde

Als toepassing op het verdelen in gelijke delen met passer, lat en gradenboog leren werken. Cirkels nauwkeurig verdelen in 2, in 3, in 4 enz. Ook regelmatige veelhoeken (driehoek, vierkant, vijfhoek enz. ) tekenen en verdelen.

 

Rekendictee

Zo mogelijk komt er dagelijks een kort rekendictee waarbij de kinderen zowel op de spelling letten als op de werkwijze die ze moeten gebruiken om de oplossing te vinden.

 

WERELDORIËNTATIE (w.o.)

Het vak wereldoriëntatie valt uiteen in verschillende disciplines: aardrijkskunde, geschiedenis, menskunde, dierkunde en plantkunde.

Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming legt vanaf het schooljaar 2015-2016 nieuwe eindtermen op in verband met wereldoriëntatie. Je vindt ze hier.

In de steinerscholen en verwante pedagogische concepten zoals Rinkrank hebben deze nieuwe eindtermen voor de 4e klas weinig impact. Deze eindtermen bepalen trouwens alleen wat er op het einde van de 6e klas moet bereikt worden.

 

AARDRIJKSKUNDE

Vertrekkend van de eigen omgeving (thuis, school) komen tot België en de buurlanden. Kaartlezen is een van de basisgegevens. Maar ook de kennis over de eigen omgeving en het eigen land is een belangrijk thema mét daarbij de economische verbondenheid van het eigen land met de omliggende landen (Europa en verder). België geografisch, steden, gemeenten, talen, politieke opdeling, rivieren, verkeerswegen e.a. aspecten (bv. het buitenland t.o.v. België). Muziek: Nationale hymne, Vlaamse Leeuw, Limburgs Volkslied, Kempenlied, e.a.

Intensief oefenen van de aardrijkskundige gegevens met o.a. computerprogramma's. Voor België zo veel mogelijk in minstens 2 talen: Nederlands en Frans. Maar ook in het Duits als het enigszins kan.

Het kunstzinnige aspect van dit vak vind je in het tekenen van landkaarten, in de muziek, en het schilderen van landschappen.

 

 

GESCHIEDENIS

De geschiedenis van de nabije omgeving. De eigen geschiedenis van elk kind, de geschiedenis van de eigen familie, de geschiedenis van het dorp, de wijk, de stad. Via boeiende verhalen en sagen de hoofdpunten uit de geschiedenis van de provincie, de streek, het land.

Het kunstzinnige aspect komt tot uiting in de vele illustraties die de kinderen zelf tekenen, schilderen of boetseren. Maar ook de literatuur wordt niet vergeten: gedichten, boeiende verhalen enz.

 

DIER- en MENSKUNDE

Verhalen over het leven van de dieren vormen de hoofdbrok van deze periode. De dieren worden bestudeerd in hun verschijning, hun levenswijze en hun omgeving (ook de plantenwereld en de mens wordt hierbij betrokken). Gedichten, liederen, tekeningen, schilderwerken vormen naast de eigen teksten de kunstzinnige verwerking.

Bij het tekenen, schilderen en boetseren leren de kinderen vergelijken met de mens: hoofd, ledematen, romp enz.

 

PLANTKUNDE

Het is zinvol om 4e en 5e klas samen te nemen voor een periode plantkunde in de lente met als thema de eenzaadlobbige en de tweezaadlobbige planten. In deze periode zijn er vele aanknopingspunten met de dieren- en de mensenwereld.

 

ICT (Informatie- en communicatietechnologie)

De computer wordt dagelijks gebruikt als herhalingsinstrument (met overhoorprogramma's).

De computer gebruiken om zaken op te zoeken voor andere lessen zoals geschiedenis, aardrijkskunde, Frans, Engels, dierkunde, plantkunde enz.

 

FRANS

Vooral mondeling: liederen, gedichten, korte teksten die uit het hoofd geleerd worden, korte conversatieoefeningen, nieuwe woordenschat en herhaling.

Korte schrijfopdrachten.

Het gebruik van een handleiding waarbij de kinderen op een systematische manier schriftelijke en mondelinge oefeningen maken is ten zeerste aan te raden.

 

ENGELS

Vooral mondeling: liederen, gedichten, korte teksten die uit het hoofd geleerd worden, korte conversatieoefeningen, nieuwe woordenschat en herhaling.

Korte schrijfopdrachten.

 

--------------------------------

 

DE VIERDE KLAS IN COMBINATIEKLASSEN

Als de vierde klas deel uitmaakt van een combinatieklas kunnen bepaalde periodes en lessen tezamen met een andere klas of andere klassen gegeven worden.

Voorbeelden:

combinatieklas 3-4

De muzikale opmaat gebeurt samen

De mondelinge herhaling is ook samen. Er zullen dan zaken aan bod komen die de derdeklassers nog niet gezien hebben, maar voor hen is dat dan een voorbereiding op wat er zal komen (een vooruitblik).

Frans en Engels worden voor de twee klassen samen gegeven.

Taal: de leerstof over de woordsoorten kan in beide klassen tezamen gebeuren. De 4e klas krijgt dan wat meer details over de woordsoorten.

Taal: schrijfopdrachten over waarnemingsopgaven gebeuren in beide klasen tezamen.

Wiskunde: metend rekenen kan perfect in beide klassen tezamen gebeuren.

Breuken: de opgaven over verdelen kunnen in beide klassen gebeuren. Voor de 4e klas is dit herhaling die word aangevuld met schriftelijke breukenopgaven.

 

combinatieklas 4-5-6

De muzikale opmaat gebeurt samen

De mondelinge herhaling is ook samen. Er zullen dan zaken aan komen die de vierdeklassers nog niet gezien hebben, maar voor hen is dat dan een voorbereiding op wat er zal komen (een vooruitblik)

Frans en Engels worden voor de drie klassen gedeeltelijk samen gegeven. Het eerste deel van de les is gezamenlijk en omvat de mondelinge oefeningen: gedichten liederen, kleine conversaties, vocabulaire. In het tweede deel volgt de persoonlijke verwerking met gebruik van een handboek: eerst de 6e klas, dan de 5e klas, dan de 4e klas.

De lessen Frans en Engels kunnen ook gegeven worden in lestijden van 25 minuten. Dan krijgen de leerlingen 4 keer per week deze talen. Dit is zelfs gunstiger dan 2 maal per week een lesuur.

Taal: de leerstof over de woordsoorten kan in 3e en 4e tezamen gebeuren. De 4e klas krijgt dan wat meer details over de woordsoorten. Maar deze leerstof kan ook met 4 en 5 en 6 tezamen behandeld worden. Elke klas krijgt opdrachten die dieper op de stof in gaan.

Taal: schrijfopdrachten over waarnemingsopgaven kunnen met 3e en 4e klas tezamen. Zulke schrijfopdrachten kunnen ook met 4e en 5e klas tezamen gebeuren, bijvoorbeeld aan de hand van verhalen.

Wiskunde: metend rekenen kan perfect tezamen met de derde klas gebeuren.

Breuken: de opgaven over verdelen kunnen tezamen met de derde klas gebeuren. Voor de 4e klas is dit herhaling die wordt aangevuld met schriftelijke breukenopgaven.

 

--------------------------------

 

DAGSCHEMA

1. Zang en instrumentaal spel: 25 minuten

2. Mondelinge herhaling van de leerstof van klassen 4-5-6: taal: woordsoorten; spelling; maal- en deeltafels; hoofdrekenen plus, min, maal, gedeeld; tijd (kloklezen); inhouden w.o.; Frans; Engels. Deze mondelinge herhaling bevat voldoende bewegingselementen. 10 à 15 minuten.

3. korte uitleg over de schriftelijke herhaling: 3 opgaven om te maken in de loop van de dag: 5 minuten.

4. Instructie van de periodeles: uitleg over de nieuwe leerstof met enkele gezamenlijke oefeningen: 10 à 15 minuten. In w.o.-periodes zal de instructie langer duren.

5. Korte herhaling van de leerstof van de vorige dag: 5 minuten.

6. verwerking nieuwe leerstof en herhalingsopgaven: 50 minuten.

7. recapitulatie: wat was er nieuw vandaag: 5 minuten

8. vooruitblik: thema (onderwerp) van de nieuwe leerstof voor de volgende dag. 5 minuten.

Pauze

9. vakles (Frans, Engels) of voortzetting van de periodeles (in w.o.-periodes)

10. vakles cultuurbeschouwing of een ander vak.

Middagpauze

11. Kunstzinnige vakken of bewegingsvakken: schilderen, vormtekenen, tekenen, muziek, boetseren, lichamelijke opvoeding, dans, zwemmen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kilogram standaard