klas 3 - groep 5

...als de leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen krijgen, dan moeten de eindtermen gereduceerd worden. Leerkrachten zullen dan de kans krijgen om meer eigen lesstof te ontwikkelen... (DM 2015-06-03)

Tik de zoekterm in het vak op internet in deze site 

DERDE KLAS - GROEP 5

 

 

Na het oefenen van lezen en schrijven in eerste en tweede klas zijn deze zaken voor de meeste kinderen in de derde klas vanzelfsprekend geworden. Zij kunnen schriftelijk uitdrukken wat zij waarnemen, voelen, denken en beleven. Zij kunnen zelfstandig teksten lezen en begrijpen. Hun verhouding tot de leerkracht is nu bevrijd van de beate bewondering in 1e en 2e klas. De kinderen beginnen de menselijke kant van de leerkracht te ontdekken en erop te reageren. In het kunstzinnige maken ze grote vorderingen: naast zang en instrumentaal spel kan het theoretische muziekonderwijs nu aan bod komen naast de technische ontwikkeling van het tekenen en het schilderen. In werk en spel viert beweging hoogtij: elke kans tot bewegen grijpen de kinderen enthousiast aan. Toneelspelen doen ze met overgave. In de lessen lichamelijke opvoeding, zwemmen, sport, dans geven ze zich ten volle. Het wakkere denken begint vorm te krijgen: de kinderen stellen vragen, kunnen een uitleg vatten en willen graag in gesprek komen.

 

 

MUZIEK

Aanvankelijk zullen in de derde klas nog eenstemmige liederen gezongen worden, bij voorkeur uit het volkskundige repertoire, ballades en seizoensgebonden liederen, stapliederen e.a. Geleidelijk zullen de kinderen beginnen experimenteren met meerstemmigheid waarbij het canonzingen spontaan tevoorschijn komt, zeker als er op school dagelijks gezongen en gemusiceerd wordt. Muzikale kinderen beginnen ook te zoeken naar meerstemmigheid door in tertsen te zingen. Liederen in verschillende talen: Nederlands, Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans zijn een must; andere talen kunnen op voorwaarde dat de leerkracht de uitspraak en de betekenis ervan kent. Muziek kan en moet in alle andere vakken aan bod komen.

Taal: de woordsoorten kunnen gecombineerd worden met ritme, melodie, zang, instrumenten.

Wiskunde: het oefenen van maal- en deeltafels kun je ondersteunen met zang en instrumenten.

Cultuurbeschouwing: ballades die aansluiten bij de vertelstof: plaatselijke legenden, wereldliteratuur (in steinerscholen de Bijbel).

W.o.: ambachtsliederen.

Instrumentaal: het spel op de sopraanblokfluit gaat vlot. Het is hoog tijd om met de altblokfluit te beginnen. Ik geef dan ook bij aanvang van de derde klas elk kind een altblokfluit. De meeste liederen kunnen ze al snel zowel op de alt- als op de sopraanblokfluit spelen. Ritmische instrumenten kunnen ze doorgaans vlot hanteren.

 

 

TEKENEN

De kinderen ontdekken dat ze tekort schieten in het weergeven van mensen en dieren. Daarom aanvaarden zij nu hulp daarbij, kijken uit naar aanwijzingen of zoeken zelf in boeken of bij klasgenoten hoe zij mensen en dieren moeten tekenen. Zij kunnen nu een verhaal of een fragment van een verhaal sfeervol weergeven met vele details.

Tekenen komt ook aan bod in de lessen cultuurbeschouwing, taal, wiskunde, w.o., Frans en Engels.

 

 

Vormtekenen:

Vanuit het tekenen van rechte en gebogen lijnen ontstaan meetkundige figuren. Complexe symmetrieopgaven worden met plezier gemaakt en bestudeerd. Eenvoudige vlechtvormen kunnen reeds aan bod komen.

Vormtekeningen kunnen zeer goed gecombineerd worden met wiskunde (als illustratie op rekenbladen).

 

 

SCHILDEREN

Het nat-in-natschilderen leidt nu tot een goede beheersing van water en kleur. De kidneren weten nu hoe ze verschillende kleuren, kleurtinten en kleurnuances kunnen laten ontstaan op het blad. Zij kunnen nu de geleerde technieken gaan toepassen op het figuratieve en net als bij het tekenen taferelen uit de vertelstof schilderend weergeven.

Schilderen kan naast de eigen vaklessen aan bod komen in de lessen w.o., maar ook in taal (bv. als achtergrond bij de woordsoorten).

 

BOETSEREN

Net als bij tekenen en schilderen zijn de kinderen nu in staat om te leren hoe ze met de materie kunnen omgaan. Vanuit de bol- of de eivorm kunnen zij dierfiguren laten ontstaan.

Het gebruikte materiaalen is nu vooral klei. Bijenwas wordt nog sporadisch gebruikt voor zeer kleine opdrachten.

Boetseren kan naast de eigen vaklassen aan bod komen in de lessen w.o.

 

TONEEL

Toneelspelen is een van de kunstzinnige vakken waar de kinderen steeds reikhalzend naar uitkijken. In de derde klas kunnen de kinderen zich al zeer goed in een rol inleven. De inhoud van de toneelstukken komt uit de verhalen die verteld worden in de lessen cultuurbeschouwing. In de derde klas kunnen de onderwerpen gekozen worden uit sprookjes, fabels, heiligenlegenden, plaatselijke sagen. In de steinerscholen komen ook onderwerpen uit de Bijbel (Oude Testament) aan bod.

Toneel kan naast de eigen vaklessen ook aan bod komen in taal, w.o., Frans en Engels.

 

HANDWERK

 

 

TAAL NEDERLANDS

Lezen:

De kinderen krijgen individueel veel lectuur aangeboden, via korte teksten die in de lessen Nederlands of in lessen w.o. worden gegeven maar ook via de schoolbibliotheek.

Teksten worden nooit klassikaal gelezen.

 

Expressief lezen:

De kinderen oefenen zelfgeschreven teksten of andere teksten om ze voor te lezen, waarbij gelet wordt op stemplaatsing, inleving, interpunctie, expressie.

Terwijl de klas een tekenopdracht of een ander werk maakt, lezen kinderen individueel hun voorbereide tekst.

 

Schrijven:

Het schrijftechnische aspect van het gebonden schrift moet bij aanvang van de derde klas voldoende beheerst zijn, maar kan verder geoefend worden. De klemtoon zal echter liggen op het creatief schrijven. Drie, vier tot zelfs vijf korte schrijfopdrachten per week zetten de kinderen aan tot het goed verwoorden van hun gedachten, gevoelens, waarnemingen en belevingen. Deze opdrachten duren nooit langer dan een kwartier. Zij vormen tevens de basis voor spelling, woordenschat en grammatica. Hoe meer kinderen eigen teksten schrijven hoe beter de spelling wordt en hoe meer aandacht ze besteden aan interpunctie en zinsbouw.

 

Spelling

Het gebruik van hulpmiddelen zoals klankvoeten, klanktenen of termen als het deurtjes staat open enz. is te vermijden, net als het werken met woordpakketten. De goede spelling ontstaat vooral dankzij het vele creatieve schrijven.

Een dagelijks dictee met aandacht voor de spelling van woorden die in de opstellen of in de leesteksten aan bod kwamen.

Rekendictees.

 

Grammatica:

De kinderen leren de tien woordsoorten kennen. Zodra alle woordsoorten aan bod zijn gekomen worden ze regelmatig zowel mondeling als schriftelijk herhaald.

 

CULTUURBESCHOUWING

Plaatselijke legenden bv. Lange Wapper (Antwerpen).

Verhalen uit de wereldliteratuur bv. Robinson Crusoë, Wilhelm Tell.

Verhalen uit het Oude Testament bv. Genesis, Mozes

 

 

WISKUNDE

Cijferen

De derde klas is de klas van het cijferen, maar het hoofdrekenen blijft continu aan bod komen.

Voorafgaand aan het cijferen is het inzicht in het decimale stelsel met de brug over het tiental. Eind tweede klas is die brug goed geoefend, maar belangrijker nog is dat de kinderen bij aanvang van de derde klas de optellingen en aftrekkingen tot 20 voldoende geautomatiseerd hebben.

Optellen: korte en lange sommen met getallen tussen 1 en 10.000 (zelfs meer)

 

 

Aftrekken: zonder en vooral met omwisselen (lenen).

Vermenigvuldigen: de trapvemenigvuldiging

Delen: de staartdeling.

Het gebruik van de komma ontstaat bij het metend rekenen.

 

Metend rekenen

lengtematen, inhouden, gewichten, tijd al doende ervaren en oefenen. Voor lengtematen, inhoud en gewichten gebruiken we meter, liter, kilo en afgeleiden daarvan. (Het meten met duim, voet, span, kop enz. kan in de 2e klas; in de 3e klas worden de standaardmaateeenheden gebruikt).

 

Breuken

Het belangrijkste element hierin is dat de kinderen leren verdelen. Dit doen ze in de praktijk met taarten, pannenkoeken en andere zaken die verdeeld kunnen worden. Zowel ronde vormen als vierkante, rechthoekige en veelhoekige vormen laten verdelen, maar ook draad- of lijnvormige zaken. Na het doen veel tekenen om te komen tot een helder begrip van stambreuken, echte breuken, onechte breuken en gemengde getallen.

 

 

 

Meetkunde

Uit het vormtekenen ontstaan de meetkundige figuren en de bijhorende begrippen. Alle vlakke figuren komen aan bod vanuit de cirkel: vierkant, rechthoek, parallellogram, ruit, vlieger, driehoek, veelhoek, trapezium. Veel tekenen met de losse hand, maar ook gebruikmakend van passer en lat.

 

Rekendictee

Zo mogelijk komt er dagelijks een kort rekendictee waarbij de kinderen zowel op de spelling letten als op de werkwijze die ze moeten gebruiken om de oplossing te vinden.

 

WERELDORIËNTATIE (W.O.)

Aangezien vele ambachten haast 'onzichtbaar' geworden zijn, is het zinvol om het ambachtelijke van de kunstenaar als onderwerp te nemen. Zo kunnen beeldhouwers (steen, hout, metaal), schilders (olieverf, acryl), tekenaars (illustratoren, striptekenaars), grafici (ets, zeefdruk e.a. technieken), muzikanten, viool- en andere instrumentenbouwers, e.a. in de klas komen of kunnen de kinderen bij hen op bezoek gaan.

Het ambachtelijke van de bouw kan ook nog steeds als onderwerp dienen.

De historische en volkskundige gebruiken rond de seizoenen, en vooral rond de maanden en de dagen komen aan bod.

Naast het maken, waarnemen, beleven en tekenen is ook het schrijven erover een blangrijk onderdeel van de lessen w.o.

In steinerscholen wordt het vak wereldoriëntatie meestal heemkunde genoemd. Heemkunde is echter maar een onderdeel van het vak wereldoriëntatie en omvat alles wat met plaatselijke geschiedenis, volkskunde en omgeving te maken heeft.

Een voederplank of een nestkastje maken aan de hand van een bouwplan behoort tot de mogelijkheden.

 

FRANS

Vooral mondeling: liederen, gedichten, korte teksten die uit het hoofd geleerd worden, korte conversatieoefeningen, nieuwe woordenschat en herhaling.

Korte schrijfopdrachten gecombineerd met tekenen.

 

ENGELS

Vooral mondeling: liederen, gedichten, korte teksten die uit het hoofd geleerd worden, korte conversatieoefeningen, nieuwe woordenschat en herhaling.

Korte schrijfopdrachten gecombineerd met tekenen.

 

 

ICT (Informatie- en communicatietechnologie)

De computer wordt dagelijks gebruikt als herhalingsinstrument (met overhoorprogramma's) voor rekenen en taal.

 

--------------------------------

 

DE DERDE KLAS IN COMBINATIEKLASSEN

Als de derde klas deel uitmaakt van een combinatieklas kunnen bepaalde periodes en lessen tezamen met een andere klas of andere klassen gegeven worden.

Voorbeelden:

combinatieklas 1-2-3:

De muzikale opmaat gebeurt met de 3 klassen tezamen. De derdeklassers spelen dan vooral op de altfluit.

De mondelinge herhaling gebeurt met de 3 klassen tezamen.

De instructie voor de derde klas komt na die voor de 1e en de 2e klas. Terwijl de kinderen van 1 en 2 hun instructie krijgen werken de kinderen van de derde klas aan hun schriftelijke herhalingsopdrachten of aan werk dat nog niet afgewerkt is.

In sommige periodes kunnen de 2e en de 3e klas samen les krijgen. Dat kan bijvoorbeeld in de lessen w.o. waarin dan onderwerpen gekozen worden die voor beide klassen geschikt zijn. Het w.o.-programma kan dan over 2 schooljaren gespreid worden.

Frans en Engels kan met de 3 klassen tezamen gebeuren.

Als er een 4e klas is kunnen bepaalde lessen ook tezamen met de vierde klas gebeuren. Bijvoorbeeld w.o. (dierkunde kan zeer goed met 3 en 4 samen), metend rekenen (kan perfect samen met 3 en 4, maar ook met 2 en 3).

Cultuurbeschouwing: derde en vierde klas kunnen best samen genomen worden bij de verhalen. Het tekenen en schrijven over de verhalen kan ook met 3 en 4 tezamen.

Wiskunde: metend rekenen kan in 2e en 3e klas tezamen. Beide klassen werken eerst met natuurlijke maateenheden (duim, span, kop enz.), de derde klas ook met meter, liter, enz.

combinatieklas 2-3

Idem als in combinatieklas 1-2-3.

combinatieklas 3-4

De muzikale opmaat gebeurt samen

De mondelinge herhaling is ook samen. Er zullen dan zaken aan bod komen die de derdeklassers nog niet gezien hebben, maar voor hen is dat dan een voorbereiding op wat er zal komen (een vooruitblik).

Frans en Engels worden voor de twee klassen samen gegeven.

Taal: de leerstof over de woordsoorten kan in beide klassen tezamen gebeuren. De 4e klas krijgt dan wat meer details over de woordsoorten.

Taal: schrijfopdrachten over waarnemingsopgaven gebeuren in beide klasen tezamen.

Wiskunde: metend rekenen kan perfect in beide klassen tezamen gebeuren.

Breuken: de opgaven over verdelen kunnen in beide klassen gebeuren. Voor de 4e klas is dit herhaling die wordt aangevuld met schriftelijke breukenopgaven.

 

--------------------------------

 

DAGSCHEMA

1. Zang en instrumentaal spel: 25 minuten

2. Mondelinge herhaling van de leerstof van klassen 1-2-3: taal: woordsoorten (vanaf het moment dat ze aan bod gekomen zijn); spelling; maal- en deeltafels; hoofdrekenen plus, min, maal, gedeeld; tijd (kloklezen); inhouden w.o.; Frans; Engels. Deze mondelinge herhaling bevat voldoende bewegingselementen. 10 à 15 minuten.

3. korte uitleg over de schriftelijke herhaling: 3 opgaven om te maken in de loop van de dag: 5 minuten.

4. Instructie van de periodeles: uitleg over de nieuwe leerstof met enkele gezamenlijke oefeningen: 10 à 15 minuten. In w.o.-periodes zal de instructie langer duren.

5. Korte herhaling van de leerstof van de vorige dag: 5 minuten.

6. verwerking nieuwe leerstof en herhalingsopgaven: 50 minuten.

7. recapitulatie: wat was er nieuw vandaag: 5 minuten

8. vooruitblik: thema (onderwerp) van de nieuwe leerstof voor de volgende dag. 5 minuten.

Pauze

9. vakles (Frans, Engels) of voortzetting van de periodeles (in w.o.-periodes)

10. vakles cultuurbeschouwing of een ander vak.

Middagpauze

11. Kunstzinnige vakken of bewegingsvakken: schilderen, vormtekenen, tekenen, muziek, boetseren, lichamelijke opvoeding, dans, zwemmen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

REKENEN

 

 

 

WERELDORIËNTATIE